Onderzoek

‘Zulke kleine basisscholen als in Nederland vind je nergens’

Tekst Bea Ros
Gepubliceerd op 09-12-2013 Gewijzigd op 28-02-2017
Schoolgrootte blijkt geen factor van belang voor leerprestaties, betrokkenheid van leerlingen en ouderparticipatie. Het belangrijkste verschil tussen grote en kleine scholen zit 'm in de kosten: grote scholen zijn relatief goedkoper. Dat concludeert Hans Luyten (Universiteit Twente) in een reviewstudie.

Waar moet ik precies aan denken bij een grote en een kleine school?
‘Dat is inderdaad een belangrijk punt. Vergeleken met de rest van de wereld zijn onze vo-scholen groter dan gemiddeld, dat gemiddelde ligt in OESO-landen op 513 leerlingen. Onze basisscholen zijn juist kleiner, gemiddeld 290 tegenover wereldwijd 433 leerlingen. Een school met minder dan honderd leerlingen vind je nergens anders dan in Nederland, terwijl ons land toch dichtbevolkt is. Zelfs in een dunbevolkt gebied als Schotland vind je niet zulke kleine basisscholen.’

Wat zegt schoolgrootte precies?
‘Onze belangrijkste conclusie is juist dat schoolgrootte nauwelijks een factor van belang is. Dat wil zeggen dat uit onderzoek, en we hebben ruim tachtig studies geanalyseerd, geen verband te halen is tussen schoolgrootte en zaken als leerlingprestaties, ouderbetrokkenheid, motivatie van leerlingen, veiligheid en dergelijke. Uit Amerikaanse studies komt soms naar voren dat kleine scholen veiliger zijn en leerlingen meer betrokken, maar uit andere studies blijkt juist weer het tegendeel. Het is dus absoluut geen natuurkundige wet dat de problemen toenemen naarmate scholen groter zijn.’ 

Gevoelsmatig denken veel mensen dat wel, he? Het beeld van de grote leerfabriek waar leerlingen een nummer zijn, is hardnekkig.
‘Klopt. Maar een rechtstreeks verband is er nooit. Een kleine school waar een paar etterbakken rondlopen die niet tot de orde geroepen worden, kan onveiliger zijn dan een grote school. Het is met andere woorden niet de schoolgrootte, maar het beleid van een school of een leraar die ertoe doet. Onze conclusie is dan ook: als er problemen zijn, kijk dan niet als eerste naar schoolgrootte, maar naar andere zaken.’

Het enige harde verband dat jullie vonden, was dat kleine scholen duurder zijn. Adviseren jullie staatssecretaris Dekker om kleine scholen alsnog te sluiten?  
‘Het klopt dat grote scholen relatief goedkoper zijn. En de kostenbesparingen zijn ook het grootst als zeer kleine scholen worden samengevoegd. Het loont nauwelijks om scholen die al tegen het gemiddelde lopen groter te maken. Maar dat betekent niet dat je zomaar alle kleine scholen moet gaan sluiten. Zeker op het platteland kan een basisschool het laatste cement in een gemeenschap zijn. Zo’n school sluiten kost de samenleving meer dan het haar oplevert.’

Tijdens de onderwijsbegroting gingen er weer even stemmen op om klassen kleiner te maken. Loont dat wel?
‘Als klassen kleiner worden, wordt het onderwijs beter. Maar, zo weten we uit diverse onderzoeken, voordat dat effect optreedt, moeten klassen echt heel klein zijn, maximaal vijftien leerlingen. Dat is onbetaalbaar.’

Welke aanbevelingen hebben jullie voor de overheid?
‘Dat ze zich niet zo druk moet maken over schoolgrootte. Sleutelen aan de omvang van scholen is heel veel inspanning voor weinig resultaat. Voor prestaties en motivatie van leerlingen is contact met de leraar het allerbelangrijkste. Dat kun je op een grote school net zo goed realiseren als op een kleine school.’ 


Hans Luyten (red.), School size effects revisited. A qualitative and quantitative review of the research evidence in primary and secondary education. NWO-PROO, 2013. Het rapport is te downloaden via www.nwo.nl/proo.
 

Click here to revoke the Cookie consent