Nieuws

Rehobothschool: Gij zult liefhebben den Heere uw God

Tekst Merina Daudeij
Gepubliceerd op 04-05-2018 Gewijzigd op 04-05-2018
Beeld Merina Daudeij
De Rehobothschool in Geldermalsen is geen onbekende in de reformatorische wereld: SGP-leider Kees van der Staaij is oud-leerling.

De onder- en bovenbouwlocatie van de Rehobothschool liggen in een groen gebied: de Tielerwaard, onderdeel van de Betuwe. De school telt 600 leerlingen en heeft 25 klassen. Opgericht in 1950, is ze recent uitgebreid, en vanwege de leerlingengroei staan binnenkort nog enkele nieuwe gedeeltes op de planning: een extra lokaal en een leerplein met bibliotheek.

Ik spreek met schoolleider Peter Dirksen af op de bovenbouwlocatie, naast de gereformeerde kerk, een van de vijf kerken waar de kinderen van de Rehoboth lid van zijn. ‘Reformatorisch’ betekent volgens de schoolgids dat de school ‘de Bijbelse boodschap concreet wil laten doorwerken in het dagelijks leven’. De leerlingen komen uit christelijke gezinnen, en de school vraagt van leerkrachten dat zij een gelovige achtergrond hebben.

De kerk speelt een grote rol op school en in het leven van de leerlingen. De Rehobothschool is een onderdeel van de ‘drieslag’, zoals Dirksen het zegt: kerk, school en thuis. Vanuit die drieslag leren kinderen over het reformatorisch-christelijke geloof.

Bij binnenkomst valt mijn oog meteen op de bijbelverzen waarop de schoolvisie gebaseerd is. Ze pronken in grote, sierlijke letters op de muur: ‘Gij zult liefhebben den Heere uw God met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven’ (Mattheüs 22:37 en 39). Meteen naast de verzen is het kamertje van Dirksen. Hij  begroet me met een hand en glimlach.

‘Waar komt de naam “Rehoboth” vandaan?’ vraag ik. Dirksen legt uit: ‘Het woord “Rehoboth” komt uit de Bijbel, uit Genesis 26, en betekent: “de Heere heeft ruimte gemaakt”.’ De reden dat meer scholen ‘Rehoboth’ heten? ‘Als schoolbesturen vroeger een school wilden oprichten, was dat vaak een lang proces met alle stappen in de aanvraag en de formulieren,’ vervolgt hij. ‘De oprichters waren naderhand vaak zo blij dat het gelukt was, dat ze zeiden: “De Heere heeft ons de school echt gegeven.” Dan noemden ze de school “Rehoboth”. En wij dus ook.’

Liever schoolleider

Als ik vraag hoe lang Dirksen al directeur is, stuurt hij me snel bij: ‘Ik wil graag schoolleider genoemd worden. Een bedrijf heeft een directeur, dat past niet bij mij. Daarom filter ik de term weg uit de schoolgids.’ Hij glimlacht. ‘Ik hoef geen gezag af te leiden uit het feit dat ik directeur ben, liever uit wie ik ben in de organisatie. Ik ben altijd gericht op samenwerking: daarom ben ik zo blij met de ronde tafels die we hier hebben.’ Dirksen is nu vier jaar schoolleider, maar werkt al twintig jaar op deze school. Eerst als intern begeleider en adjunct-directeur, daarna als directeur.

Schoolfamilie

Wat vindt Dirksen nou typerend voor de Rehobothschool? Hij verwijst naar de verzen in Mattheüs: God liefhebben bovenal, en je naasten als jezelf. Uit die tekst zijn vijf kernwaarden geformuleerd: verantwoordelijkheid, duidelijkheid, betrokkenheid, respect en talentontwikkeling. ‘Daar heb je het niet expliciet met de kinderen over,’ voegt hij eraan toe, ‘maar de naleving van de kernwaarden creëer je door bijvoorbeeld te zoeken welke verantwoordelijkheden je aan een leerling gaat geven.’

In het team van zestig medewerkers lijkt een gemoedelijke sfeer te heersen. Diede Buwalda, leerkracht van groep 7, vertelt: ‘Er wordt weleens gezegd dat we hier een schoolfamilie hebben. We leven erg met elkaar mee. Ik kan me niet voorstellen dat er een collega is die zich echt alleen voelt.’ Leerkracht Erna Hop, die groep 4 lesgeeft, beaamt dat. Die betrokkenheid komt volgens de directeur ook door de gezamenlijke geloofsbeleving. Twee keer per jaar houdt het team een bezinningsmiddag. Het team bespreekt dan (recente) gebeurtenissen op persoonlijk niveau en hoe ze hiermee kunnen omgaan vanuit de christelijke identiteit, gebaseerd op bijbelstudie. Dirksen: ‘Die gesprekken geven heel veel verbinding.’

Doopgegevens

Ouders uit Geldermalsen en omstreken die zijn aangesloten bij  de (Oud) Gereformeerde Gemeente in Nederland, de Protestantse Kerk in Nederland, de Hersteld Hervormde Kerk en de Christelijk Gereformeerde Kerk krijgen van de school een paar maanden voordat hun kind vier jaar wordt een uitnodiging thuisgestuurd. De Rehoboth ontving tot nu toe elk jaar de doopgegevens van deze kerken.

De privacy hebben de kerken naar eigen zeggen vooraf geregeld. Ouders geven het als lidmaat te kennen als de kerken de doopgegevens niet mogen doorgeven aan de Rehobothschool. Hoe een en ander na 25 mei gaat, als de nieuwe privacywet ingaat, is nog onduidelijk.

Komen ouders eenmaal op gesprek, dan krijgen zij een zogenoemd identiteitsdocument en een rondleiding door de school. In het identiteitsdocument staat de visie van de school uitgelegd en wat de school van ouders verwacht. ‘We gaan ervan uit dat het kind wel een bepaalde binding heeft met de kerk,’ vertelt Dirksen. ‘Je maakt het anders voor een kind ingewikkeld. Mijn pleegzoontje groeide op met de Bijbel, maar ging naar een niet-christelijke school. Dat was een heel andere wereld, met Pokémon en Harry Potter. Ik zag dat dat niet paste in zijn hoofd. Dat was heel lastig voor hem.’

Als ouders zonder christelijke achtergrond zich daarom aanmelden bij de Rehobothschool, bespreekt Dirksen expliciet met hen of de school wel de juiste keuze is voor het kind. ‘Dan zeggen we: u maakt wel een keus voor een heel lange periode. Plus, als de leefwereld van het kind heel anders is dan die van de andere kinderen, komt uw kind dan niet klem te zitten?’

Psalmvers

Typerend voor de school zijn de bijbelse activiteiten. Diede Buwalda vertelt dat hij zijn groep 7 drie dagen per week laat beginnen met een bijbelverhaal. Leerkracht Erna Hop leert haar groep 4-leerlingen op maandag een psalmvers aan, dat ze vervolgens de hele week herhaalt. Daarna moeten de leerlingen de psalm uit hun hoofd kunnen opzeggen of zingen. Hop gaat ook in op de betekenis van de psalm. ‘Al blijft het soms lastig, omdat het echt wel moeilijke woorden kunnen zijn,’ zegt ze. ‘Als ze maar iets begrijpen van de essentie, dan is dat al heel mooi, zeker bij jonge kinderen.’

De wekelijkse psalmen leren de kinderen tot en met groep 6, waarna ze overgaan op het leren van de catechismus. ‘Dat is de leer van het christelijke geloof. Wat bedoelen we bijvoorbeeld als we geloven in een schepping,’ legt Buwalda uit. Ook is er één dag in de week het vak ‘Namen en Feiten’. Buwalda: ‘Dat is letterlijk namen en feiten uit de Bijbel leren.’ Erna Hop vertelt dat ze op vrijdag een verwerkingsles geeft over de bijbelverhalen die de leerlingen gedurende de week gehoord hebben. Leerlingen reflecteren dan op het onderwerp van het verhaal, en wat ze ervan konden leren voor hun dagelijks leven. Ze denken na over feitelijke vragen (‘Waar speelt het verhaal zich af?’, ‘Welke personen spelen een rol in het verhaal?’) maar ook over bezinnende vragen (‘Wat betekent het voor jou dat Jezus wilde lijden en sterven?’).

Niet leuk, wel nuttig

Als ik de leerkrachten vraag of hun leerlingen de bijbelgerelateerde lessen leuk vinden, krijg ik een verrassend antwoord. Diede Buwalda: ‘Nou, ik vond het zelf als kind niet leuk, nee. Maar goed, rekenen is ook niet leuk. Maar later – tenminste, als ik voor mezelf praat – ben je wel blij dat je het gehad hebt. Want je snapt veel meer dingen over het christendom.’ Ook Erna Hop vindt het belangrijk dat school de leerlingen de basis van het geloof helpt aanleren. Buwalda voegt toe: ‘Kinderen die zulke lessen niet hebben gehad, kijken je soms aan van: waar heb je het over?’

De leerkrachten zien dat ouders heel betrokken zijn en thuis vragen naar wat hun kind geleerd heeft. Hop: ‘Ik denk dat de meeste ouders het belangrijk vinden dat hun kinderen over de Bijbel leren - dat is ook de reden dat ze kiezen voor een school zoals deze. Ze zijn geïnteresseerd in de cijfers die hun kind haalt voor godsdienstactiviteiten.’ Buwalda voegt toe dat er nog een gedachte achter zit: ‘School en kerk zijn gelijkwaardig. Datgene wat kinderen in de kerk horen, kennen ze van school en thuis. En andersom. Zo komt de eerder genoemde drieslag tot uiting.’

Tracht dat maar te verklaren

Leraren en leerlingen op de Rehobothschool maken bij de bijbellessen gebruik van de Statenvertaling uit 1637. Is deze niet te moeilijk voor leerlingen anno 2018? ‘De Statenvertaling is taalkundig de sterkste versie,’ zegt Dirksen. ‘En ja, daar zitten moeilijke woorden in. Wat betekent “rechtvaardig” bijvoorbeeld, of “genade”, of “barmhartigheid”? Maar het zijn termen waar onze kinderen mee opgroeien: ze horen het in de kerk, bij het bijbellezen thuis, en op school. Als leerkracht bespreken we die termen met leerlingen; zo gaat het tot hun woordenschat behoren.’

Deze combinatie van Nieuwnederlands en het hedendaagse, moderne Nederlands, blijkt echter grenzen te hebben. Eens per jaar overlegt Dirksen met vertegenwoordigers van de kerken waarvan gemeenteleden kinderen op de Rehobothschool hebben. ‘De laatste keer heb ik gevraagd of er wat het taalgebruik betreft alsjebliéft meer aansluiting kan zijn met school,’ legt hij uit. ‘Wij doen namelijk erg ons best om al die moeilijke woorden uit de Bijbel aan kinderen uit te leggen. Maar dominees hebben de neiging om echt “verheven” taal te gebruiken: dat gaat over de hoofden van de kinderen heen. Een dominee zegt bijvoorbeeld: “Laten wij trachten dit te verklaren.” Dit kun je eenvoudiger zeggen:  “Ik zal het proberen uit te leggen.” Ik vind mezelf daarin een beetje de ambassadeur van de kinderen,’ zegt Dirksen vastberaden. ‘Ik heb gevraagd om in de kerk het taalgebruik aan te houden zoals je dat zou doen bij je eigen kinderen of kleinkinderen. Dominees mogen best moeilijke termen gebruiken, maar ze moeten er dan ook de synoniemen bij geven.’ De kerkenraadvertegenwoordigers begrepen het wel, en zouden er rekening mee houden.

De wijde wereld

Duidelijk taalgebruik is één ding, maar is dat genoeg om leerlingen voor te bereiden op de wereld buiten de Rehoboth? Dirksen: ‘We proberen wel maatschappelijke betrokkenheid te creëren. We doen bijvoorbeeld mee met NLdoet (waarbij kinderen een dag vrijwilligerswerk doen, MD) en op de Pannenkoekendag bakken de kinderen samen met ouderen pannenkoeken op school.’ En de evolutietheorie, bijvoorbeeld? ‘Daar besteden we aandacht aan, zij het beperkt. Kinderen mogen niet wereldvreemd opgroeien. Maar de Rehoboth blijft wel een beschermde omgeving, ja. We streven naar een begeleide confrontatie, het liefst voordat kinderen de “wijde wereld” ingaan. Als je biologie studeert, kan een reformatorische achtergrond lastig zijn, maar dat kan ook in de bouwkeet het geval zijn. Als het daar op maandagmorgen over de sportwedstrijd op zondag gaat, en jij kunt alleen maar zeggen: “Ik ben twee keer naar de kerk geweest”, is dat ook ingewikkeld. Als je in deze traditie opgroeit, blijft dat een spanningsveld.’

Aan het einde van het schoolbezoek overhandigt Dirksen mij een cd die de school gemaakt heeft ter ere van het vertrek van de vorige schooldirecteur. Er staan zeventien nummers op, met onder andere zes psalmen, vijf kinderkoorliederen en zelfs twee liederen die alleen de Rehoboth-teamleden ten gehore brengen.

Leerlingen aan het woord

Tim (11 jaar) en Clarinda (12 jaar) zitten in groep 8. Ik vraag ze wat ze speciaal vinden aan deze school?
Tim: ‘Nou, laatst vertelde ik mijn neef over hoeveel leerlingen er op deze school zitten. Toen schrok-ie wel een beetje.’
Clarinda: ‘En op onze school leren we uit de Bijbel.’
Wat vinden jullie van les krijgen uit de Bijbel?
im: ‘Ik vind het niet altijd makkelijk om erover te praten met vriendjes die niet-christelijk zijn. Ik zit op een sport, en dan is het soms lastig om te vertellen dat je niet komt op zondag of op dinsdagavond, als ik catechisatie heb.’ 
Clarinda: ‘Ik heb op maandagavond catechisatie. Soms komt dat niet zo goed uit, want dan wil ik graag met een vriendinnetje afspreken of zo. Ja, dan zal ik haar toch moeten afzeggen.’
’Wat moet je doen bij godsdienstles?
Clarinda: ‘De catechismus leren. Soms moet je stukken uit je hoofd leren. Andere keren leren we bijbelteksten.’
Tim: ‘Dit keer moeten we een Datheenpsalm (psalmberijming van predikant Petrus Datheen, MD) leren. Op vrijdag zingen we uit een liedbundel.’
Waarom moet je dat leren?
Tim: ‘Nou, als je later geen Bijbel bij je hebt, dan ken je toch al die teksten.
Wat is je favoriete vak?
Tim: ‘Biologie.’
Clarinda: ‘Biologie en tekenen.’
Wat vind je het minst leuke vak?
Tim: ‘Spelling.’
Clarinda: ‘Aardrijkskunde.’

 

De Rehobothschool is aangesloten bij Berséba (landelijk reformatorisch samenwerkingsverband Passend Onderwijs) en de VGS (Vereniging Gereformeerd Schoolonderwijs).

 

Merina Daudeij is stagiaire bij Didactief.

Verder lezen

1 100 jaar onderwijsvrijheid: Rehobothschool
2 Fotodocumentaire 100 jaar onderwijsvrijheid