Nieuws

Programmeren is kinderspel

Tekst Lisanne Feeburg
Gepubliceerd op 15-07-2020 Gewijzigd op 15-07-2020
Voor computational thinking (het leren denken als een computer) is nog geen lesmethode voor het basisonderwijs. Leraren in Zwolle vonden toch hun weg.


Computational thinking

Steeds vaker wordt programmeren ‘het lezen en schrijven van de toekomst’ genoemd. Niet zo gek, want computers voeren instructies uit die door mensen zijn gegeven en lossen met hun rekenkracht problemen vele malen sneller op dan een mens dat kan. Maar voor het herkennen van die problemen moeten ze wel eerst worden vertaald naar computertaal, oftewel programmeren.

Computational thinking gaat eigenlijk om een verzameling denkprocessen, zoals patronen herkennen, algoritmes schrijven, decompositie, data analyseren en classificeren. Computational thinking stimuleert simpelweg logisch en gestructureerd nadenken.

 

Van leerlijn naar de praktijk

Op Dalton Kind Centrum de Markesteen in Zwolle is een leerlijn computational thinking ontwikkeld op initiatief van Lisanne Feeburg die tijdens haar studie onderzoek deed  naar de begeleiding van leraren bij het ontwikkelen van computational thinking vaardigheden in de onderbouw.

 Bij de ontwikkeling van de leerlijn waren zes leraren en ongeveer 80 leerlingen van groep 1 tot 4 betrokken. Inmiddels wordt de leerlijn ook in midden- en bovenbouw gebruikt. Als uitgangspunt werd de leerlijn computational thinking van SLO gebruikt. Er zijn vier lessen ontworpen, gezamenlijk voorbereid en geëvalueerd, met en zonder een Bee-Bot (een robot in de vorm van een bij die met een paar simpele knoppen op de rug instructies kan opvolgen).

De deelvaardigheid decompositie (met als leerdoel het benoemen van concreet aanwijsbare onderdelen van een object) werd bijvoorbeeld gestimuleerd door een vogel denkbeeldig uit elkaar te halen en alle onderdelen te benoemen. Tijdens een andere les werden vogels juist ingedeeld op kleur of grootte. Hierbij werd de deelvaardigheid classificatie gestimuleerd met als leerdoel het bedenken van categorieën op basis waarvan objecten kunnen worden ingedeeld.

Een cruciale factor in de begeleiding van de leerlingen is het stellen van hogere ordevragen (Bloom 1956), dus vragen die het analyseren, creëren en evalueren bij leerlingen bevorderen, zoals ‘wat is het probleem?’ ‘Heb je dit eerder opgelost?’ ‘Waar ben je tevreden over?’ ‘En wat zou je de volgende keer anders doen?’ Leraren gebruiken kaarten met voorbeeldvragen en bedenken voorafgaand aan de lessen voorbeeldvragen.


Resultaten

De leerlingen van de onderbouw zijn enthousiast over de lessen. Zij hebben veel plezier en zijn vaak samen antwoorden aan het bedenken. De leraren zijn ook enthousiast en zien bij de leerlingen een grote betrokkenheid. Zij zijn niet alleen bezig met het ontwikkelen van computational thinking, maar leren ook beter samenwerken en communiceren.


Lees meer over het onderzoek van Lisanne Feeburg dat de basis vormde voor het ontwikkelen van deze leerlijn.

 

Click here to revoke the Cookie consent