Interview

'Nederlandse taal rekent lastiger'

Tekst Bea Ros
Gepubliceerd op 05-03-2015 Gewijzigd op 27-10-2016
Vanaf groep 2 is rekenonderwijs belangrijker voor prestaties dan aangeboren rekencapaciteiten. Onderzoeker Iro Xenidou-Dervou legt uit wat er bij leren rekenen komt kijken.

U spreekt in uw proefschrift over een 'aangeboren non-symbolisch rekenvermogen'. Wat is dat?
'Getallen zijn overal, vijf stippen, vijf vogels of vijf geluiden. Jonge kinderen, ook baby's al, zien het verschil tussen zeg vijf en tien stippen. Niet alleen mensen, maar ook apen en zelfs vissen bezitten dit aangeboren gevoel voor aantallen. Daarbij gaat het om het schatten van hoeveelheden. Om hoeveelheden precies te bepalen, hebben mensen getalsymbolen ontwikkeld. Dit symbolisch rekenvermogen moet je aanleren. Nu is er onder wetenschappers discussie over de vraag of het non-symbolisch vermogen de grootste voorspeller is voor toekomstige rekenprestaties van kinderen of dat dit juist geen rol speelt. Een soort nature-nurture-discussie zogezegd.'

En u heeft die discussie beslecht?
'Ja. We hebben een grote longitudinale studie gedaan waaruit blijkt dat het aangeboren vermogen slechts tot aan groep 3 variaties in rekenprestaties voorspelt. Het symbolisch rekenvermogen blijkt een veel betere voorspeller. Het voorspelt de rekenprestaties zelfs los van het werkgeheugen en IQ. Bovendien zagen we dat het symbolisch rekenvermogen echt beter wordt door onderwijs, en het nonsymbolische nauwelijks. Dat is heel goed nieuws, want niet aanleg, maar rekenonderwijs bepaalt dus of kinderen goede rekenaars worden.'

Wat is de rol van het werkgeheugen als kinderen leren rekenen?
'Die rol is heel groot. Volwassenen hebben getalsymbolen al geautomatiseerd. Voor ons is het een makkie om te bepalen wat meer is, 25 of 30. Voor kinderen is dat hard werken, want zij kennen die getallen nog niet. Ik kon aantonen dat kinderen in groep 2 ook voor simpele taken met getallen hun werkgeheugen meer nodig hebben dan in non-symbolische taken.'

Uit een vergelijking tussen Nederlandse en Engelse kinderen bleken de Nederlandse slechtere rekenaars. Wat doet Nederland fout?
'Ja, dat was een verrassende uitkomst. Nederlandse kinderen uit groep 2 scoorden relatief laag in taken met symbolisch schatten, bleek uit een van onze eerdere onderzoeken. Ze moesten bijvoorbeeld schatten of 13 en 15 samen meer of minder was dan 49. Britse vijfjarigen deden het op een soortgelijke taak juist goed. Hoe kan dat, wilde ik weten. We deden een nieuw experiment bij een groep Nederlandse en Engelse kinderen die even goed waren in enkelvoudige getallen en dezelfde sociaal-economische achtergrond hadden. En weer deden de Nederlandse kinderen het slechter, maar alleen op symbolische rekentaken. Op non-symbolische taken waren ze even goed.'

En toen bedacht u dat het aan de taal lag?
'Precies. Nederlandse kinderen zijn door de manier van nummerbenoeming in het nadeel. En daarbij maakt het niet uit of je getallen uitspreekt of leest. Aangenomen wordt dat je tijdens het rekenen getallen op een mentale getallenlijn plaatst. Dan denken Britse kinderen bij het getal 49 'forty-nine' en kunnen ze bij 'forty' het getal al op de lijn plaatsen om dit bij 'nine' te verfijnen, Nederlandse kinderen denken 'negen-en-veertig', moeten 'negen' in hun werkgeheugen plaatsen en kunnen pas bij 'veertig' iets doen. We zagen bij de Nederlandse kinderen dan ook een overbelast werkgeheugen. Overigens schijnt het Chinees het gunstigste systeem voor nummerbenoeming te hebben.'

Wat moeten we nu? De taal veranderen?
'Nee, dat zou wel erg ingrijpend zijn. Nederlandse kinderen moeten een extra hobbel over en daarom zou het goed zijn om al eerder met formele getalinstructie te beginnen, bijvoorbeeld in groep 1. Verder is het goed om kinderen in groep 2 en 3 getallen aan te leren in relatie met hoeveelheden. Zo kunnen ze leunen op hun non-symbolisch rekenvermogen.'

Iro Xenidou-Dervou, Setting the Foundations for Match Achievement: Working Memory, Nonsymbolic and Symbolic Numerosity Processing. Proefschrift Vrije Universiteit, 2015.

Dit artikel is verschenen als onderdeel van de rubriek Onderzoek Kort in Didactief, maart 2015.

Click here to revoke the Cookie consent