Volgens de raad moet de overheid zich nadrukkelijker richten op haar kerntaken – 'zoals lerarenbeleid, soepele overgangen en samenhang in het onderwijs' – en krachtiger ingrijpen als het onderwijsstelsel of de onderwijskwaliteit in het geding is. 'De afgelopen jaren zijn er voortdurend en gefragmenteerd maatregelen genomen, maar zicht op het cumulatieve effect daarvan ontbreekt.'
Het advies volgt zes jaar na het onderzoek van de commissie-Dijsselbloem naar het onderwijsbeleid sinds de jaren '90. In het rapport Tijd voor onderwijs leverde de commissie stevige kritiek op het handelen van de overheid. Zo concludeerde zij dat veel onderwijsvernieuwingen te snel en ondoordacht waren doorgevoerd.
De Onderwijsraad ging op verzoek van de Tweede Kamer na wat er de afgelopen...
Benieuwd naar de rest van het artikel?
Word nu abonnee en krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen op Didactief, inclusief persoonlijk profiel om artikelen makkelijk te selecteren, delen en bewaren.
Sinds het rapport van de commissie-Dijsselbloem gaan politici discussies over het onderwijsstelsel uit de weg uit angst om opnieuw vernieuwingen op te dringen. Dat is een van de conclusies in Onderwijspolitiek na de commissie-Dijsselbloem, het advies van de Onderwijsraad dat op 2 oktober aan de Tweede Kamer werd gepresenteerd.