Een leerling staart naar zijn werkblad en verzucht: ‘Meester, waarom doen we dit eigenlijk?’ De leerkracht probeert uit te leggen hoe de opdracht aansluit bij het leerdoel, maar merkt dat de motivatie ontbreekt. Het is een herkenbare situatie in veel klaslokalen. Lesmateriaal is vaak didactisch verantwoord, zorgvuldig opgebouwd en gebaseerd op curriculumdoelen – maar sluit niet altijd aan bij hoe kinderen leren en hoe leraren werken. Onderwijsvernieuwing is noodzakelijk, maar het blijft opvallend hoe vaak nieuwe methodes en materialen worden ontwikkeld zonder de dagelijkse onderwijspraktijk als vertrekpunt te nemen. Vanuit mijn achtergrond als leerkracht in het basisonderwijs en mijn werk als ontwikkelaar van educatieve concepten zie ik hoe waardevolle onderwijsvernieuwingen en wetenschappelijke inzichten regelmatig stranden, zodra ze de dagelijkse praktijk van de klas bereiken.

Die spanning tussen onderwijsvernieuwing op papier en de dagelijkse praktijk intrigeerde mij. Als leerkracht merkte ik hoe vaak lesmateriaal inhoudelijk klopte, maar in de klas niet goed werkte. Het vraagt om leraren die continu improviseren om het passend te maken. Dat zette mij aan het denken: waarom wordt de kennis van leraren zo laat in het ontwikkelproces benut? Die vraag bracht mij bij Human-Centered Design. 

Uit Silicon Valley

Human-Centered Design ontstond in Silicon Valley, waar grote bedrijven zoals Netflix, Uber en Apple al jaren werken met een simpele maar fundamentele vraag: wat hebben gebruikers écht nodig? Ontwerpers van deze bedrijven observeren gedrag, voeren gesprekken en testen ideeën in de praktijk voordat ze producten ontwikkelen. Wat gebeurt er als we deze manier van ontwikkelen toepassen in het onderwijs? 

In het onderwijs gebeurt dit nog vaak andersom. Nieuwe lesmethodes worden uitgebreid uitgewerkt voordat ze hun weg naar de scholen vinden. Leraren en kinderen krijgen vervolgens de rol van ‘gebruiker’, terwijl zij juist beschikken over cruciale praktijkkennis. Een gemiste kans.

Brugfunctie

Mijn achtergrond als leerkracht liet mij zien hoe complex het klaslokaal is. Mijn studie aan Stanford liet mij zien hoe het denken als een ontwerper kan helpen complexe vraagstukken op te lossen. In mijn huidige werk probeer ik die werelden te verbinden: vernieuwend lesmateriaal ontwikkelen dat gebaseerd is op wetenschappelijke inzichten, curriculum dekkend is én echt werkt in de dagelijkse praktijk. Die brugfunctie is essentieel voor duurzame onderwijsvernieuwing. Die ontstaat niet alleen vanuit beleid of theorie, maar juist op het snijvlak van onderzoek, ontwerp en praktijkervaring van leraren en kinderen. 

Wanneer onderwijsontwikkeling start vanuit de dagelijkse praktijk, verschuift de focus juist van de wát naar de hóé en waaróm. De vraag wordt niet alleen wat kinderen moeten leren, maar ook hoe zij leren, wat hen motiveert om te leren en hoe lesmateriaal past binnen de realiteit van een schooldag. Je komt terecht bij de kern waar het voor leraren en kinderen in het onderwijs om draait. 

Begrijpen context

Curriculumontwikkeling vormt terecht de basis van onderwijsvernieuwing. Toch leert Human-Centered Design dat succesvolle onderwijsvernieuwing begint bij het begrijpen van de context waarin het onderwijs plaatsvindt en dit te combineren met de laatste wetenschappelijke inzichten. Juist de combinatie van praktijkervaring en recente inzichten uit de leerwetenschappen maakt onderwijsvernieuwing krachtig.

Mens centraal

Een kernprincipe van Human-Centered Design – de term zegt het al – is om de mens steeds centraal te stellen. In het onderwijs zijn dat leraren en kinderen. Onderwijsvernieuwingen worden ontwikkeld mét de doelgroep, niet voor de doelgroep. In het onderwijs leveren gesprekken met leraren en kinderen verrassende en waardevolle inzichten.

Bij de ontwikkeling van taalopdrachten bijvoorbeeld, blijkt dat kinderen actiever betrokken raken wanneer zij een duidelijke rol krijgen in opdrachten, zoals onderzoeker, journalist of ontwerper. In ontwerpsessies geven kinderen aan dat opdrachten betekenisvoller worden wanneer zij voelen dat hun werk ergens toe leidt. Door deze inzichten te verwerken, ontstaat lesmateriaal dat beter aansluit bij de belevingswereld van kinderen.

Expertise leraren

Ook leraren brengen essentiële expertise in. Tijdens het ontwikkeltraject van een vernieuwende leesaanpak kwamen zij vaak met praktische randvoorwaarden die in de theorie gemakkelijk over het hoofd worden gezien. Hoe blijft differentiatie haalbaar? Hoe past een opdracht binnen de beschikbare lestijd? Hoe voorkom je extra werkdruk? Hoe volg je kinderen in hun ontwikkeling? Zo zorgde de inbreng van leraren dat een vernieuwende leesaanpak werkte in de dagelijkse praktijk van een klas.

In mijn werk zie ik hoe waardevol observaties en gesprekken in de klas zijn. Bij de ontwikkeling van een onderzoeksopdracht voor groep 6 bleek bijvoorbeeld dat kinderen enthousiast waren over experimenteren, maar moeite hadden met het structureren van hun bevindingen. Leraren gaven tegelijkertijd aan behoefte te hebben aan concrete handvatten voor reflectiegesprekken. Door beide perspectieven te combineren, ontstonden opdrachten waarin experiment en reflectie elkaar versterkten tot onderzoekend leren. 

Ook bij thematisch onderwijs zag ik dit terug. Kinderen blijken gemotiveerder wanneer hun werk zichtbaar wordt voor een publiek, zoals ouders of andere groepen. Door presentaties of tentoonstellingen onderdeel te maken van het lesmateriaal, neemt de betrokkenheid merkbaar toe.

Dit soort inzichten ontstaan alleen wanneer ontwikkelaars daadwerkelijk aanwezig zijn in de klaslokalen waar het materiaal wordt gebruikt. Wanneer leraren en kinderen onderdeel zijn van het ontwerpproces, ontstaat materiaal dat realistischer en beter bruikbaar is in de klas.

Onderwijs staat voor grote uitdagingen die vragen om samenwerking, creativiteit en durf om te experimenteren. Human-Centered Design biedt geen kant-en-klare oplossingen, maar wel een denkwijze die onderwijsvernieuwing dichter bij de praktijk brengt. Door leraren en kinderen actief te betrekken, de dagelijkse schoolrealiteit serieus te nemen en wetenschappelijke inzichten te benutten, wordt onderwijsvernieuwing realistischer en effectiever.

Samenwerken

Leraren weten als geen ander wat werkt, wat niet werkt en waarom. Daarom is het tijd scholen en leraren nadrukkelijker te betrekken bij de ontwikkeling van lesmateriaal. Niet alleen als testers of feedbackgevers, maar als volwaardige partners in het ontwikkelproces.

Dit vraagt van uitgevers en ontwikkelaars om een andere manier van samenwerken. Het biedt scholen kansen om invloed uit te oefenen op het materiaal waarmee zij dagelijks werken en onderwijs te ontwikkelen dat beter aansluit bij hun visie en praktijk.

Misschien is het tijd om onderwijsvernieuwing minder te zien als iets dat wordt ingevoerd – en meer als iets dat je gezamenlijk ontwerpt met de ervaringsdeskundigen: leraren en kinderen. 

 

Ron Huntley is voormalig leerkracht in het basisonderwijs. Hij ontwikkelt educatieve concepten en lesmateriaal. Hij studeerde Human-Centered Design aan Stanford University.