In Amsterdam gaf ik zelf ooit cursussen aan pedagogisch medewerkers. Hun taalaanbod aan baby’s en peuters werd gefilmd. Die filmfragmenten werden in kleine groepjes nabesproken. Dat kostte tijd. Er moesten namelijk minstens tien minuten worden ingeruimd voor de eerste reactie.

‘Neeee! Ik zie er niet uit!’ ‘Tjiieeeezusss, wég met die vrouw!’ ‘Oh wat érg! Wat zit mijn haar raar….’ ‘Doe ik echt zo met mijn mond de hele tijd?’ ‘Ik kan hier echt niet naar kijken. Nee hoor, ik kap hiermee’. Zonder uitzondering vonden ze zichzelf vreselijk. Ze konden het niet aanzien, draaiden met hun ogen, wendden zich in afschuw af. Tot dat langzaam wegebde, ze hun handen van hun ogen haalden, voorzichtig wenden aan hun eigen stem, hun gebaren, hun postuur. Dan pas kwam de interesse voor de inhoud en zagen ze dat ze veel dingen goed deden, en wat er beter kon. Ik zat daar minzaam glimlachend bij. Een beetje overdreven vond ik het wel, die afschuw. Ze zagen er gewoon zo uit, in het echt en dus ook op film. Niet raar of lelijk, niks om moeilijk over te doen. 

Simon stuurt mij zijn beelden. Dan kan ik zelf fragmenten uitkiezen die ik in de intervisie wil laten zien. Eerste fragment. Ik schrik me dood. Dat mollige vrouwtje met die drukke gebaartjes, wie ís dat? Ze draagt wel mijn kleren en mijn oorbellen… Nee, die stem! Een truttige nieuwslezeres uit 1960! Je zal er als leerling een heel lesuur naar moeten luisteren. Oh wat erg, wat beweeg ik veel, wat een onrust. Ik zie er ook echt niet uit. Paars staat me gewoon heel erg stom. En dat haar. Ik kan er echt niet naar kijken. Uit met die laptop.

’s Avonds kijk ik nog een keer. Nog steeds even stom. Een uur later: nog wel stom, maar iets minder erg. Ik stel ook best goede vragen eigenlijk. Na nog drie keer kijken durf ik een stukje te selecteren dat ik wel kan laten zien. Tijdens de intervisiebijeenkomst krimp ik nog een keer in elkaar als ik mezelf op het grote scherm zie. Ik probeer het niet te laten merken. Na de cursus loop ik met Simon de trap af. ‘Heb jij dat nou ook, dat je jezelf zo stom vindt op beeld?’ Hij kijkt verbaasd. ‘Nee. Als ik mezelf zie denk ik: oh, leuke vent wel!’