Leerlingvolgsystemen bieden in het basisonderwijs de mogelijkheid om de ontwikkeling van leerlingen beter te volgen en het onderwijs meer op maat te maken. Maar ze brengen ook het gevaar met zich mee van etikettering, administratieve druk en een te grote focus op meetbare prestaties. 

Basisscholen in Nederland zijn sinds schooljaar 2015-2016 verplicht met een leerlingvolgsysteem te werken om de ontwikkeling van leerlingen te volgen. Dit gebeurt vaak aan de hand van genormeerde toetsen voor taal en rekenen. Een lvs maakt ontwikkelingen zichtbaar op leerling-, groeps- en schoolniveau en biedt zo input voor rapportages, overdracht en kwaliteitszorg.

Meestal is een lvs een digitaal systeem waarin toetsresultaten, observaties en soms ook gegevens over de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen worden opgeslagen. Het is zowel een administratief hulpmiddel als een bron van informatie waarop onderwijsinhoudelijke keuzes kunnen worden gemaakt, bijvoorbeeld om op een andere manier instructie te geven of om extra ondersteuning te bieden (Rijksoverheid, 2015).

Kwantificeerbaar

Een lvs biedt een systematisch en cyclisch overzicht van de ontwikkeling van leerlingen. Met een lvs kun je de beginsituatie bepalen en het onderwijsaanbod plannen, uitvoeren, monitoren en bijstellen. Dit sluit aan bij opbrengstgericht werken, waarbij data worden gebruikt om het onderwijs continu te evalueren en te verbeteren (Faber et al., 2013).

De kans is hierdoor groot dat scholen vooral meten wat makkelijk toetsbaar en kwantificeerbaar is, waardoor onderwerpen als burgerschap, creativiteit of motorische ontwikkeling minder aandacht krijgen. De ontwikkelingsmogelijkheden van kinderen kunnen verschralen als vooral op basis van toetsuitslagen voor taal en rekenen beslissingen worden genomen, in plaats van op basis van de brede pedagogische kijk van de leerkracht.

Etikettering 

Daarnaast bestaat het risico van etikettering: leerlingen worden onbewust gereduceerd tot niveau-aanduidingen of een grafiek. Dat beïnvloedt het zelfbeeld en de motivatie en de kansen van de leerlingen. Vooral laatbloeiers en kinderen die een andere ontwikkelingslijn volgen, lopen het risico dat ze ondergewaardeerd worden of dat er te snel een bepaald prestatieniveau wordt vastgesteld, terwijl het potentieel misschien wel breder is of minder lineair (Cito, 2023).

Positieve effecten 

Het onderzoek van Faber & Visscher (2014) laat zien dat een digitaal leerlingvolgsysteem de leerprestaties kan verhogen, met name als leraren de verkregen informatie benutten om onderwijs op maat aan te bieden aan kleine groepen leerlingen. Als leraren niks doen met de gekregen informatie vindt er ook geen verhoging van de leerprestaties plaats. 

Datageletterdheid leraar

De mate waarin een (digitaal) lvs effectief is, hangt dus sterk af van het professionele oordeel en de datageletterdheid van leraren. Leraren moeten toetsuitslagen kunnen begrijpen, combineren met observaties en weten hoe ze die informatie omzetten in concrete onderwijsaanpassingen voor de leerling of de groep (Faber et al., 2013).

Wanneer leraren hierbij worden ondersteund, bijvoorbeeld door scholing of coaching, wordt het lvs vaker gebruikt om de leerlingen daadwerkelijk verder te helpen. Als de deskundigheid of tijd ontbreekt, zorgt het lvs enkel voor een hogere administratieve druk.

Zoals Cito aangeeft is een leerlingvolgsysteem op zichzelf geen garantie voor een betere ontwikkeling, maar een hulpmiddel dat het bestaande onderwijs kan versterken. Leraren moeten het leerlingvolgsysteem gebruiken om de groei vast te leggen maar het mag geen instrument worden om de meetcultuur te versterken.

Samenvattend kun je zeggen dat een leerlingvolgsysteem de ontwikkeling van leerlingen beïnvloedt. Leraren die goed weten om te gaan met de informatie uit een lvs, kunnen maatwerk leveren en leerlingen vroegtijdig opdrachten op zijn of haar niveau aanbieden. Met data uit een leerlingvolgsysteem kun je ook het eindadvies eerder voorspellen, wat bijdraagt aan onderwijs op maat. Maar een lvs richt zich in de meeste gevallen vooral op de cognitieve resultaten, waardoor andere talenten minder tot ontwikkeling komen. Ook is de kans op etikettering groot, want door een lvs te gebruiken worden leerlingen eerder in een hokje gestopt. Alles wordt immers gereduceerd tot getallen en grafieken.

 

Annette Reerink is student aan de Marnix Academie in Utrecht. Ze heeft veel interesse in kinderen en hun ontwikkeling.

 

Bronnen

Centraal planbureau. (2025, mei). De voorspellende waarde van toetsen uit het leerlingvolgsysteem voor de eindtoets CPB.nl. 

Cito. (2023, 16 augustus). Focus op groei, niet op selectie. Cito.nl.

Faber, M., Van Geel, M. & Visscher, A. (2013). Digitale leerlingvolgsystemen als basis voor Opbrengstgericht werken in het Primair Onderwijs. utwente.nl. 

Faber, M. & Visscher, A. (2014, juni). Leidt het gebruik van digitale leerlingvolgsystemen tot betere leerprestaties. Weten wat werkt en waarom, 3(2), 14-21. 

Rijksoverheid. (2015, 15 augustus). Hoe legt de basisschool de ontwikkeling van mijn kind vast?