Terwijl de marktwaardes van grote AI-bedrijven de lucht in schieten, nemen de zorgen in onderwijsland toe. Over de toenemende afhankelijkheid van grote niet-Europese bedrijven, onbetrouwbare informatie en de potentieel ontwrichtende uitwerking op klassieke onderwijsvormen. Welke leerling schrijft nog een boekverslag als een chatbot dat binnen enkele secondes produceert? Precieze cijfers over AI zijn er niet, maar alles wijst erop dat met name middelbare scholieren er massaal gebruik van maken. Leraren en scholen worstelen er vaak nog mee. Het vorig jaar verschenen rapport AI in het onderwijs van de OCW Onderwijscommunity concludeerde dat er in het onderwijs grote behoefte is aan helder AI-beleid.  

 

‘Investeren in digitale geletterdheid docenten’

 

Martin Bakker

 

Docent aardrijkskunde en AI-expert op het Segbroek College (Den Haag):

‘Ik zou rond AI meer nationale regie willen zien. Nu krijgen docenten vaak de vraag of ze wel met Big Tech-applicaties zouden moeten werken, maar daar gaan zij helemaal niet over. Want was is het alternatief? Ja, je kunt met open source-software eigen AI-varianten ontwikkelen waarbij privacy beter gewaarborgd is. Een enkele school doet dat ook. 

Maar daar hangt een flink prijskaartje aan. De overheid zou een centrale AI-infrastructuur moeten faciliteren waar scholen gebruik van kunnen maken. Een ander punt is de digitale geletterdheid van docenten. Daarin moet flink geïnvesteerd worden. Ik schat dat nog geen 10 procent van de huidige docenten weet hoe je AI effectief kunt inzetten. Als je dat niet weet – of nog erger, denkt dat je AI kunt negeren – ga je de mist in. 

Mits goed gebruikt is AI echt een verrijking. Leerlingen van mij maakten een profielwerkstuk over de klimaatadaptatie van Haagse woonwijken. Daarvoor deden ze allerlei taken zelf: veldwerk, interviews met bewoners en ambtenaren. Maar dankzij AI-toepassingen werd het een veel diepgaander onderzoek dan vroeger mogelijk was geweest. Als je weet wat je met je onderwijs wil, is AI een prachtig hulpmiddel.’

 

‘Willen we nog afhankelijker worden van Big Tech?’

 

Remco Pijpers

 

Strategisch adviseur digitale geletterdheid (Kennisnet): 

‘AI vormt absoluut een uitdaging. We liggen al in allerlei opzichten aan het infuus van Big Tech, als we niet uitkijken wordt dat alleen maar erger. Bedrijven als Google en Microsoft maken zeer gebruiksvriendelijke producten, maar daarmee lokken ze scholen wel hun cloudsystemen in waar je moeilijk uit kunt stappen. Willen we echt nóg afhankelijker worden? 

Een ander probleem is de inherente onbetrouwbaarheid van AI. Als AI iets niet weet, komt het met een verhaal dat plausibel klinkt, maar niet hoeft te kloppen. Claims dat dit hallucineren binnenkort tot het verleden behoort, neem ik met een korreltje zout. Tegelijkertijd moet het onderwijs zich wel tot AI verhouden, want leerlingen gebruiken het. De Belgische onderzoekers Jan Masschelein en Maarten Simons bepleiten een pedagische Turingtest: als AI een toetsvraag kan beantwoorden, is het geen goede vraag.

Ik woonde laatst een les bij waar leerlingen klassikaal twee hoofdredactionele commentaren over AI en onderwijs moesten lezen en bespreken. Zo stimuleer je het nadenken over dit soort technologieën, zonder dat er een scherm aan de pas komt. Schoolbesturen, vakverenigingen en lerarenopleidingen moeten opstaan en het onderwijs weerbaar maken. Gelukkig pakken veel scholen en leraren deze handschoen al op.’

 

‘Dankzij AI terug naar de tekentafel’

 

Berend Last

Schrijver, leraar en mede-initiatiefnemer van het platform voor AI-geletterdheid AI voor docenten:

‘AI houdt het onderwijs een spiegel voor. In plaats van daar je voordeel mee te doen, worden veel mensen boos op wat ze zien. Leraren klagen over volledig door AI geschreven reflectieverslagen. Maar zo’n reflectieverslag is hét schoolvoorbeeld van alles wat er mis is met toetsing in Nederland. Reflectie gebeurt in je hoofd en niet op papier. Daarom is een reflectiemoment inplannen in de klas veel zinvoller dan zo’n verslag.

Dankzij AI moeten we terug naar de tekentafel en dat vind ik een welkome ontwikkeling. Maar wel met beleid. Veel leraren weten niet goed wat ze aanmoeten met AI en hebben ondersteuning nodig. Ik zie zelf een belangrijke rol voor instanties als Kennisnet. Het ministerie van OCW wijst vooral naar de scholen zelf. Dat schiet nog niet op. Ik geloof wel dat scholen die al formatief werken, minder van de kook raken door AI dan scholen die nog vooral traditioneel summatief toetsen. Misschien hebben we het wel te veel over AI. Je moet een scherpe onderwijsvisie hebben, weten welke leerdoelen je echt wilt bereiken. Dat maakt het veel makkelijker om zaken als AI een plek te geven.’  

Ga naar het rapport AI in het onderwijs