Wat ‘Zwarte Zwanen Scholen’ en ‘Is daar iemand?’ vragen van onderwijsbestuurders
Recent verschenen de boeken Zwarte Zwanen Scholen van Iliass El Hadioui en Is daar iemand? van Gert Biesta. El Hadioui bepleit ‘om onze zwarte zwanen scholen niet te reduceren tot een abnormale afwijking, maar te emanciperen tot het normale, kwalitatieve schoolvoorbeeld voor alle witte zwanen scholen’. Biesta stelt voor om gelijke kansen in het onderwijs vooral te laten gaan over gelijkheid in existentie en in mindere mate over gelijkheid van prestatie/succes, want ‘school cannot compensate for society (Basil Bernsten)’.
Wat betekent dit voor goed onderwijs? En wat vraagt dat van een onderwijsbestuurder? De boeken geven wat ons betreft een scherp perspectief. Samen gelezen laten ze zien dat onderwijskwaliteit niet alleen gaat over wat leerlingen of kinderen leren, maar ook over de wereld waarin zij leren én wie zij daarin kunnen worden en het belang van de school als oefenplaats van die wereld.
De school als minisamenleving
In Zwarte Zwanen Scholen beschrijft El Hadioui hoe jongeren navigeren tussen verschillende werelden: thuis, peer group en school. Gedrag dat op school problematisch lijkt, blijkt vaak logisch binnen die context. Zijn inzicht dat de school een minisamenleving is, is daarbij cruciaal. In die sociale ruimte, de school, komen verschillende normen en verwachtingen samen. Leerlingen leren er niet alleen vakinhoud, maar ook hoe ze zich tot anderen en tot de samenleving verhouden.
Voor bestuurders betekent dit dat onderwijskwaliteit niet alleen gaat over lesgeven, maar ook over hoe de school functioneert als een rechtvaardige en inclusieve samenleving in het klein.
Podium, coulissen en kleedkamer
Om de professionele cultuur op een school te beschrijven, gebruikt El Hadioui de metafoor van een theater. Het acteren vindt plaats op het podium, de regie-aanwijzingen komen uit de coulissen en de kleedkamer is de plek waar informeel contact plaatsvindt. Toegepast op de school betekent dat er zich drie verschillende ruimtes aftekenen:
1. het podium is wat zichtbaar wordt in de klas: pedagogisch en didactisch handelen in de praktijk en het zichtbare effect daarvan op leerlingen
2. in de coulissen krijgt de professionele samenwerking vorm en worden professionele standaarden ontwikkeld die gedragen worden door het team
3. de kleedkamer is de plek waar de informele schoolcultuur zich manifesteert, waar impliciete overtuigingen en verwachtingen zichtbaar worden
Wat op het podium gebeurt, wordt in hoge mate bepaald door wat zich afspeelt in de coulissen en kleedkamer. Lage verwachtingen, vermijdingsgedrag of verschillen tussen klassen zijn zelden puur didactische vraagstukken. Ze hangen samen met cultuur en overtuigingen. Op veel scholen is de kleedkamer bepalender dan de coulissenruimte.
Sturing op de professionele cultuur vraagt van bestuurders aandacht voor alle drie de ruimtes, binnen de scholen, maar ook tussen de scholen, zoals in de professionele samenwerking tussen schoolleiders en de bestuurder. Vooral het vergroten en het invullen van de coulissenruimte t.o.v. de kleedruimte is belangrijk en dat is een mooie brug naar het essay van Gert Biesta.
Is daar iemand?
Waar El Hadioui de sociale en culturele context zichtbaar maakt, stelt Biesta in Is daar iemand? een andere fundamentele vraag: bereikt onderwijs de leerling wel als persoon? Hij waarschuwt voor een onderwijspraktijk waarin leerlingen vooral worden benaderd als object van interventie, als iemand die moet presteren (kwalificatie en socialisatie), als een leeg vat dat volgegoten dient te worden met kennis. Daartegenover plaatst hij het idee van subjectificatie. Onderwijs als ruimte waarin iemand kan verschijnen als een uniek en verantwoordelijk mens, die leert zelf te beoordelen wat van waarde is.
Voor bestuurders betekent dit dat goed onderwijs in de eerste plaats gaat over wat aan de leerlingen gegeven wordt en waartoe dat moet leiden, zodat leerlingen de ruimte krijgen om zich als iemand te ontwikkelen.
Een ongemakkelijke spanning
Samen leggen deze boeken een ongemakkelijke spanning bloot. Begrip voor context kan leiden tot lagere verwachtingen. De nadruk op individuele ontwikkeling kan blind maken voor ongelijkheid. De natuurlijke focus op de didactische techniek op het podium zet de pedagogische opdracht binnen onze scholen onder druk. In de school als minisamenleving moeten deze perspectieven samenkomen. Dat vraagt om scholen waar verschillen erkend worden én duidelijke normen gelden, waar ruimte is voor ontwikkeling én hoge verwachtingen voor iedereen. Waar mensen gezien worden en uitgenodigd worden mens te zijn. Dit is wat zwarte zwanen scholen zo goed doen. In deze scholen werken leraren samen, vanuit een gefundeerd geloof in het gezamenlijk kunnen.
Impact voor bestuurders
De rol van bestuurder wordt hierdoor rijker. Wat vraagt het om verantwoordelijk te zijn voor goed onderwijs? Op zijn minst is de bestuurder:
- systeemlezer, die begrijpt dat gedrag en resultaten voortkomen uit de context van complexiteit;
- cultuurontwikkelaar, die werkt aan de versterking van de coulissenruimte, de professionele gemeenschap;
- aanjager van het gesprek over overtuigingen en verwachtingen, over vertrouwen en verantwoordelijkheid, die zowel in de coulissenruimte als in de kleedkamer een plaats heeft;
- hoeder van de pedagogische opdracht, die bewaakt dat de vraag ‘waartoe?’ steeds wordt gesteld en beantwoord in het licht van mens-wording van kinderen.
Goed bestuur speelt zich daarmee af in een spanningsveld tussen begrijpen en begrenzen, ruimte en richting, tussen context en ambitie en tussen systeem en individu, de ik en de wij.
De boeken geven concrete oplossingen, die toegepast kunnen worden in de context van het bestuurlijke werk en daarnaast voldoende aanknopingspunten tot reflectie en mogelijk handelen. Ze roepen vooral de vraag op die wij, bestuurders (en ook schoolleiders), onszelf moeten stellen:
Is deze school een plek waar kinderen alleen beter worden in iets, (en) of ook een plek waar zij iemand kunnen worden?
Misschien is het feit dat beide vragen ertoe doen én nodig zijn, wel de kern van onderwijskwaliteit en daarmee ook van goed bestuur. Dank voor de inzichten!
Marten Elkerbout, Martijn van Tilburg SAAM* scholen en Sylvia Veltmaat Flores Onderwijs.
Dit is een ingezonden artikel, waarvoor de redactie niet verantwoordelijk is. Lees hier meer over ons beleid aangaande ingezonden stukken.