Aan een extern ingehuurde docent hangt een flink prijskaartje. De kosten bedragen ongeveer het dubbele van een docent in loondienst, becijferde de Algemene Rekenkamer in 2024. Toch zijn po en vo – aangejaagd door het lerarentekort – de afgelopen tien jaar steeds meer geld gaan uitgeven aan externe inhuur. Maar die groei is nu tot staan gebracht, blijkt uit de eind vorig jaar door het ministerie van OCW gepubliceerde Trendrapportage Arbeidsmarkt Leraren po, vo en mbo 2025. Zo’n 5 procent van het personeelsbudget van scholen gaat naar externe inhuur – vergelijkbaar met het jaar daarvoor. Tegelijkertijd kondigen steeds meer schoolbesturen aan externe inhuur te willen terugdringen. Is er een kentering op komst?

Foto Floor van Maaren

Floor van Maaren

Onderzoeker van de Algemene Rekenkamer: 

‘In 2024 hebben wij onderzoek gedaan naar externe inhuur in het voortgezet onderwijs. Daarbij vielen de verschillen tussen schoolbesturen op. Er zijn besturen die de door de sector zelf geformuleerde norm – maximaal 5 procent van het personeelsbudget naar externe inhuur – overschrijden, in sommige gevallen ruim. Ook stelt het ene bestuur zich zakelijker op dan het andere. Externe inhuur is soms onvermijdelijk, maar sommige schoolbesturen onderhandelen niet over de gevraagde prijs. Terwijl dat wel loont. Een schoolbestuurder belegde eens een gezamenlijke vergadering met meerdere detacheringsbureaus, puur om duidelijk te maken dat hij een keuze heeft. Zo dwing je scherpere tarieven af. Of 5 procent aan externe inhuur hoog of laag is? Daarover hebben wij geen oordeel. Bedenk dat tijdelijke subsidieregelingen, zoals het Nationaal Programma Onderwijs, het aandeel externe inhuur kunnen vergroten. Je kunt je wel afvragen waarop deze norm is gebaseerd. De Rijksoverheid hanteert bijvoorbeeld de zogeheten Roemernorm, die voorschrijft dat maximaal 10 procent van het personeelsbudget aan externe krachten mag worden besteed. Dat is dus al het dubbele. Waar het ons om gaat, is dat schoolbesturen inzicht hebben in de met externe inhuur gepaarde kosten en zich bewust zijn van hun eigen speelruimte.’

Foto Arie van Loon

Arie van Loon

Lid van het college van bestuur van scholengroep Amos:

‘Externe inhuur terugdringen kán. Met BBO – een vereniging van Amsterdamse schoolbesturen – hebben we vorig jaar besloten de externe inhuur in stapjes af te bouwen. Dat ging sneller dan verwacht. In een jaar tijd is het gedaald van circa 200 naar 80 fte. We hebben campagne gevoerd om ingehuurde leraren te overtuigen dat het onderwijs gebaat is bij vaste dienstverbanden. Dat werkte. Sommige leraren zijn al op de pabo door uitzendbureaus geworven en schrikken als ze horen wat scholen aan hen kwijt zijn. Maar ook voor de saamhorigheid van een team is het goed als leraren zich echt aan een school verbinden. Dat de belastingdienst weer op schijnzelfstandigheid controleert, speelt ook een rol. ZZP’ers die eerder twijfelden, kiezen nu toch voor een vast contract. Verder proberen we als werkgevers wat flexibeler te zijn. Als een leraar vroeger een half jaar op wereldreis wilde, kon dat niet. Nu zijn we daar minder rigide in. We hebben een flinke stap gezet, maar zijn er nog niet. Ik zou graag een met vaste krachten bemenste vervangingspool opzetten, zodat we ook kortlopende uitval weer zelf kunnen opvangen. Dan kan de externe inhuur verder omlaag.’

Foto Leontes Henriquez

Leontes Henriquez

Docent Engels via detacheringsbureau Maandag:  

‘Tijdens mijn studie ben ik via Maandag gaan werken en dat bevalt uitstekend. Het geeft flexibiliteit en is goed te combineren met mijn andere activiteiten, zoals het ontwikkelen van lesmateriaal en het geven van trainingen. Contractueel hoef ik op school geen vergaderingen bij te wonen, al ben ik daar niet streng in. Als het zin heeft, schuif ik gewoon aan. Ik wil best vast in dienst, maar zo makkelijk is dat niet. Lerarentekort? Hier in Groningen speelt dat minder. Dat blijkt ook uit de aanbiedingen die ik krijg. Ik heb veel expertise in huis en weet wat ik waard ben. Toch proberen scholen mij steevast laag in te schalen. Salaris is niet het belangrijkste. Mijn recruiter neemt regelmatig contact op, zorgt voor een bloemetje op de Dag van de Leraar en komt op mijn verjaardag persoonlijk langs. Kleine gebaren, waar waardering uit spreekt. Toch verwacht ik op den duur vast bij een school te werken. Sinds een paar jaar merk ik dat scholen echt moeite doen om externe inhuur te beperken. Dat is ook prima. Detacheringsbureaus zijn goed voor kortlopende vervangingen. Maar een vaste formatieplek moet je zo niet invullen.’