Twee decennia voor de invoering van de Leerplichtwet (1901) was Geluks visie op vakantie echter alleen van toepassing op kinderen uit de hogere sociale klassen. Hij benadrukte dat vakanties een belangrijke gezinsfunctie hadden. Ouders van wie de kinderen ver ‘van den huiselijken kring’ werden opgevoed – op een internaat of in een gastgezin in de stad voor het volgen van middelbaar onderwijs – kregen tijdens een vakantie de gelegenheid ‘hun kinderen weder geheel te bezitten’. Dit was volgens Geluk noodzakelijk om ‘het verbreken of losworden der banden, die ouders aan hun kinderen bindt, [te] voorkomen’.

Bijdragen aan inkomen

Voor kinderen uit arbeidersgezinnen, de lagere middenstand of daglonersgezinnen op het platteland was de luxe van een vakantie onbereikbaar. Hun schoolbezoek was doorgaans toch al onregelmatig. Tijdens schoolvakanties – en dikwijls ook daarbuiten – was hun inzet hard nodig om bij te dragen aan het karige gezinsinkomen, waardoor van daadwerkelijke rust of vrijheid geen sprake was. Op het platteland hielpen kinderen gedurende het jaar mee bij ‘tuin- en veldarbeid’: de graan-, aardappel- en bietenoogst, alsmede de appel-, peren-, bessen-, bonen- en aardbeienpluk. 

‘Oude politieke prenten ongemakkelijk actueel’

De Lager Onderwijswet van 1878 bracht voor het eerst structuur in de schoolvakanties, al was er van landelijke regels nog geen sprake. Artikel 21 van deze wet legde ‘de regeling van vacantiën’ bij het schoolhoofd neer. Wel moesten de burgemeester, wethouders en de districtsschoolopziener het besluit goedkeuren. Deze lokale aanpak laat zien dat er destijds nog helemaal geen maatschappelijk of wetenschappelijk antwoord was op de vraag of, en zo ja hoe lang, een kind eigenlijk vakantie nodig had.

Summer learning loss

Na de invoering van de Leerplichtwet hielden gemeentelijke commissies tot wering van schoolverzuim – de voorlopers van de leerplichtambtenaar – toezicht op ongeoorloofd verzuim, omdat veel ouders hun kinderen ook buiten de vakanties thuis hielden om mee te werken in het bedrijf of op het land. In de klas gaf dit ongeoorloofd wegblijven problemen, vooral op het platteland.

Als leerlingen voor veldarbeid ‘een poos zijn weg geweest, moet de onderwijzer al zijn kracht inspannen om hen weer bij te brengen. Zoo blijft de heele klasse achter.’ Tegenwoordig staat dit bekend als summer learning loss: tijdens een periode van afwezigheid, de lange zomervakantie, verliezen sommige leerlingen een deel van hun vaardigheden en kennis. 

Er waren ook andere problemen. Bij het binnenhalen van de oogst in de zomervakantie werd onder 11- en 12-jarigen bier en jenever geschonken, aldus een rapport uit 1914. Onderwijzers werden geacht op te treden als drankbestrijders, omdat alcohol het geluk en de leerprestaties van kinderen bedreigde en tal van fysieke problemen veroorzaakte. 

‘Huiswerk tijdens zomervakanties roept weerstand op’

Het bewaken van de volksgezondheid – kinderen van de drank afhouden – en het in de hand houden van sociale problemen door de schoolvakanties, klonk ook door in de jaarlijkse verslagen van de toenmalige Onderwijsinspectie. Schoolopzieners adviseerden vakanties strategisch te plannen rondom lokale kermissen, die als een moreel risico werden beschouwd: ‘Elk gehucht heeft zijn eigen kermis, waar de jeugd het slechte voorbeeld van ouderen voor oogen heeft.’ Wat was het probleem? Op kermissen schuimden leerlingen de terrassen rond het dorpsplein af en dronken de restjes bier en wijn uit glazen leeg. Soms kregen ze zelfs drank aangeboden.

Huiswerk in de vakantie

Hoewel het onderwijs sinds de tweede helft van de negentiende eeuw is veranderd, is er een continuïteit in de discussie over huiswerk tijdens zomervakanties. De hedendaagse schoolpraktijk waarbij leerlingen opdrachten of herhalingsstof meekrijgen om de zomermaanden te overbruggen, stuitte namelijk ook in de negentiende eeuw al op kritiek. Pedagoog Jan Geluk keurde zogenoemd ‘vacantiewerk’ in 1882 nadrukkelijk af:

‘Op vele inrichtingen van onderwijs bestaat nog de gewoonte om de leerlingen zoogenaamd vacantiewerk op te geven. Zoowel met het oog op den afkeer, die bij de leerlingen van zulk werk bestaat, als op de geringe vruchten, die men er uit hoofde van gebrek aan controle en correctie van verwachten mag, kan die handelwijze niet aanbevolen worden.’

Jordaan 1913 Tuin en veldarbeid

De afbeeldingen zijn gemaakt door politiek tekenaar L.J. Jordaan (1885-1980) naar aanleiding van het Kongres voor Kinderbescherming, 1913. Collectie Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG), Amsterdam.

Geluks argumenten klinken actueel. Zowel toen als nu wordt betoogd dat verplichte cognitieve inspanning tijdens rustperiodes vaak averechts werkt: het roept weerstand op, terwijl het leerrendement door gebrek aan begeleiding beperkt blijft.

Tegelijkertijd zijn er ook argumenten om kinderen tijdens de lange zomervakantie intellectueel actief te houden. Al hoeft dat niet per se via huiswerk. Laat kinderen lezen. Bezoek musea. Speel spelletjes met ze. Ga eropuit. Zulke ervaringen zorgen ervoor dat kinderen nieuwsgierig blijven en verkleinen de kans op summer learning loss.

Ook hier speelt sociale ongelijkheid een rol. Kinderen uit armere gezinnen hebben vaak minder toegang tot boeken, vakanties en culturele activiteiten. De prenten die politiek tekenaar L. J. Jordaan in 1913 maakte voor het Kongres voor Kinderbescherming (zie afbeelding) zijn daarom nog altijd ongemakkelijk actueel: het maakt nogal verschil of je als kind onder of boven de ‘scheidingslijn’ bent geboren.

 

Jacques Dane is historicus en hoofd onderzoek en conservator bij het Nationaal Onderwijsmuseum in Dordrecht. Scan de code voor de online versie met de bronnen.

Bronnen

Ingrid van der Bij, Jacques Dane e.a. (2006). Honderd jaar kinderbescherming, Uitgave ter gelegenheid van het jubileum van de Raad voor de Kinderbescherming en de Kinderwetten (1905-2005). SWP.

Jan Geluk (1882). Woordenboek voor opvoeding en onderwijs. J.B. Wolters.

F.L. Ossendorp (1914). Congres voor Kinderbescherming 1913. Verslag van het congres gehouden op 13, 14, en 15 december 1913 te Amsterdam. Edelman en Barendregt.

Henriëtte Roland-Holst-van der Schalk (1932). Kapitaal en arbeid in Nederland (Reprint 1977, vierde verbeterde en met een tweede deel vermeerderde druk uit 1932). SUN (Socialistische Uitgeverij Nijmegen).

J.H. Varekamp (1914). Alcoholgebruik door schoolkinderen. Verslag van een onderzoek dienaangaande ingesteld door het Hoofdbestuur der Nederlandsche Onderwijzers Propaganda-Club (voor drankbestrijding). Ned. Onderwijzers Propaganda-Club.

Websites

Huiswerk tijdens de zomervakantie? Website Rondom leren. Expertise in Onderwijs – Remedial teaching – Diagnostiek (bezocht op 27-05-2026).

Vijf vragen over de zomervakantie (2024). Gesprek met Jacques Dane. Nemo Kennislink 

Waarom hebben we zes weken zomervakantie? (2025). Gesprek met Eddy Habben Jansen, beleidsadviseur bij de Vereniging Openbaar Onderwijs en Jacques Dane, hoofd onderzoek en conservator van het Nationaal Onderwijsmuseum. NPO Luister | Alledaagse vragen BNN/VARA 

Waarom huiswerk en leren voor toetsen in de vakantie een no-go is. Blog scholieren.com. 

Zijn er nog vragen over schoolvakanties? (2026). Website Spraakmakers. NPO Radio 1.