Het begrip the weight of history is helaas niet meer dan een strogewicht, de allerlaagste gewichtsklasse in de bokswereld. Niemand lijkt terug te kijken naar de in de afgelopen eeuw gevoerde oorlogen en gepleegde gruwelijkheden jegens de mensheid, om daar dan de conclusie uit te trekken dat we beter af zijn als er wereldvrede is.
Het grondbeginsel van the weight of history is níet het idee dat geschiedenis een zware belasting is. Het verleden kan juist een ondersteunende morele, culturele en vormende kracht zijn, ‘die richting geeft aan collectieve herinneringen, trauma’s en overwinningen,’ aldus de International Society for Human Rights (ISHR). Deze aspecten ‘vormen een gedeeld referentiekader waarmee samenlevingen hun heden begrijpen en hun toekomst verbeelden’.
Het gewicht van het onderwijs, zo zou je kunnen stellen, speelt een leidende rol in de manier waarop leerlingen, de toekomstige volwassenen, naar het verleden kijken en daar lering uit trekken. Dit idee is niet nieuw.
Vredespropaganda
In De Bode, het blad van de Bond van Nederlandse Onderwijzers (de voorloper van de huidige Algemene Onderwijsbond), verscheen op 25 maart 1938 een artikel getiteld ‘Vredespropaganda’. De Bode constateerde dat de ‘vredesapostelen de wind niet in de zeilen hebben, sterker, zij worden stil onder de tegenslagen’. Wat was er aan de hand in 1938?
Op zondag 13 maart annexeerde Nazi-Duitsland met een geweldloze inval Oostenrijk. Deze annexatie kwam hard aan, de trieste feiten waren bekend en behoefden geen nadere uitleg. Ook over ‘de fabelachtige sommen, die Europa aan bewapening besteedt en over het feit dat ook op dit punt Nederland heeft bewezen een deel van Europa te zijn’, hoefde men niet te schrijven. Ook de vraag wat de oorzaken zijn van oorlog en vrede bleef onbesproken. Het was niet de taak van een onderwijsvaktijdschrift om factoren als kapitalisme, fascisme, communisme, socialisme en democratie te analyseren: ‘Wij hebben daarover allen zo onze mening, maar onze invloed is maar zeer, zeer gering.’ Waarover ging het artikel dan wel?
Alle factoren die leiden tot oorlog of vrede, zijn uiteindelijk terug te voeren tot de mens zelf. ‘De mens is het materieel, voor nationaal-socialisme, voor communisme, maar ook voor socialisme en democratie.’ Juist hier ligt de plicht van het leraarsberoep: ‘de vorming van de mens’. Leerkrachten, zo stelde De Bode, ‘hebben een behoorlijke invloed op de mens van morgen’: ‘Onze invloed oefenen we dagelijks uit, van uur tot uur, door ons woord en door de keuze onzer leerboeken.’
Over de lesmethodes voor het vak geschiedenis, maakte De Bode zich grote zorgen. Uit het rapport Vredesbeweging en Volkenbond op onze scholen (1935) van de Nederlandse Commissie voor het Geschiedenisonderwijs kwam naar voren, dat de behandeling van de in 1919 opgerichte League of Nations (de Volkenbond) tekortschoot: Nederlandse leerlingen leerden nauwelijks iets over deze organisatie, die als doel had internationale samenwerking te bevorderen en geschillen en oorlogen te voorkomen. Vooral de geschiedenismethodes uit rooms-katholieke hoek kregen een flinke onvoldoende.
‘Van oorlog en vrede’
Die onvoldoende was onder andere toe te rekenen aan de methode Van oorlog en vrede uit 1933 (zie illustraties). Op het eerste gezicht was daar niets op aan te merken. De Volkenbond werd uitgebreid besproken. Behaalde successen tussen 1920-1930 kwamen aan de orde, zoals in 1925, toen de Volkenbond een botsing tussen Griekenland en Bulgarije beslechtte en een conflict over oliebronnen tussen Turkije en Engeland voorkwam.
De kritiek uit rooms-katholieke kring op de Volkenbond was pedagogisch en ideologisch. De auteurs van Van oorlog en vredeveroordeelden vooral het feit dat de bijzondere verdiensten van de katholieke kerk door de buitenwacht – de Volkenbond – ‘stelselmatig worden genegeerd’. Verder waren de katholieke pedagogen van mening ‘dat het groote middel tot vredelievende opvoeding niet eens het onderwijs is, maar gebed en offer, waartoe dat onderwijs moet voeren’. Bidden voor vrede, zo luidde de boodschap van de ‘Katholieke Vredesgedachte’.
Vredesgedachte en maatschappijverbetering
De Bode vond bidden alleen niet genoeg. De school is juist een maatschappelijk instituut dat in sterke mate beïnvloed wordt door de maatschappij. Daarom dienen leerkrachten de vredesgedachte – met in het kielzog daarvan ‘maatschappijverbetering’ – binnen en buiten de schoolmuren te bepleiten. Daarom werd de onderwijzersvakbond in 1938 voorgesteld als een soort ‘verzekeringmaatschappij’, met grote verplichtingen: ‘Het behoud van de vrede is in hoge mate afhankelijk van de maatschappelijke welstand van de grote massa. Ieder weet, dat eerste voorwaarde voor beschaving in die maatschappelijke welstand gelegen is, en ieder weet ook, dat de grote massa nooit gemakkelijker tot het avontuur van de oorlog te brengen is, dan in tijden van werkloosheid en armoede.’ Dit ‘avontuur’ diende voor alles voorkomen te worden.
In Nederland was er in 1938, aldus De Bode, ‘geen oorlogszuchtiger groep’ dan de Nationaal Socialistische Beweging (NSB), die zijn voedingsbodem vindt ‘in werkloosheid, armoede en vertwijfeling’. De arbeidersbeweging was een fel bestrijder van de NSB en daarom riep de Bond van Nederlandse Onderwijzers leerkrachten op om samen met de leden van de moderne vakbeweging met alle kracht te strijden voor vrede. Ruim een jaar later viel Nazi-Duitsland Polen binnen – de Tweede Wereldoorlog was een feit.
Rentmeesterschap
Een echo van de vredesboodschap van de Bond van Nederlandse Onderwijzers werd recent door de Tilburgse hoogleraar onderwijssociologie Marc Vermeulen verwoord. Hij pleit voor een ‘positieve onderwijssociologie’, waarin zichtbaar wordt gemaakt wat de rol van onderwijs in de samenleving is. Hij gebruikt hiervoor het (Bijbelse) begrip ‘rentmeesterschap’: zorgvuldig omgaan met de aarde en met haar hulpbronnen. We hebben de wereld niet van onze voorgangers gekregen om deze te verspillen, aldus Vermeulen. Leerkrachten moeten haar ‘doorgeven aan onze opvolgers in een vorm die hen inspireert en mogelijkheden geeft’.
Wapens horen daar niet in thuis. Vrede wel.
Jacques Dane is hoofd onderzoek en conservator van het Nationaal Onderwijsmuseum.
Bronnen
The Weight of History, website International Society for Human Rights (Published: March 19, 2025)
N.N., ‘Vredespropaganda’. In: De Bode. Orgaan van de Bond voor Nederl. Onderwijzers. 50e jaargang, nummr 12, 25 maart 1938. De Bode verscheen wekelijks in een oplage van 8.000 exemplaren.
D.G.G. van Ringelstein en J.J. Doodkorte (1933). Van oorlog en vrede. Hilversum: N.V. Paul Brand’s Uitgeversbedrijf.
Marc J.M. Vermeulen (2025). Richting geven. Leraarschap in tijden van politieke turbulentie. Tilburg: Tilburg University.