Ten eerste is in de uitgangspunten voor de werkopdracht wederom gekozen voor het rationale dat uitgaat van “de drie doeldomeinen kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming”. Daarmee zijn een aantal problemen te voorzien, die zich in de periode Onderwijs2032 en Curriculum.nu ook al voordeden. Zo wordt het rationale in het document gepresenteerd als onomstreden aanname in plaats van de ideologische opvatting welke het in feite is. Men zou bijvoorbeeld ook kunnen betogen dat kwalificatie het doel van onderwijs is, dat voor het bereiken van dat doel een zekere mate van socialisatie nodig is, en een zekere mate van persoonsvorming een onvermijdelijk gevolg van onderwijs is (maar dus niet als doeldomeinen in het nationaal curriculum thuishoren). Nog een probleem: het rationale met de drie doeldomeinen is een uitgangspunt dat conflicteert met een ander uitgangspunt waarmee de werkopdracht begint, namelijk: “De concept-kerndoelen doen recht aan de vrijheid van inrichting en de pedagogisch-didactische vrijheid van de school, conform artikel 23, lid 2, van de grondwet.” De SLO moet dus aan de slag met socialisatie en persoonsvorming, terwijl de overheid in Nederland daar helemaal niet over gaat. Maar weinigen lijken dat te begrijpen, nog een probleem van deze drie doeldomeinen: het rationale daarvan is in een bijlage van de werkopdracht zo beknopt en op zodanig wollige wijze uitgewerkt dat de mogelijkheid tot verkeerde of diffuse interpretatie groot is. Dit probleem is bij de uitwerking van de voorstellen van Onderwijs2032 én Curriculum.nu ook al geconstateerd – hier lijkt hier dus niet van geleerd te zijn.
Ten derde wordt in de uitgangspunten (en op andere plekken in de werkopdracht) benadrukt om de nieuwe concept-kerndoelen uit te werken “op basis van elk geval de opbrengsten van Curriculum.nu: visie, grote opdrachten en bouwstenen, rekening houdend met de aanbevelingen van de wetenschappelijke curriculumcommissie ten aanzien van de opbrengsten van Curriculum.nu”. Dit terwijl het oordeel van critici en onder meer de wetenschappelijke Curriculumcommissie zelf was dat de opbrengsten van Curriculum.nu niet goed bruikbaar zijn (samenvattend, netjes geformuleerd), onder meer door de grote verschillen tussen de voorstellen per leergebied en de eerdergenoemde misinterpretatie van de drie doeldomeinen.
Ten slotte ligt er in de werkopdracht nog altijd (net zoals bij Onderwijs2032 en Curriculum.nu) veel nadruk op ‘samenhang’ in het curriculum, terwijl door critici in het verleden al meerdere malen is aangetoond dat de onderbouwing van dit ontwerpprincipe om zijn zachtst gezegd discutabel is (met uitzondering van talige kennis dat in elk leergebied een plek zou moeten krijgen, zoals de werkopdracht ook terecht opmerkt). Waar dit concreet mis kan gaan is bijvoorbeeld terug te zien in de opmerking dat “reken- en wiskundige kennis, vaardigheden en inzichten zoveel mogelijk met inhouden van het leergebied in kwestie worden verboden” en de notie van “verbindende vaardigheden” (eerder vakoverstijgende (Onderwijs2032) en brede (Curriculum.nu)vaardigheden waarvan de betrokkenen – ondanks felle kritiek– maar geen afscheid lijken te willen nemen.
Erik Meester is opleidingscoördinator van de master Curriculumontwikkeling voor Primair Onderwijs aan de Radboud Universiteit en Jaap Scheerens is emeritus-hoogleraar onderwijsorganisatie en -management aan de Universiteit Twente.