Paul en Edwin zijn bepaald geen nieuwkomers op school. Edwin werkt al 28 jaar op het Liemers College en geeft aardrijkskunde aan alle leerjaren van de mavo. Paul werkt er 20 jaar en geeft maatschappijleer en levensbeschouwing. Beiden zijn daarnaast mentor en nauw betrokken bij het onderwijs op de locatie Zonegge in Zevenaar. Dat ze al zo lang aan dezelfde school verbonden zijn, zegt iets over de schoolcultuur.

‘We hebben hier een heel fijn team,’ vertelt Paul. ‘Omdat we niet zo groot zijn, zoek je elkaar snel op. Je werkt veel samen en dat maakt het makkelijker om samen iets op te bouwen.’ Dat ‘samen bouwen’ is precies wat er gebeurde bij Project Liemers. Het project ontstond uit het oude Gelderse Poort-project, dat in de loop der jaren steeds kleiner werd en uiteindelijk vooral bij één vak terechtkwam. ‘Het was geen vakoverstijgend project meer,’ legt Edwin uit. ‘Toen dachten we dat dit breder moet. Met meerdere vakken en het hele team.’

Maar een goed idee is één ding, collega’s meekrijgen is iets anders. Toch lukte dat. ‘We hebben echt aan collega’s gevraagd of ze willen meedoen,’ zegt Paul. ‘Uiteindelijk is het een teamprestatie geworden. Dat vind ik misschien wel het mooiste.’

Regio als klaslokaal

In Project Liemers staat de eigen leefomgeving van leerlingen centraal. Niet als abstract onderwerp, maar als iets wat ze zelf ervaren. ‘Het is belangrijk dat leerlingen weten waar ze vandaan komen en op welke grond ze opgroeien,’ zegt Paul. ‘Je kunt van alles leren over de wereld, maar wat weet je eigenlijk van je eigen omgeving?’

Volgens Edwin is dat niet vanzelfsprekend. ‘De Liemers heeft niet zo’n duidelijke identiteit als bijvoorbeeld de Achterhoek. Leerlingen weten vaak niet goed wat deze regio bijzonder maakt. Dat proberen we zichtbaar te maken.’ Dat gebeurt door de regio vanuit verschillende invalshoeken te benaderen. Vanuit aardrijkskunde gaat het bijvoorbeeld over het landschap: rivieren, dijken, rivierklei en de ligging tussen Veluwe en Montferland. Paul: ‘Je kunt ook kijken naar cultuur, naar schutterijen en tradities. Of naar economie: hier zitten veel distributiebedrijven. Je kunt er eigenlijk met elk vak iets mee.’

Juist die veelzijdigheid maakt het project sterk. Leerlingen zien dat de regio niet alleen iets is voor aardrijkskunde, maar in meerdere vakken terugkomt. Zo wordt de Liemers meer dan een plek op de kaart en groeit het besef dat hun eigen omgeving betekenisvol is.

Week vol samenwerken

De projectweek is zorgvuldig opgebouwd en zit vol afwisseling. De eerste 2,5 dag vormen het basisprogramma, waarin alle leerlingen hetzelfde volgen. De week start met een gezamenlijke aftrap, waarna leerlingen kennismaken met de regio via introductielessen, topografie en korte minilessen vanuit verschillende vakken. Ze bezoeken het Liemers Museum of gaan op mountainbikes door de regio, langs plekken waar opdrachten worden gemaakt en docenten en externe partners, zoals natuurorganisaties, uitleg geven. ‘Ze gaan echt de Liemers in,’ zegt Paul. ‘Onderweg stoppen ze op verschillende plekken, krijgen ze uitleg en maken ze opdrachten.’

Excursie

Daarna volgt het verdiepende deel. Leerlingen kiezen een excursie of activiteit, uiteenlopend van natuur en techniek tot koken en cultuur, gekoppeld aan verschillende aspecten van de regio. ‘Veel activiteiten worden gedragen door twee of zelfs drie vakken samen,’ vertelt Edwin. Collega’s ontwerpen gezamenlijk opdrachten, bereiden activiteiten voor en begeleiden leerlingen buiten school.

‘Het is een teamprestatie geworden’

Na de excursies werken leerlingen toe naar een eindproduct, dat zij presenteren tijdens een afsluitende middag voor familie, buurtbewoners en andere betrokkenen. ‘Leerlingen en ouders zijn zichtbaar trots en daar doe je het voor,’ zegt Edwin. Die afsluiting laat zien dat onderwijs niet ophoudt bij het klaslokaal; leerlingen laten hun werk zien, ouders krijgen een inkijkje en de school verbindt zich met de regio.

Enthousiasme

Wat er met leerlingen gebeurt wanneer zij buiten het klaslokaal leren, maakt Project Liemers bijzonder. ‘Ze nemen verantwoordelijkheid en laten andere kwaliteiten zien; je ziet een heel ander type leerling,’ zegt Paul. Edwin herkent dat. ‘Een ouder zei: mijn kind praat nooit over school, maar nu was hij de hele week enthousiast aan het vertellen.’

Volgens Edwin zit daar de echte winst. ‘Dit zijn ervaringen die blijven hangen. Leerlingen praten er in klas 4 nog over.’ Paul vult aan dat het project leerlingen ook helpt bij hun toekomst. ‘Ze maken kennis met verschillende vakken en beroepen, wat helpt bij hun vakkenkeuze voor de derde klas.’

Geen extra werk

Tegelijkertijd benadrukken Paul en Edwin dat deze opbrengsten alleen mogelijk zijn door samenwerking. Zo’n week vraagt organisatie, afstemming en flexibiliteit. ‘Soms denken collega’s: daar heb je weer een project,’ zegt Paul. ‘Maar uiteindelijk doet iedereen mee. Dat zegt wel iets over de betrokkenheid van het team.’ Door samen te werken, hoeft het bovendien geen extra belasting te zijn. ‘We zeggen altijd: pak iets uit je eigen les en gebruik dat,’ legt Edwin uit. ‘Dan wordt het geen extra werk, maar een andere manier van werken.’

Voor de toekomst hopen Paul en Edwin dat Project Liemers blijft bestaan en stevig verankerd raakt in het onderwijs. ‘Continuïteit is belangrijk,’ zegt Edwin. ‘Het moet niet afhankelijk zijn van een paar mensen, maar echt in de school zitten.’ Ook hopen ze dat nieuwe collega’s vanzelf onderdeel worden van het project.

Aanpak delen

Daarnaast zien ze kansen om hun aanpak breder te delen, binnen de andere scholen van het Liemers College, maar ook daarbuiten. ‘Dit concept kun je overal toepassen,’ zegt Paul. ‘Het gaat niet alleen om de Liemers; elke regio heeft zijn eigen verhaal dat ontdekt mag worden.’ Edwin: ‘We zijn vooral trots dat we dit samen met collega’s kunnen neerzetten. Dat zij de schouders eronder zetten en dit project jaarlijks mogelijk maken. Dat is de kracht van ons team hier op Zonegge.’