De school bestaat uit twee locaties, op een klein kwartier lopen van elkaar: De Lupinesingel, waar Dewi voor groep 3/4 staat, en Batenstein, waar Pauline groep 4 heeft en Evelien groep 7 onder haar vleugels heeft. Directeur Bas Vernooij is zichtbaar trots op de samenhang tussen de locaties. ‘Het gaat uiteindelijk om het onderwijs,’ zegt hij. ‘En dus om hoe we als team samen leren om dat onderwijs nog beter te maken.’ 

Twee werelden

De Lupinesingel is met ongeveer 130 leerlingen de kleinste van de twee locaties. De school staat tussen de flats in een multiculturele wijk, met veel verschillende talen en achtergronden. ‘Kinderen vinden het superleuk om te vertellen waar ze vandaan komen en welke taal ze spreken,’ vertelt Dewi. De keerzijde is dat er ook veel gezinnen wonen die te maken hebben met armoede en waar ouders soms minder makkelijk de weg vinden naar het schoolsysteem. Dat maakt ouderbetrokkenheid ingewikkelder, niet uit onwil, maar vaak door taal, onbekendheid of praktische drempels.

Dat is anders op de locatie verderop. Batenstein telt zo’n 210 leerlingen en heeft een relatief meer stabiele sociaal-economische populatie. Er is meer betrokkenheid vanuit ouders, maar dat kan ook betekenen dat ouders eerder aan de bel trekken en sneller hun verwachtingen uitspreken. Op de Lupinesingel liggen de drempels hoger. ‘Het helpt veel hierover samen in gesprek te gaan en ouders proberen erbij te houden. Ook dankzij onze brugfunctionaris krijgen we ouders steeds beter aan boord en zijn ouders juist heel bereid en dankbaar,’ vertelt Dewi trots.

Juist door die verschillen is de vraag relevant: hoe blijf je één school, één team? Volgens Bas zit het antwoord in een stevige, gezamenlijke manier van werken en in een cultuur waarin collega’s elkaar blijven opzoeken.

LeerKRACHT

De school werkt al zo’n zeven jaar met LeerKRACHT, een aanpak die gericht is op professionele teamcultuur en continu verbeteren. LeerKRACHT werd ingezet als alternatief voor de klassieke teamvergaderingen die vooral veel tijd en energie kostten en weinig focus hadden. Bovendien waren vaak dezelfde stemmen te horen.

Nu werkt De Stromen met drie verbindende thema’s per jaar. Elk thema duurt twaalf tot veertien weken. Thema’s zijn stevig en inhoudelijk, zoals rekenen, lezen, wereldoriëntatie of pedagogische huisstijl. Per periode is helder wat er van het team verwacht wordt en waar ze naartoe werken.

Een periode start steeds met dezelfde vragen. Welke doelen stellen we en welke norm leggen we onszelf op? Door leerkrachten daar eigenaarschap in te geven komt de verbeterkracht letterlijk in het team te liggen. Niet de directeur ‘bepaalt’, maar leerkrachten zetten samen de koers van hun onderwijs. Al aan het einde van het schooljaar start het team met een studiedag om het eerste thema van het nieuwe schooljaar in de steigers te zetten.

De grote winst van LeerKRACHT zit volgens de leerkrachten in de wekelijkse terugkeer. Doelen blijven niet hangen in een plan dat na drie weken wegzakt. ‘Je bespreekt: waar sta je nu, hoe ver ben je?’ zegt Pauline. Dat gebeurt in de wekelijkse bordsessies, zoals de bijeenkomsten heten om de voortgang te waarborgen. In een kwartier wordt zichtbaar waar het team staat, geven collega’s aan waar de voortgang zit, komen successen op tafel en worden ook de knelpunten besproken en vooral: welke acties zetten we nu op touw? ‘Doordat de klok loopt, ga je niet eindeloos door. Je komt sneller tot de kern.’

Die structuur verandert ook hoe je met elkaar omgaat. De hiërarchie verdwijnt naar de achtergrond. Stuurgroepen bestaan uit leerkrachten zelf. Zij staan aan het roer. Dat zorgt voor verantwoordelijkheid, consensus en een lerende houding die niet afhankelijk is van één kartrekker.

Collega’s blijven elkaar opzoeken

Schoolzwemmen terug

Ook het schoolzwemmen is terug op de Lupinesingel. In groep 7 en 8 op deze locatie had een groot deel van de leerlingen nog geen zwemdiploma. Nu gaat de groep elke donderdagmiddag naar het zwembad, via een samenwerking met het zwembad, de gemeente en het armoedefonds. ‘Ik zie dit als een maatschappelijke opdracht en dan moet je daar iets mee,’ zegt directeur Bas Vernooij.

Open deuren, open cultuur

Evelien noemt het een ‘stok achter de deur’: door te weten dat je terugkoppelt, blijf je het ook doen. Dat werkt ook door in lesbezoeken. In het begin vonden collega’s het spannend om bij elkaar te observeren, maar nu vragen collega’s juist om bij elkaar te komen kijken. 

Voor leerlingen is het inmiddels heel normaal dat er iemand achterin zit en observeert. ‘In het begin vroegen ze: juf, waarom zit deze meester hier? Nu valt het ze nauwelijks nog op,’ zegt Evelien. Wat het team doet, vertalen de leerkrachten naar de klas: doelen stellen, check-ins en check-outs en vooral successen vieren. Pauline merkt dat zelfs in groep 4 kinderen al goed kunnen aangeven waar ze trots op zijn en wat ze nog willen leren. Dewi ziet in haar groep 3/4 hoe een doel op het bord gaat leven, ook al is het nog niet altijd realistisch hoe kinderen zichzelf inschatten. ‘Maar juist dat geeft mooie gespreksmomenten.’

Die openheid is letterlijk zichtbaar. ‘Veel deuren staan gewoon open tijdens het lesgeven,’ zegt Evelien. ‘Met het idee: je bent hier veilig en kom gerust binnen.’ Dewi herkent dat: ‘Ook op de Lupinesingel kunnen we altijd bij elkaar binnenlopen. Even sparren over een leerling of les, maar ook omdat collega’s elkaar echt kennen. Je weet iets meer van elkaar en bent geïnteresseerd in de ander. En als je ergens mee vastloopt, kun je het altijd even vragen.’

De collega’s gebruiken elkaars talenten en maken successen bespreekbaar. Pauline: ‘Mensen durven te zeggen dat iets gelukt is en dat ze er trots op zijn. En je mag ook meeliften op die successen van de ander. Dat is het mooie: dat dat oké is, omdat je elkaar nodig hebt.’

Werkdruk verlaagd

Het klinkt alsof continu verbeteren de werkdruk verhoogt. Bas benadrukt daarom dat een professionele cultuur niet alleen ontstaat door vergaderingen anders te organiseren: het vraagt ook dat je slim omgaat met tijd en taken. De Stromen heeft met middelen voor werkdrukverlaging structureel ruimte vrijgemaakt voor een eventplanner, die activiteiten als Sinterklaas en Kerst coördineert. Leerkrachten denken mee, maar dragen niet de volledige organisatie. ‘Dat scheelt echt heel veel tijd,’ vertelt Evelien.

Het is een van de voorbeelden die laten zien dat De Stromen buiten de kaders om wil denken. Zo is de ouderbijdrage afgeschaft: niemand hoeft meer te betalen. ‘Ik wist nog niet hoe ik het ging bekostigen en oplossen,’ vertelt Bas, ‘maar mede dankzij het Jeugdeducatiefonds is het ons gelukt.’

‘Samen doen,’ Dewi zegt het meermaals als ze over haar werk vertelt. Het is de kern van De Stromen: je doet het samen. Want wie de school beschrijft, beschrijft een team dat met verschillen kan omgaan zonder uiteen te vallen. ‘Je hebt iedereen nodig,’ besluit Pauline, ‘en dat geldt voor collega’s, leerlingen, ouders en de wijk om de school heen.’