In het debat over onderwijskansen op 3 juni in de Tweede Kamer der Staten-Generaal zal terecht veel aandacht uitgaan naar basisvaardigheden. Maar wie alleen kijkt naar taal en rekenen, mist een belangrijk deel van de werkelijkheid. Juist omdat scholen zich steeds meer moeten focussen op die basis, groeit het belang van aanvullend onderwijs. Daar krijgen leerlingen de ruimte voor burgerschap, creativiteit, sociale vaardigheden en talentontwikkeling, precies die vaardigheden die bepalen of een kind zich kan redden in de samenleving.
Scholen zien dat ook. In onderzoeken geeft een grote meerderheid van docenten en schoolleiders aan dat aanvullend onderwijs hun werk versterkt. Het ontlast teams, vergroot het aanbod en helpt leerlingen zich breder te ontwikkelen. Dit is geen bijzaak meer, maar een structureel onderdeel van ons onderwijs.
En toch ontbreekt iets fundamenteels: overzicht op kwaliteit. De markt voor aanvullend en verrijkend onderwijs is de afgelopen jaren, mede dankzij de Rijke Schooldag (via de subsidie School & Omgeving), explosief gegroeid. In de periode 2025-2028 is hier voor PO, VO en SO in totaal € 709 miljoen beschikbaar.
Aanbieders bewegen zich tussen scholen, subsidies en kansengelijkheidsgelden. Daartussen zitten veel goede organisaties, maar ook steeds meer partijen die vooral goed zijn in mooie pitches, subsidieaanvragen en snelle groei. Scholen moeten daarin zelf hun weg vinden, vaak met beperkte tijd, weinig informatie en zonder duidelijke kwaliteitsnormen.
Dat leidt tot een ongemakkelijke realiteit. Daar waar kinderopvang onder streng toezicht staat van de GGD en we het reguliere onderwijs volledig onder de loep nemen via de Inspectie van het Onderwijs daar kijken we bij aanvullend en verrijkend onderwijs bijna volledig weg en komen we niet veel verder dan een een urenverantwoording en een VOG (Verklaring Omtrent het Gedrag). Er is bij scholen een groeiende aandacht voor een kwaliteitskader voor het programma zelf maar nog onvoldoende voor de aanbieders daarbinnen.
De afgelopen jaren is pijnlijk duidelijk geworden dat de sector niet immuun is voor opportunisme. Verschillende partijen binnen het aanvullend onderwijs kwamen afgelopen jaar in opspraak, waaronder ‘Stichting Weekendacademie’, ‘Durf te Dromen’ en ‘Stichting Leren voor de Toekomst’. Het laat zien hoe kwetsbaar een systeem wordt wanneer overheidsgeld, onderwijs en commerciële belangen samenkomen zonder duidelijke kwaliteitsstandaarden en het toezicht houden daarop.
Dit soort incidenten, want het zijn incidenten, laten zien hoe ondoorzichtig de markt kan zijn en hoe lang het scholen soms kost om te ontdekken of een aanbieder echt kwaliteit levert en beschikt over betrouwbare bedrijfsvoering. En dat terwijl ouders hier vaak niet zelf voor kiezen. Aanvullend en verrijkend onderwijs loopt meestal via de school. Dat betekent dat scholen verantwoordelijk zijn voor keuzes die direct invloed hebben op de ontwikkeling van leerlingen, zonder dat ze altijd de tools hebben om die keuzes goed te maken.
Dat is niet alleen risicovol, het is ook inefficiënt. Goede aanbieders, en die zijn er gelukkig veel, moeten zich telkens opnieuw bewijzen. Nieuwe initiatieven die echt waarde toevoegen, hebben moeite om vertrouwen te winnen in een onoverzichtelijke markt. En scholen besteden kostbare tijd aan selectie en coördinatie, terwijl die tijd juist nodig is voor onderwijs.
Daarom is het tijd voor een volgende stap: een landelijk kwaliteitskader voor aanvullend en verrijkend onderwijs.Niet om alles dicht te regelen. Juist niet. Maar wel om een ondergrens te stellen. Om transparantie te creëren over wie aanbieders zijn. Om minimale eisen te stellen aan pedagogische kwaliteit en veiligheid.
Zo’n kader helpt scholen betere keuzes te maken. Het beschermt leerlingen tegen kwalitatief onvoldoende aanbod. En het geeft goede en nieuwe aanbieders een eerlijke kans. Bovenal erkent het iets wat we te lang hebben genegeerd: aanvullend en verrijkend onderwijs is geen bijzaak meer.
Wie kansengelijkheid serieus neemt, kan zich geen blinde vlek veroorloven. We vragen veel van scholen. We verwachten dat zij verschillen verkleinen, talenten ontwikkelen en leerlingen voorbereiden op de toekomst. Dan moeten we ook zorgen dat alles wat daar omheen gebeurt óók de juiste kwaliteit levert met betrouwbare bedrijfsvoering.
Dit is een ingezonden artikel, waarvoor de redactie niet verantwoordelijk is. Lees hier meer over ons beleid aangaande ingezonden stukken.