De tv-serie Klassen over onderwijs in Amsterdam-Noord zit vol opmerkelijke momenten. Neem het bezoek van een Amsterdamse delegatie aan een Londense school. De Amsterdammers schrikken van de kadaverdiscipline. Terwijl ze over het schoolplein lopen, fluistert een delegatielid: ‘Maar zouden de kinderen hier wel karakter ontwikkelen?’ Dat is een gekke vraag. Ten eerste om de suggestie dat karakter alleen ontstaat als onderwijs op het Nederlandse lijkt. Was het de vragensteller ontgaan dat Engelsen ook karaktervol zijn? Ten tweede, omdat de vraag veronderstelt dat karakter op school wordt gevormd.
Die gedachte sluit aan bij een bevlieging die nu al jaren beklijft in het Nederlandse onderwijs: dat scholen en instellingen in mbo en hoger onderwijs aan ‘persoonsvorming’ moeten doen. De term stamt uit het werk van Gert Biesta (zie kader, onder). Waar hij in eerder werk vooral benadrukte dat er meer is dan kwalificatie, is hij in recentere geschriften radicaler. Zo stelt hij in zijn oratie (2018) voor om persoonsvorming de centrale taak van onderwijs te maken.
 

Op scholen klinken vaak woorden waar
Biesta nét tegen is

Zijn inzichten vonden weerklank. De Onderwijsraad wijdde in 2016 een rapport aan persoonsvorming en het belandde als een centraal doel in Curriculum.nu. Ook tal van scholen zijn ermee bezig (vaak de woorden gebruikend waar Biesta nét tegen is, namelijk persoonlijkheden kneden, zie kader). Zo lijkt het onderwijs goedgemutst vaart te maken op een dwaalweg.


Obstakels in de praktijk

Biesta’s voornaamste reden voor persoonsvorming is democratie: deze veronderstelt volwassen burgers die om kunnen gaan met vrijheid. Daarnaast stelt hij dat onderwijs vanzelf bijdraagt aan persoonsvorming, zoals alles wat leerlingen meemaken in het leven, en er daarom verantwoordelijkheid voor moet nemen. Daarmee wordt persoonsvorming een taak van het onderwijs.
Maar dat laatste is een non sequitur. Het onderwijs beïnvloedt ook bijvoorbeeld de lichamelijke groei van leerlingen (via sport en voeding) en hun dag-nachtritme, maar dat maakt dit nog geen doel van onderwijs. Daarnaast zijn er drie praktische problemen:


1. We hebben geen idee wat een goed curriculum zou zijn voor persoonsvorming,


zoals de opzet door Curriculum.nu bewijst. Deze exercitie heeft, ondanks vele mooie woorden, niet geleid tot een bouwsteen voor persoonsvorming (het wordt slechts genoemd als bijvangst bij goede taligheid en burgerschapsonderwijs). Voor zover we weten, worden mensen ook personen zonder enig onderwijs. Wellicht wat vilein, maar niets doen is kennelijk een heel redelijk curriculum voor persoonsvorming.
 

Ook zonder onderwijs worden leerlingen
vanzelf personen


2. De inspanningen die onder persoonsvorming vallen, lijken meer op socialisatie:


Zoals, bijvoorbeeld, leerlingen verbinden met het kunstzinnige (zie kader). Hier werken scholen naar een gewenste persoonlijkheid toe. Dat kan gerechtvaardigd zijn, maar valt moeilijk te rijmen met hoe Biesta over persoonsvorming schrijft. Het lijkt dan ook fundamenteel onmogelijk om persoonsvorming te scheiden van socialisatie: kunnen we leerlingen bewust maken van keuzes en mogelijkheden, zonder (on)bewust te laten doorschemeren wat ons de betere keuzes en mogelijkheden lijken (waarmee het weer socialisatie wordt)? Het is zelfs de vraag of Biesta hier helemaal vrij van is – hij vraagt om het ontwikkelen van de vaardigheid om ‘volwassen’ om te gaan met vrijheid, maar wie bepaalt wat volwassen is? Gaat dat bijvoorbeeld bij democratie niet vooral om kennis en inzicht van hoe democratie werkt en om gesocialiseerd te worden tot verantwoordelijk burger?


3. Als we al een curriculum hadden voor persoonsvorming, zouden we nooit weten of het werkt.


Leerlingen worden immers vanzelf personen, behalve als we tal van mensen tot non- of halfpersoon zouden verklaren (die Engelsen met hun kadaverdiscipline?). We zouden nooit kunnen meten wat onze scholen bijgedragen hebben. Sommigen zullen vinden dat je dingen kan merken die je niet kan meten. Maar merken-zonder-meten botst tegen onze feilbaarheid als waarnemers; astrologen en natuurgenezers merken ook altijd hoe fantastisch ze het doen. Niet alles hoeft toets- of becijferbaar te zijn, maar hoe kan onderwijs iets verbeteren zonder dat er iets meetbaars verandert bij de leerlingen?


‘Volwassen’ omgaan met vrijheid: wie bepaalt wat volwassen is?
 


Toch drie doelen

Moeten we het dan maar bij kwalificatie en socialisatie houden? Dan gooien we het kind met het badwater weg. Achter het enthousiasme voor persoonsvorming zit denk ik een mooie kant: de zorg om het welzijn van de leerling. Leraren willen gelukkige kinderen met wie het goed gaat. Leerlingen brengen zo’n kwart van hun wakkere tijd door op school, en de school kleurt ook de andere driekwart. Dan kan zij maar beter een goede invloed hebben op hun levensgeluk. Gelukkig lijkt dat te slagen. Tijdens corona hebben veel leerlingen ontdekt hoe leuk ze school eigenlijk vinden. Nederlandse scholen zijn meestal een veilige plek voor leerlingen, en daar ontmoeten ze die echte grote persoonsvormers: hun leeftijdsgenootjes.

Het welzijn van leerlingen heeft alles in zich om het derde hoofddoel van onderwijs te zijn: het is intrinsiek van waarde, het is makkelijk meetbaar (met gevalideerde vragenlijstjes), het wordt beïnvloed door school, en we weten tot op zekere hoogte wat scholen kunnen doen om het te verhogen. Mijn oproep zou zijn: laten we persoonsvorming laten varen als doel van onderwijs, en het houden bij het nieuwe trio – kwalificatie, socialisatie, welzijn.
 

Biesta verkeerd begrepen

Al in 2009 stelde Biesta dat onderwijs drie doelen had. De eerste is kwalificatie: het onderwijs leert een leerling of student de kennis en vaardigheden die nodig zijn voor functioneren in de samenleving. Daarnaast, zegt Biesta, socialiseert het onderwijs: het brengt leerlingen de normen en tradities van de samenleving bij. Dat riekt naar indoctrinatie, maar als je voorbeelden bekijkt, wordt het al minder controversieel: basisscholen zijn verplicht pestprotocollen te hanteren, middelbare scholen stellen leerlingen aan kunst bloot. In beide gevallen zijn scholen terecht aan het socialiseren: normen aanbrengen.

Het derde doel van onderwijs zou persoonsvorming (subjectificatie) zijn. Het onderwijs heeft volgens Biesta de plicht leerlingen te helpen als ‘vrij, verantwoordelijk en volwassen subject in de wereld te willen staan’. Dat betekent niet dat onderwijs de persoonlijkheid moet opbouwen (zoals het vaak wordt begrepen – tot Biesta’s verdriet), maar leerlingen moet helpen een persoon te worden, hun vrijheid te ontdekken, en de wens moet opwekken daar volwassen mee om te gaan.

Martijn Meeter is hoogleraar Onderwijswetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Dit artikel verscheen in Didactief, maart 2021.

Lees hier alle blogs van Gert Biesta.