Bij de behandeling van grammatica leren leerboeken in de vreemde taal leerlingen een beperkt aantal constructies aan. Andere constructies worden als ‘fout’ of ‘ongrammaticaal’ bestempeld, terwijl ze dat niet zijn. Pas later leren de leerlingen ‘uitzonderingen’ op de regel. Een grote groep leerlingen heeft baat bij deze didactiek: beginnen met een simpele instructie, die later wordt uitgebreid naar constructies die toch ook goed blijken te zijn. Een andere groep raakt daar juist van in de war en die groep omvat de meest intelligente leerlingen. ‘Deze leerlingen lezen in algemene teksten wel de constructies die ze zelf niet mogen gebruiken’, zegt onderzoeker Johan Kobben, ‘zij zien de uitzonderingen op de versimpelde regels en dan denken ze: hoe zit...

Benieuwd naar de rest van het artikel?

Word nu abonnee en krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen op Didactief, inclusief persoonlijk profiel om artikelen makkelijk te selecteren, delen en bewaren.