Nuttige Handwerken – voor sommige schoolmeisjes een zegen, voor anderen een vloek – werd in de Lager Onderwijswet van 1878 aangewezen als verplicht leervak. Omdat er geen bevoegd personeel beschikbaar was, stelde men ongekwalificeerde vrouwen aan die vaardig waren met naald en draad.
Probleem was dat deze handwerkjuffen geen didactische en pedagogische kennis hadden. Opmerkelijk was dat het schoolhoofd ‘krachtens zijn opleiding en ook krachtens zijn aard’ vanaf 1878 bevoegd was in alle schoolvakken les te geven, óók in de naaldvakken.
Een onnatuurlijke situatie, aldus mejuffrouw W. Vegter, onderwijzeres aan de Christelijke school te Dokkum. In haar...
Benieuwd naar de rest van het artikel?
Word nu abonnee en krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen op Didactief, inclusief persoonlijk profiel om artikelen makkelijk te selecteren, delen en bewaren.