Ik interviewde haar omdat ik geïnteresseerd was geraakt in wat het met docenten doet als hun studenten niet naar de les komen. Tot die tijd was dat alleen onderzocht in kleuterklassen in de VS. Met behulp van een enorme dataset waren onderzoekers erachter gekomen dat afwezigheid van kleuters een voorspeller was van minder werkplezier en meer uitval bij docenten. Met het lerarentekort hier in Nederland trok dat mijn aandacht. Als een leerling een les mist, is dat misschien niet alleen slecht voor de leerling, maar het kan ook op de docent doorwerken.

Samen met drie andere onderzoekers interviewde ik 32 docenten bij de pabo en andere hogeschoolopleidingen. Daar is de afwezigheid exponentieel hoger dan in het po en vo waar kinderen nog leerplichtig zijn. Bij de opleidingen die dit systematisch bijhouden is de gemiddelde aanwezigheid slechts 30.6 procent. Laat dat tot je doordringen… We geven gemiddeld aan minder dan één op de drie studenten les! Voor covid-19 was dat ‘nog’ 43 procent. We houden afwezigheid onvoldoende systematisch bij in Nederland maar de gegevens die we hebben, zijn alarmerend. 

Bij de geïnterviewde docenten raakten we een gevoelige snaar. Vooral beginnende docenten trekken zich de afwezigheid van studenten persoonlijk aan. Die lege stoelen geven je het gevoel dat wat jij doet er niet toe doet. Veel docenten maken zich zorgen over hoe dat moet na de studie als ze zelf les gaan geven. Daarnaast ervaren docenten het (terecht) als bloedirritant wanneer studenten niet komen naar de lessen maar wel een dag voor de deadline feedback op hun stuk vragen. De stukken van studenten die niet naar de les zijn gekomen, zijn volgens de docenten vaak ondermaats. 

Het lijkt alsof beginnende leraren hun invloed op aanwezigheid overschatten en de cynische docenten deze (uit zelfbehoud?) onderschatten. Maar we spraken ook ervaren docenten die hier optimistisch over waren. Zo gaf een docent aan dat deze tijd van ons vereist dat het glashelder is wat je elke les leert. ‘Maak duidelijk waarom dit het verschil gaat maken in je beroep. De lat is hoger komen te liggen voor docenten en lerarenopleiders. Dezelfde inzet en expertise hebben minder effect maar er valt nog genoeg te verbeteren aan hoe onze lessen zijn ontworpen en worden uitgevoerd.’

Ik denk dat deze docent helemaal gelijk heeft en dat het optimaliseren van je les het beste is wat je binnen je eigen invloedssfeer kunt doen. En toch, hoe wrang is het dat we als specialisten vechten om wat er in het curriculum van de lerarenopleiding geperst moet worden terwijl daar in de praktijk zo weinig van wordt benut? Enerzijds wordt er een stammenstrijd gevochten over wat we toekomstige leraren mee willen geven en anderzijds voelen leraren in opleiding zich ‘dief van hun eigen portemonnee’ als ze de lessen volgen. Kabinet na kabinet is de druk op sneller studeren opgevoerd terwijl de lasten van studenten juist stegen. Zo goed als elke voltijdstudent werkt tegenwoordig. Bijbaan is nu baan en de studie kunnen we beter bij-studie noemen. Het leek destijds misschien een slimme manier om te bezuinigen maar nu plukken we hier de zure vruchten van.

Izaak Dekker is associate lector didactiek en curriculumontwikkeling aan de Hogeschool van Amsterdam.