‘Ken je het spel Weerwolven?’ vraagt Jantine Ouwendijk, docent Onderzoek en Ontwerpen (O&O) en coördinator van het Technasium, terwijl ze door de kantine loopt. ‘Ik zag net een groepje leerlingen die met de handen voor de ogen voorover op tafel boog. Dat is Weerwolven. Met het geen-telefoon-in-de-school-beleid gaan ze weer een spelletje spelen,’ lacht ze.
Verderop neemt ze plaats op de onderste trede van een hemelsblauwe tribune. De eerste vwo-4 leerlingen druppelen binnen en kruipen helemaal bovenin tegen elkaar aan. Hoge stemmen ontstijgen het geroezemoes. Er klinkt gelach. De scholieren zijn een beetje nerveus omdat ze zo horen of ze zijn ingedeeld bij het project en het team van hun voorkeur, vertelt Jantine. Het is de start van een nieuw blok.
Real world problems
Bij het Technasium werken leerlingen tien tot twaalf weken in een groepje samen aan een opdracht van een bedrijf, gemeente of andere instelling. De opdrachten variëren van een oplossing voor de invasieve waterhyacint in Ghana die de landbouw bedreigt, tot het ontwerp van een spel voor kinderen met faalangst en de ontwikkeling van een gezonde snack voor de schoolkantine.
De scholieren onderzoeken de achtergrond van de opdrachtgever en wat er over het vraagstuk bekend is. Vervolgens bedenken ze een oplossing voor het probleem en de stappen die nodig zijn om daar te komen. ‘Het interessante is dat het om real world problems gaat,’ zegt leerling Emil, die zichzelf voorstelt als een mega-nerd voor urban design. ‘Dan heb je het gevoel dat het ertoe doet.’
Deze keer staan twee logistieke vraagstukken op het programma: een ingenieursbedrijf wil de mobiliteit in de Bijlmer verbeteren, omdat het aantal inwoners de komende jaren verdubbelt. Waar ontstaan knelpunten in het verkeer en hoe los je dat op? En een kennisinstituut voor verstedelijking vraagt samen met de gemeente Amsterdam hoe we fietspaden veilig houden nu het aantal elektrische fietsen groeit en de snelheidsverschillen toenemen.
Het derde project is experimenteler en prikkelt vooral de geest van de leerlingen. Deze komt van het European Space Agency (ESA). Jantine legt uit: ‘Als we meer gebruik gaan maken van de maan, wat hebben we dan nodig? Hoe kunnen we groenten kweken op de maan? Hoe ziet een ruimtestation eruit en kunnen we van maangruis nieuwe woningen maken? Ook dit zijn realistische vraagstukken.’
Proeftuin
Vandaag deelt Jantine de planning van de komende weken. Het is de laatste keer dat zij hiervoor het initiatief neemt. Vanaf volgend jaar zoeken de leerlingen een opdrachtgever en maken ze helemaal zelf het projectplan. ‘Het vervolgonderwijs gaat ook steeds meer toe naar praktijkgerichte projecten van meerdere weken. Bij ons kunnen leerlingen alvast de eerste stappen zetten. Het Technasium is een proeftuin waar ze mogen experimenten, fouten kunnen maken en het de volgende keer anders aan kunnen pakken, in een veilige omgeving.’
De uitkomst van een project is bijvoorbeeld een adviesrapport, prototype of app. Maar het gaat vooral om de vaardigheden die de leerlingen in het proces leren: samenwerken, leiderschap ontwikkelen, feedback geven en ontvangen, presenteren, plannen en organiseren. Inzien wat er fout kan gaan en hoe je dit voorkomt. Vaardigheden die ze later in veel andere beroepen nodig hebben.
Beeldvorming
‘Jantine is een hele goede begeleider,’ vertelt Emil. ‘Ze neemt je mee in de stappen van het project, stelt deadlines en kijkt naar de onderlinge samenwerking.’ Jantine: ‘Ik heb hier een hele andere rol dan als ik wiskunde geef. Dan sta ik als een expert voor de klas en deel kennis. Als docent O&O ben ik niet bezig met de oplossing van het vraagstuk. Ik stel vragen, zodat de leerlingen kunnen reflecteren op wat ze doen en zichzelf kunnen bijsturen. In deze rol moet je de controle los durven laten, ook al maken leerlingen onverwachte keuzes.’
Als voorbeeld noemt ze leerlingen die input van jongeren ophalen door een enquête te verspreiden via Snapchat. Leerlingen die een prompt aanpasten in AI om het beeldmateriaal te verbeteren. Of die de video over hun project bij tijdgebrek op dubbele snelheid afspelen, de manier waarop ze zelf hele series kijken.
Soms grijpt Jantine in als het onderzoek inhoudelijk te veel af dreigt te wijken van de opdracht. Of als leerlingen leerdoelen proberen te ontwijken. Maar vaak geeft ze complimenten en laat ze leerlingen ook elkaar complimenteren. Zeker sinds ze zich ervan bewust is dat er een negatieve beeldvorming over deze leerlingen bestaat, waardoor er een bescheidenheid optreedt die ze dwars kan gaan zitten.
‘Bij wedstrijden met andere Technasia voelen zij zich al gauw niet goed genoeg. ‘Je hebt precies hetzelfde vak gedaan,’ zeg ik dan. ‘Je bent niet minder dan zij.’
Experimenteren
Na de presentatie van Jantine verspreiden de nieuwgevormde groepjes zich in het Technasiumlokaal, een grote, open ruimte met vierkant statafels waar stekkerdozen boven hangen. Aan de raamzijde bevinden zich de 3D-printers en de lasersnijders. De leerlingen klappen laptops open en zoeken de eerste informatie op die ze nodig hebben, of maken een account aan bij ESA. ‘Je mag hier je creativiteit laten zien,’ vertelt leerling Zoya. ‘We krijgen veel vrijheid om te experimenteren en er zijn allerlei materialen en devices voorhanden.’
Als Jantine met de leerlingen bespreekt wat dit vak hun gebracht heeft, dan komen daar mooie reacties op terug. Leerlingen geven bijvoorbeeld aan dat hun zelfvertrouwen is gegroeid. Dat ziet ze zelf ook in de klas gebeuren. ‘Ik heb een super creatieve vwo-6 leerling die twee jaar terug nog niets durfde te zeggen in een groep. We spraken als eerste leerdoel af dat ze iedere les één zin in de groep zou zeggen. Dat heeft ze gedaan en nu durft ze haar ideeën te uiten en de rest ervan te overtuigen om daarin mee te gaan. Dat is toch fantastisch?’