Uit eerder onderzoek was al bekend dat ons brein voor taal- en rekentaken dezelfde gebieden aanspreekt. Dat speelt kinderen ook parten bij het leren rekenen. Kleuters ontwikkelen getalbegrip: ze kunnen tellen, snappen begrippen als groter-kleiner en kunnen bijvoorbeeld aanwijzen waar de 5 op een getallenlijn van 1 tot 20 ongeveer moet staan. In groep 3 en 4 leren ze vervolgens optellen en aftrekken tot 10 en 20. Om te kijken of taal deze numerieke ontwikkeling beïnvloedt, vergeleek Kleemans drie groepen: kinderen met een normale taalontwikkeling, tweede taalleerders met een taalachterstand en kinderen met ernstige spraak- en/of taalmoeilijkheden (ESM) uit het speciaal onderwijs. Zijn conclusie: hoe slechter het taalvermogen, hoe gebrekkiger het getalbegrip en hoe slechter kinderen hun...

Benieuwd naar de rest van het artikel?

Word nu abonnee en krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen op Didactief, inclusief persoonlijk profiel om artikelen makkelijk te selecteren, delen en bewaren.