Het lerarentekort in het vo is 5,8% en zal naar verwachting de komende jaren alleen maar stijgen, vooral bij vakken waar het tekort al nijpend is zoals Nederlands en wiskunde. Scholen huren daarom noodgedwongen leraren en onderwijsondersteuners in via externe bureaus.
Dat deze externen duurder zijn dan reguliere leraren wisten we al, maar hoe groot het verschil is, maakt het onderzoek van de Algemene Rekenkamer duidelijk. Waar een leraar in loondienst €58,- per uur kost (salarisschaal LB, trede 12), kost een externe bijna het dubbele: € 113,- per uur in dezelfde salarisschaal (inclusief btw). Het aandeel van de kosten voor externe inhuur in tien jaar tijd is verdubbeld naar 4,4% (€ 370 miljoen) van de totale personeelskosten.
Het verschil in tarief komt voornamelijk door reserveringen, btw en de marge die externe bureaus hanteren: 15% tot 46% (overheadkosten en winst, zie ook onderstaande afbeelding). Scholen kunnen de 21% btw niet verrekenen, omdat het onderwijs hiervan wettelijk is vrijgesteld.
Voor leraren kan het lonen om bij een onderwijsbureau te gaan werken, schrijft de Algemene Rekenkamer. Ze baseert zich zowel op eerder onderzoek als op gesprekken met diverse partners (onder andere AOb, VO-raad, acht schoolbesturen). Zo ervaren externe leraren vaak meer autonomie en kunnen ze makkelijker wisselen tussen verschillende scholen, wat vooral jonge docenten een pluspunt vinden. Ook ervaren ze vaak meer financiële zekerheid. Vanwege incidentele subsidies kunnen scholen namelijk niet altijd een vast contract aanbieden, onderwijsbureaus doen dat soms sneller.
Wetsvoorstel
Demissionair minister Mariëlle Paul benadrukt in een Kamerbrief dat leraren in vaste loondienst de norm zouden moeten zijn. Ze wil zich inzetten om werken in loondienst aantrekkelijk te houden en tegelijkertijd het aantal ingehuurde leraren in het vo verminderen. Het demissionair kabinet werkt momenteel aan een wetsvoorstel dat werken in loondienst structureel moet bevorderen. Naar verwachting zal minister Paul dat in het najaar aan de Tweede Kamer presenteren.
Bron: Algemene Rekenkamer