De tegenstellingen tussen bijzondere en openbare scholen waren in het begin van de twintigste eeuw scherp, maar verdwenen na de Tweede Wereldoorlog door een gedeelde inzet voor een samenleving waarin ‘worden wie je bent’ het uitgangspunt werd. De ‘verpersoonlijking’ van godsdienst was daarbij doorslaggevend: niet langer behoorde de geloofsbelijdenis toe aan de instituties (vereniging of school), maar aan het individu. God bestond in iemands hart en ziel, niet langer in de passieve gang naar de kerk. Dit had zijn weerslag op het onderwijs. Leerlingen werden enkel nog opgevoed tot vrije, zelfstandige individuen.
Maar al die nadruk op individuele ontwikkeling bleek net zo goed een proces van groepsvorming, stelt Mellink. En dat betekende ook uitsluiting. Decennia lang voedden leraren...
Benieuwd naar de rest van het artikel?
Word nu abonnee en krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen op Didactief, inclusief persoonlijk profiel om artikelen makkelijk te selecteren, delen en bewaren.