Thea Meijer
Thea MeijerThea Meijer weet in ieder geval heel goed hoe het in het onderwijs reilt en zeilt. Vooral het primair en speciaal onderwijs kent weinig geheimen voor haar. Ze werkte in het verleden als kleuterleidster, hoofdleidster en directeur in het openbaar basisonderwijs. Tegenwoordig maakt Meijer deel uit van het college van bestuur van de SPO Utrecht. Die organisatie draagt de verantwoordelijkheid voor 35 openbare scholen voor primair en speciaal onderwijs in Utrecht. Meijer laat ook in haar rol van bestuurder blijken dat de kwaliteit van het onderwijs haar na aan het hart ligt. In 2011 bijvoorbeeld, toen ze zich in een open brief verzette tegen de voorgestelde bezuinigingen op het passend onderwijs. En vorig jaar, toen ze aankondigde dat een school in de Utrechtse wijk Lombok dicht moet vanwege teruglopende leerlingenaantallen. ‘Ondanks dat er hard gewerkt is door het team, gaat de kwaliteit van het onderwijs achteruit’, zo motiveerde Meijer de pijnlijke beslissing.

Ursie LambrechtsUrsie Lambrechts

geniet in onderwijskringen al langere tijd bekendheid. Dat komt door haar rol als politicus en bestuurder. Ze was woordvoerder onderwijs namens de D66-fractie in de Tweede Kamer in de periode 1994 tot 2006. En voorzitter van de Evaluatie- en Adviescommissie Passend Onderwijs van 2008 tot 2012. Onlangs is ze benoemd tot bestuursvoorzitter van de organisatie Schoolleidersregister PO. Lambrechts heeft zelf nooit in het onderwijs gewerkt. Maar als Kamerlid van D66 tijdens twee regeringsperioden paars zat ze in het oog van de onderwijsstorm. De invoering van de Tweede Fase in havo en vwo maakte veel los. Onderwijs stond weer volop in de belangstelling. Lambrechts steunde de operatie, maar nam later afstand van de koers die de PvdA-bewindslieden Wallage en Netelenbos hadden ingezet. Het was allemaal te veel en te snel, zo klonk het uit het onderwijs. Haar motie om scholen een jaar uitstel toe te staan, werd aangenomen. Lambrechts deed in die jaren hard haar best om D66 als onderwijspartij te profileren. ‘Zonder leraar geen onderwijs. Zo simpel is het. Computers, hoe essentieel ook, zullen de leraar nooit kunnen vervangen’, zei ze in een interview met NRC Handelsblad.

Paul ZoontjensPaul Zoontjens

staat wekelijks oog in oog met studenten, als docent aan de Universiteit van Tilburg. Hij wordt als deskundige vaak geraadpleegd over onderwijsrechtelijke aangelegenheden. Zoontjens is namelijk bijzonder hoogleraar onderwijsrecht. In het verleden werkte hij onder andere bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van OCW. Zoontjens is regelmatig terug te vinden in de kolommen van kranten en tijdschriften. Of het nu gaat om de publicatie van Cito-uitslagen of hoofddoekjes op katholieke scholen, hij geeft zonder terughoudendheid zijn mening. Maar altijd in zijn rol als jurist. Hoe zit het met de wettelijke bevoegdheden, daar kijkt Zoontjens met een scherp oog naar. En hij schroomt niet om degenen die daarmee de hand lichten te kapittelen. De vorige staatssecretaris van onderwijs, Halbe Zijlstra, vloog naar zijn mening uit de bocht, toen die prestatieafspraken wilde maken met universiteiten en hogescholen. ‘Hij bemoeit zich inhoudelijk heel veel met het onderwijs, terwijl dat aan de wétgevende macht is, niet aan de uitvoerende’, aldus Zoontjens tegenover het Hoger Onderwijs Persbureau.

Lex BroghansOok Lex Borghans heeft onderwijservaring in het hoger onderwijs. Hij is hoogleraar arbeidseconomie en sociaal beleid aan de Universiteit Maastricht. En hij hecht aan cijfers. Iedereen heeft verstand van onderwijs, een discussie erover kan de gemoederen aardig verhitten, maar Borghans brengt vraagstukken graag terug tot harde feiten. Wat is er daadwerkelijk aan de hand? Is er aantoonbaar sprake van oorzaak en gevolg? Borghans is geïnteresseerd in de vraag hoe onderwijs het meest kan opleveren. Voor individuen en de samenleving. Meten is weten, zo is zijn stellige overtuiging. En neem besluiten op basis van goede informatie, niet op basis van intuïtie. Zo toonde hij zich vorig jaar in een opiniestuk in Trouw kritisch over de invoering van de maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs. Een dure maatregel, waarvan niet duidelijk is wat die oplevert. Zijn belangstelling gaat verder dan onderwijs en arbeidsmarkt. Dat het nummer Bohemian Rhapsody van Queen jaar in jaar uit als nummer 1 eindigt in de top 2000, wekte zijn argwaan. ‘Omdat ik niet vaak iemand tegen kom die dit nummer het allerbeste vindt.’ Borghans keek kritisch naar de gehanteerde meetmethode en kwam tot een onverbiddelijk oordeel: Hotel California van de Eagles moet bovenaan staan.

Berend KamphuisBerend Kamphuis

is voorzitter van het college van bestuur van het Christelijk Voortgezet Onderwijs Zuid-West Friesland. Hij was eerder actief in het beroepsonderwijs. Zo was hij voorzitter van het college van bestuur van het regionaal opleidingencentrum Alfa-college in Groningen en directeur van het Instituut voor Managementopleidingen Noordelijke Hogeschool Leeuwarden. Kamphuis is prominent CDA-lid. En dat klinkt door in zijn opvattingen over onderwijs. Scholen leiden niet alleen werknemers op, moeten niet alleen maar beleid uitvoeren. ‘We zijn verslaafd aan beleid en beleidstaal, scholen zijn beleidsmachines geworden, maar we weten niet zo goed raad met de echte werkelijkheid’, zei hij in 2008 in een toespraak. De docent vervult een sleutelrol. ‘De docent is per definitie voorbeeld. Hij/zij laat per definitie zien hoe je een goed vakman, een goed burger, een goed mens kunt zijn.’

Hugo de JoneHugo de Jonge

haalt met zijn 36 jaar de gemiddelde leeftijd van de Onderwijsraad aardig omlaag. Misschien is het de jeugdigheid van de Rotterdamse CDA-wethouder voor onderwijs, maar hij doet iets wat weinig leden van de raad doen: twitteren. Geregeld stuurt hij foto’s de wereld in van Rotterdamse scholieren die iets moois doen. Scholen zijn voor De Jonge bepaald geen onbekend terrein. Hij volgde in Rotterdam de opleiding tot leraar basisonderwijs en behaalde ook het diploma Schoolleider Primair Onderwijs. Hij werkte enkele jaren als leraar en adjunct-directeur in het basisonderwijs in Rotterdam, waarna hij de politiek opzocht. Hij was vier jaar medewerker van de CDA-fractie in de Tweede Kamer en werd in 2006 de politiek assistent van onderwijsminister Maria van der Hoeven. Later stond hij zijn partijgenoten Van Bijsterveldt en Balkenende terzijde als assistent. In 2010 besloot De Jonge om uit de schaduw te treden: hij werd wethouder in Rotterdam. Van onderwijs uiteraard.


De Onderwijsraad is een onafhankelijk adviescollege, opgericht in 1919. De raad adviseert regering en parlement over hoofdlijnen van onderwijsbeleid en -wetgeving. De tien leden worden op voordracht van de minister van OCW benoemd bij Koninklijk Besluit. De minister draagt de leden voor op basis van de wetenschappelijke disciplines, praktijkervaring in alle sectoren van het onderwijs en maatschappelijk-bestuurlijke bijdrage. Zij zijn onafhankelijk en vertegenwoordigen geen belangengroepen. Benieuwd naar de overige leden van de raad? Kijk hier.


Dit artikel verscheen in Didactief, juni 2013.