Vóór de verandering van de volgorde van het schooladvies en de eindtoets lag het advies in 73% van de klassen heel dicht bij de voorgaande prestaties van de leerlingen. Voor de resterende 27% van de klassen gold echter dat er sprake was van een discrepantie: de verschillen in schooladviezen tussen klassen liepen zelfs op tot één schooltype. Ondanks gelijke prestaties (op toetsen én de eindtoets) kregen leerlingen dus in ruim een kwart van de klassen een ander schooladvies. Factoren die een rol speelden waren: opleiding ouders, geslacht, etniciteit, maar ook prestaties van klasgenoten. Dit blijkt uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen op basis van gegevens van de zesde meting van het PRIMA-cohortonderzoek (een dataverzameling van vóór de...
Benieuwd naar de rest van het artikel?
Word nu abonnee en krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen op Didactief, inclusief persoonlijk profiel om artikelen makkelijk te selecteren, delen en bewaren.