Laat ik voorop stellen dat ik als directeur van het NRO bijzonder blij ben met dit initiatief. Vanuit het NRO proberen we al enige jaren te bevorderen dat er een wisselwerking optreedt tussen onderwijsonderzoek, de praktijk van het onderwijs en het onderwijsbeleid. Het is dan buitengewoon verheugend dat de onderwijssectoren van het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs de handen ineen slaan met de verenigingen voor het hoger onderwijs waar onderzoek naar het onderwijs plaatsvindt.
Doorontwikkeling
In de ontwikkelagenda worden elementaire aspecten belicht van een kennisinfrastructuur: vraagarticulatie, kenniscreatie, kennisorganisatie, kennisdeling en kennisbenutting. Dat is een behulpzame vijfdeling; op alle vijf is het NRO nu in meer of mindere mate actief. Een landelijke werkgroep gaat nu verder invulling geven aan de versterking van de kennisinfrastructuur.
Ook wordt een aantal specifieke activiteiten (verder) in gang gezet of verder verkend. Dat zijn bijvoorbeeld de mogelijkheden van een ‘gereedschapskist’ naar aanleiding van de Teaching and learning toolkit van de Britse Education Endowment Foundation (EEF), de mogelijkheden van Open Access voor leraren, kennistafels, werkplaatsen, boundary crossers, een peer review van lerarenopleidingen, professionaliseringsaanbod, R&D-agenda’s en ‘Ontmoet een onderzoeker’.
Eigen verantwoordelijkheid
Bij de verdere uitwerking lijken een paar zaken van belang die nu enigszins zijdelings worden genoemd, maar fundamenteel van belang zijn voor een goed werkende kennisinfrastructuur. In de eerste plaats geldt dat voor de verantwoordelijkheden van de diverse instanties in en rond het onderwijs. De klemtoon ligt in de Ontwikkelagenda nu heel erg op verbinden (‘samenwerking’).
Maar om van elkaar te kunnen profiteren is niet alleen verbinding nodig: er zijn ook eisen te stellen aan de afzonderlijke organisaties vanuit hun primaire doelstelling (‘eigen verantwoordelijkheid’). We kunnen hierbij verschillende (categorieën) actoren onderscheiden , zoals de lerarenopleidingen, verenigingen en vakbonden van leraren, enzovoort – onder aan deze blog bespreek ik er 11.
Van al deze partijen mag verwacht worden dat zij op eigen kracht en eigen wijze kunnen bijdragen aan het versterken van de verbinding van onderwijsonderzoek, onderwijspraktijk en onderwijsbeleid.
Kennis en expertise
Ten slotte dient te worden benadrukt er ook behoorlijke investeringen nodig zijn om de ambities die uit deze ontwikkelagenda spreken, daadwerkelijk mogelijk te maken. Dit alles neemt niet weg dat er nu mooie kansen liggen voor een verdere versterking van verbinding tussen onderzoek, praktijk en beleid in het onderwijs van Nederland. In de verdere uitwerking van de nu ontvouwde plannen kunnen de hierboven genoemde aandachtspunten goed meegenomen worden. Het NRO draagt hier graag aan bij.
Jelle Kaldewaij, directeur NRO
Deze blog verscheen eerder op de website van het NRO.
Bekijk hier de ontwikkelagenda 'Lerend onderwijs voor een lerend Nederland'.
Lees meer op de website van de Onderzoeksbende.