Welk onderzoek ging aan het verhalenboek vooraf?
Henderien: ‘We hebben het onderzoek Interactie in de klas en de mentale gezondheid van kwetsbare leerlingen in het najaar van 2022 aangevraagd bij de Universiteit van het Noorden, in de nadagen van de coronatijd. In die periode ging het veelal over de kwetsbaarheid van leerlingen. We hebben het onderzoek uitgevoerd samen met het Expertisecentrum Interacties in de Diverse Klas, een groep onderzoekers die allemaal geïnteresseerd zijn in hoe interactie kinderen ondersteunt bij ontwikkelen en leren. Als lectoraat willen we toekomstige leerkrachten voorzien van de meest actuele kennis. In ons onderzoek waren leerkrachten de respondenten.’
Wat houdt het onderzoek verder in?
Vera: ‘We onderzochten de relatie tussen kwetsbaarheid van de leerling in regulier onderwijs en s(b)o en de invloed op de leerkracht-leerling relatie. Leerkrachten die veel vertrouwen hebben in eigen kunnen (teacher self-efficacy), hebben een positief effect op kwetsbare kinderen in gedrag, motivatie en leren. Voor het artikel dat we over het onderzoek gaan publiceren, hebben we mixed methodes gebruikt, onder andere een online enquête en interviews met leerkrachten. Het andere product dat we hebben opgeleverd is het verhalenboek Verhalen van kracht en kwetsbaarheid, gebaseerd op de interviews.’
Wat waren de resultaten van het onderzoek?
Henderien: ‘Een van onze onderzoeksvragen ging over wat leerkrachten zelf verstaan onder kwetsbaarheid, hoe ze dat definiëren. Uit de antwoorden kwam naar voren dat leerkrachten een samenspel zien tussen kindfactoren (bijvoorbeeld ADHD, taalachterstand) en externe factoren (thuissituatie, culturele achtergrond). Dit sluit aan bij het bio-ecologische model van Bronfenbrenner (1994), dat de wisselwerking tussen kind en omgeving centraal stelt. In onze verhalen wordt dan ook vanuit dit perspectief naar het kind gekeken.’
Waarom hebben jullie een (online) verhalenboek gemaakt?
Vera: ‘We wilden een praktisch product ontwikkelen vanuit het lectoraat. Wij zoeken de samenwerking met pabo’s, die het kunnen inzetten als didactisch hulpmiddel en inspiratiebron. Pabo-studenten moeten ook een portfolio opbouwen voor de werkplek, daar geeft dit verhalenboek input voor. Ook startende leerkrachten hebben er baat bij, scholen kunnen het opnemen in de inductiefase voor hun professionalisering (zoals intervisie). Ten slotte is het boek ook bedoeld voor trainers, opleiders en pabodocenten, voor de stagebegeleiding.’
Hoe hebben jullie het verhalenboek verbonden met de lespraktijk?
Vera: ‘De verhalen uit de praktijk zijn gerelateerd aan een hulpvraag van een leerkracht. In het verhaal delen de leerkrachten hun ervaringen, uitdagingen en inzichten. We hebben dit aangevuld met relevante literatuur. Bij elk verhaal zijn er startvragen, reflectieopdrachten, tips van leerkrachten, leestips, theoretische verdieping en voorbeeldantwoorden. Ook brengen we het gedrag van de leerling in kaart en beschrijft de leerkracht zelf zijn of haar teacher self-efficacy. Dus wanneer was hij of zij zelfverzekerd en wanneer onzeker. We hebben voor elk verhaal een PowerPoint-presentatie ontworpen, zodat leerkrachten het direct kunnen toepassen.’
Hoe wordt het verhalenboek ontvangen?
Vera: ‘We hebben enthousiaste reacties gekregen. Binnen de Hanze hebben we het boek ook ingezet bij de minor Leren en gedrag. Binnen het partnerschap Opleidingsschool Noord- Nederland is het opgenomen in de toolbox voor de werkplekteambijeenkomsten. Het boek is onlangs toegevoegd aan het open leermiddelenplatform voor het hoger onderwijs: Edusources. Iedereen kan het gratis downloaden.’
Geraadpleegde literatuur