Wat als een volgende generatie grotendeels wegblijft van betrouwbare journalistiek? Die situatie is niet volslagen ondenkbaar, bleek afgelopen najaar uit de Nederlandse Digital News Report, een monitor van het Commissariaat voor de Media. Slechts een derde van de jongvolwassenen is geïnteresseerd in nieuws. Daarnaast daalt het vertrouwen in het nieuws; zo is er een groep van 20 procent die stelt het nieuws niet te vertrouwen, een verdubbeling sinds 2018. 

Manifest Nieuwswijsheid

Het Manifest Nieuwswijsheid dient als handreiking aan professionals. Het manifest steunt op vijf pijlers, waaronder Medialogica (inzicht in de werking van media en meningsvorming), en Scholing en Onderwijs. Daarbinnen zijn acties en doelen geformuleerd. Het Manifest Nieuwswijsheid is een initiatief van Beeld & Geluid, in samenwerking met professionals en onderzoekers. Ga naar het manifest.

Nieuwswijsheid is een relevant onderwerp voor scholen. Maar wil je dit kansrijk aanpakken, dan is er meer aandacht voor nodig, ook buiten het onderwijs, stelt Patricia van Rijswijk van Beeld & Geluid. Mede op haar initiatief kwam het Manifest Nieuwswijsheid tot stand (zie kader).

Een twintigtal professionals bij maatschappelijke organisaties, journalisten en onderzoekers onderschrijft het manifest. Zij staan voor het gezond houden van het ‘media-ecosysteem’, vertelt Patricia, oftewel: alle betrokkenen en de wisselwerking tussen hen.


Patricia van Rijswijk

‘Denk aan een journalist die zich misschien niet zo bewust is van zijn publiek, maar hoe die iets opschrijft, kan wel invloed hebben op de meningsvorming. Of als een leraar niet betaalt voor nieuws maar het van de gratis socials haalt, dan doet dat mogelijk iets met hoe nieuws in de klas ter sprake komt.’ Het manifest is ingestoken vanuit de rol van nieuws in een democratie. ‘Hoe kunnen we zorgen dat jongeren betrouwbare informatie leren herkennen en dat ze kunnen participeren aan een open, vrije samenleving?’

Oorlog in Gaza

Dat een nieuwswijze houding bij jongeren hard nodig is, ervaart Liselot Whitfield-Kraster dagelijks. ‘Wat heb je in het nieuws gezien? Wat voor berichten kom je tegen en waar?’ – als de docent maatschappijleer en burgerschap deze vragen aan haar leerlingen stelt, vinden zij die vaak moeilijk te beantwoorden.

‘Ze krijgen zo’n overload aan informatie dat ze ook snel weer vergeten wat ze allemaal hebben gezien.’ Liselot geeft les aan het Cburg College in Amsterdam (vmbo-basis/kader). Veel leerlingen op deze school hebben een niet-westerse achtergrond. In sommige klassen komen bijna tien verschillende nationaliteiten voor. Het merendeel komt binnen met een achterstand, de school biedt daarom extra taal- en rekenlessen. De grootstedelijke diversiteit heeft ook voordelen, zegt de docente. ‘Verschillende perspectieven kun je in de les makkelijk inbrengen, omdat de leerlingen daar zelf al mee in aanraking komen.’ 


Liselot Whitfield-Kraster

Het nieuws krijgen deze jongeren binnen op hun telefoon. TikTok is een van de meest bekeken apps. Verder volgen ze bijvoorbeeld NOS Stories, AT5 – ‘met een stukje criminaliteit en misdaad, dat vinden ze ontzettend interessant’ – en podcasts. Bij sommigen wordt thuis naar RTL Nieuws gekeken en bij een enkeling naar Lubach. ‘Onderwerpen die veel aandacht krijgen in de media, krijgen ze vaak wel mee,’ zegt Liselot, ‘voor zover die aansluiten bij hun interesse en in de algoritmes van hun apps terechtkomen. De oorlog in Gaza bijvoorbeeld.’ 

Veel leerlingen volgden het nieuws daarover via CestMocro, vertelt ze, een Nederlands Instagram-account dat populair is bij jongeren met een migratieachtergrond, maar ook omstreden is vanwege desinformatie. ‘Daar zagen ze een stroom aan vreselijke beelden. Oekraïne speelde in het begin ook wel veel, maar dat is ondertussen weggezakt. Ze hebben nauwelijks door dat die oorlog nog steeds gaande is.’ 

Dat er geen rem zit op het schermgebruik, vindt ze zorgelijk. ‘Een enkele leerling weet er verstandig mee om te gaan, maar de meesten nemen hun smartphone mee naar bed. Ze zijn voortdurend blootgesteld aan korte en soms heftige beelden, zonder begeleiding. Hun concentratie lijdt eronder, maar ook vaardigheden zoals nieuwsgaring.’ 

Rode draad

Voor leraren kan het Manifest Nieuwswijsheid mogelijk een handvat zijn om te formuleren waar ze tegenaan lopen, waar ze hulp of ondersteuning bij kunnen gebruiken of wat leerlingen volgens hen nodig hebben. ‘Het is een “gespreksstarter” die richting geeft binnen het brede en complexe thema,’ zegt Patricia van Rijswijk. ‘Want wat begint met een discussie over hoe de online wereld het risico op radicalisering vergroot, eindigt soms in een gesprek over de vraag waarom je eigenlijk nog op WhatsApp zit, vanwege zorgen over privacy en AI.’ 

Nieuws en informatie liggen aan de basis van veel andere thema’s die belangrijk zijn in de ontwikkeling van jongeren, legt ze uit. ‘Als je op zoek bent naar manieren om polarisatie te voorkomen, als je jongeren weerbaar wilt maken voor nepnieuws, of als je een thema zoals gezondheid of klimaat wilt behandelen in de klas – in al die gevallen zul je het al snel ook hebben over nieuws en informatie. Welke vormen neemt informatie zoal aan, wanneer wordt het manipulatie?’ 

Ook docente Liselot noemt nieuws en informatie ‘alomtegenwoordig’. Nieuwswijsheid beschouwt ze daarom steeds meer als een rode draad binnen het onderwijsprogramma bij maatschappijleer, in plaats van als los onderdeel. ‘Dat kan niet anders. Als we leerlingen aan het werk zetten met een maatschappelijk probleem, dan is de eerste kwestie: waar zoek je informatie? Als je het van X (Twitter) hebt, wanneer is het dan wel of niet betrouwbaar?’ 

Veldscan

Zelfstandig onderzoeker Karin Schut deed een inventarisatie van wetenschappelijke publicaties over nieuwswijsheid. Ook sprak ze met zes onderzoekers aan universiteiten. De term ‘nieuwswijsheid’ kan nog beter uitgekristalliseerd worden en het is raadzaam een gezamenlijke visie te ontwikkelen vanuit onderzoek, werkveld en onderwijs, zo luiden enkele aanbevelingen.


Karin Schut

‘Veel onderzoeken gaan over weerbaarheid tegen misinformatie of nepnieuws. Het gevaar van te veel aandacht hiervoor is dat het publiek ook betrouwbare bronnen in twijfel gaat trekken. Nieuwswijsheid behelst daarnaast: wat is de rol van journalistiek in een democratie, op basis van welke keuzes en waarden?’

Onderzoek naar nieuwswijsheid kan bovendien centraler, stelt ze. ‘Vaak zijn het losse initiatieven en eenmalige projecten, bijvoorbeeld over effectiviteit van een lesprogramma. Meer samenwerking en een structurele aanpak kan meer kennis opleveren.’ 

Ga naar het rapport Veldscan nieuwswijsheid.

Gelijkwaardig

Om nieuwswijs te kunnen worden, hebben haar vmbo-leerlingen ook andere vaardigheden nodig, constateert Liselot. Allereerst taalvaardigheid en begrijpend lezen: ‘Artikelen van het Jeugdjournaal zijn voor onze leerlingen vaak nog te moeilijk. We hebben leerlingen in 3 vmbo die nog niet goed doorgronden wat het verschil is tussen een feit en een mening. Laat staan dat ze woorden in de media begrijpen over iets actueels als een kabinetsformatie: coalitie, regering, oppositie.’

Meedoen in de democratische maatschappij kan voor deze jongeren nog weleens lastig worden, constateert ze: ‘Ga maar eens een partijprogramma lezen en daarin verbanden leggen. Probeer maar eens te begrijpen waar een partij voor staat of vul maar eens een stemwijzer in. Met zo’n taalachterstand kunnen jongvolwassenen daar niet op een gelijkwaardige manier aan deelnemen.’ 

In haar eigen lessen legt ze geregeld de methode aan de kant, om het te hebben over wat de jongeren op dat moment bezighoudt. ‘Soms komen ze zelf met een nieuwsitem, zoals onlangs het geweld tussen groepen jongeren in Noord-Holland. Daar hebben we het in de klas over gehad: hoe kom je aan de beelden, waarom denk je dat anderen dit maken of doorsturen?’ Ook laat ze zien hoe ze zelf uit haar bubbel stapt: ‘Ik hou ook van TikTok, maar ik kies er bewust voor om daarnaast De Telegraaf en andere media waar journalisten werken te volgen. Laat zien hoe divers het medialandschap is en dat dit bij een democratie hoort.’ 

Als docent hoef je niet overal meteen een antwoord op te hebben, merkt ze. ‘Ik kan af en toe ook niet verklaren waarom dingen in de samenleving gebeuren. Maar de kern is dat je er een dialoog over kunt voeren, dat leerlingen met elkaar overeenkomsten vinden en verschillen leren begrijpen, dat ze zich kunnen inleven in het standpunt van een ander. Zodat ze hopelijk ook bij nieuwsberichten in hun achterhoofd houden: misschien zie ik op deze beelden maar één stukje, wellicht zijn er nog meer perspectieven.’