Vooral jongeren die van school komen zonder ‘startkwalificatie’ (een diploma op minimaal niveau 2 van het mbo dan wel havo), dus vmbo’ers en voortijdig schoolverlaters zijn kwetsbaar op de arbeidsmarkt, zo melden de ministers van OCenW en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een gezamenlijk ‘Plan van Aanpak jeugdwerkloosheid’. Dit plan is inmiddels op hoofdlijnen overgenomen door het kabinet. Zo moeten er de komende vier jaar 40.000 (leer)werkplekken bij het bedrijfsleven komen. De laagste cao-loonschalen moeten worden verlaagd, omdat ze nu te zeer afwijken van het minimum jeugdloon. Ook zou iedere werkloze jongere binnen een half jaar (weer) aan het werk dienen te zijn op een (leer)werkplek en/of aan scholing deelnemen. Daarnaast willen de beide ministeries bonussen voor jongeren die werk vinden, dan wel strafkorting voor jongeren die weigeren mee te werken. Scholieren spelen in op de recessie door langer door te leren. Van de mbo’ers studeert 47 procent verder na het behalen van hun diploma. Ze leren verder in een hoger mbo-niveau of gaan door naar het hbo. Vorig jaar deed slechts veertig procent dit, zo meldt het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) te Maastricht. Vooral leerlingen in de bol (dagopleiding) kiezen voor een vervolgstudie. In de bbl (vier dagen werken, een dag leren) gaan de meesten na hun diploma wel werken. Uit het CBSrapport Jeugd 2003, cijfers en feiten, onderdeel van de Landelijke Jeugdmonitor, blijkt dat veel scholieren en studenten naast hun opleiding werken. Het gemiddelde scholiereninkomen is 113 euro per maand. Verder hebben jongeren 6 uur vrije tijd per dag, die ze vooral voor de televisie of achter de computer doorbrengen. Maar ook sport, hobby’s en kunstzinnige activiteiten zijn, vooral onder jongeren tot achttien jaar, populair. Aan huiswerk besteden middelbare scholieren gemiddeld anderhalf uur per dag, studenten van 18-24 jaar studeren gemiddeld 2 uur per dag. En meisjes besteden meer tijd aan hun schoolwerk. Het gros vindt het onderwijs niet moeilijk en is tevreden over de opleiding. Ouders bemoeien zich vaak met het huiswerk van hun kinderen Bij ongeveer een kwart van de jeugd gebeurt dit altijd, bij ruim de helft soms. Jongens worden meer op de vingers gekeken dan meisjes. De meeste jongeren zijn tevreden over de manier waarop hun ouders hen opvoeden, ruim acht op de tien. Slechts twee procent klaagt over de opvoeding. Jongeren zijn over het algemeen gezond, maar houden er wel een ongezonde levensstijl op na. Vooral 18-24-jarigen roken en drinken veel en een groot deel van hen heeft weleens drugs gebruikt. En 20 procent van hen is te dik.