Kinderen die een andere thuistaal spreken, komen in de kinderopvang of later in de kleuterklas pas structureel in aanraking met het Nederlands. Daardoor kan hun Nederlandse uitspraak aanvankelijk minder goed zijn dan die van leeftijdsgenootjes met Nederlands als eerste taal. Een goede ontwikkeling van de thuistaal en gerichte aandacht helpen bij de spraakontwikkeling van het Nederlands, blijkt uit onderzoek van de Radboud Universiteit en Kentalis bij 25 eentalige Nederlandse peuters en 25 tweetalige Turks-Nederlandse peuters. De thuistaal en het Nederlands zijn bij tweetalige kinderen communicerende vaten: hoe beter jonge kinderen de klanken in hun thuistaal uitspreken, hoe beter ze dat ook in het Nederlands kunnen. Veel oefenen met spreken in de thuistaal is dus niet alleen van...
Benieuwd naar de rest van het artikel?
Word nu abonnee en krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen op Didactief, inclusief persoonlijk profiel om artikelen makkelijk te selecteren, delen en bewaren.