In de afgelopen decennia is veel onderzoek verschenen naar het belang van kernvaardigheden zoals rekenen en taal (ook wel aangeduid als gecijferdheid en geletterdheid, zie bijvoorbeeld OESO, 2013). Deze vaardigheden zijn essentieel om relevante informatie te halen uit bijvoorbeeld brochures, handleidingen, grafieken of tabellen. Uit het onderzoek blijkt dat voldoende kunnen rekenen, lezen en schrijven zeer voorspellend is voor hoe goed mensen het doen op economische gebieden (of ze een baan hebben, of een hoog inkomen). Ook zegt het vaak iets over hoe gezond ze later zijn, en in hoeverre ze meedoen in de maatschappij (sociale participatie). De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), de ‘club van rijke landen’, heeft haar onderwijsstrategie niet voor niets als volgt genoemd: ‘Better Skills, Better Jobs, Better Lives’ (OESO, 2012).
Sterke relatie
kernvaardigheden
en inkomen
Er lijkt daarmee internationaal geen twijfel te bestaan over het belang van deze kernvaardigheden. Toch is een causaal verband tussen kernvaardigheden en bijvoorbeeld inkomen niet aangetoond. De relatie tussen die twee is wel behoorlijk sterk, zo blijkt uit het internationaal vergelijkend onderzoek PIAAC van de OESO naar de gecijferdheid, geletterdheid en probleemoplossend vermogen van volwassenen in meer dan 35 landen. Werkenden die 50 punten hoger scoren op een schaal van 0 tot 500 (vrijwel iedereen zit overigens tussen 100 en 400) hebben een loon dat zo’n 15% hoger ligt. Die 50 punten komen ongeveer overeen met het verschil in vaardigheden tussen bijvoorbeeld mbo’ers en hbo’ers.
Dat lijkt een sterke aanwijzing, toch, dat kernvaardigheden uitmaken? Niet per se. De ‘menselijk kapitaal’-theorie zegt inderdaad dat deze vaardigheden direct nodig zijn in het werk en daarmee de productiviteit van werkenden verhogen. Maar de ‘wachtrij’-theorie beweert juist dat deze vaardigheden helemaal niet nodig zijn voor een goede uitoefening van het beroep, maar de basis vormen waarop werkenden de beroepsspecifieke vaardigheden ontwikkelen die wél tellen. Omdat de beroepsspecifieke vaardigheden in de regel niet gemeten worden in onderzoeken zoals PIAAC, lijkt het slechts alsof de algemene kernvaardigheden dit effect veroorzaken. Maar dat is dus volgens de aanhangers van de ‘wachtrij’-theorie een schijneffect.
De vraag is nu hoe deze vaardigheden ontwikkeld worden? En wat daarbij de rol is van gezinnen en scholen? Daarover meer in een volgende column.
Rolf van der Velden is emeritus hoogleraar bij het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van Maastricht University.
Dit is de eerste van vier columns over kernvaardigheden. De columns zijn gebaseerd op de afscheidsrede ‘This is a skills world’ van Rolf van der Velden als hoogleraar aan Maastricht University op 30 juni 2022. De rede zelf is hier te downloaden en hier te zien.
Referenties:
OESO (2012), Better Skills, Better Jobs, Better Lives: A Strategic Approach to Skills Policies, OECD Publishing.
OESO (2013), Skills Outlook: First Results from the OECD Survey of Adult Skills (Volume Vol. 1). OECD Publishing.
Velden, R. van der, en Bijlsma I. (2019). Effective skill: A new theoretical perspective on the relation between skills, skill use, mismatches and wages. Oxford Economic Papers, 71(1), 145-165.