Na mijn overstap vanuit de onderwijsinspectie is mij vaak gevraagd: ‘Wat heeft je het meest verrast als bestuurder?’. Best een lastige vraag, want ik was al snel geneigd antwoorden te geven in lijn met wat ik al die tijd al dacht, maar dan nog eens extra aangezet. Ik was al overtuigd van het extreme belang van schoolleiders, ik vond al dat onderwijs moet worden georganiseerd vanuit een basaal idee van wat goed en duurzaam werk voor leerkrachten kan zijn. Ik ging wel anders aankijken tegen schaalvraagstukken. Steeds vaker denk ik dat basisscholen in Nederland te klein zijn. En schoolbesturen veel te groot of juist veel te klein.
Hele kleine scholen zijn lastige werkplekken. Er is weinig ruimte voor specialisatie onder de leerkrachten. Als er iemand ziek is, is er nauwelijks een buffer. Expertise om goed op te leiden is er vaak niet. Het is ook duur, want leerlingaantallen komen al snel onhandig uit voor groepsvorming. Vooral ouders vinden hele kleine scholen fijn. Maar ja, die gaan niet naar school.
Mijn ervaring is dat scholen met circa 450 leerlingen een fijne omvang hebben. Twee groepen per leerjaar. Dat geeft leerkrachten ruimte om in een goede professionele context te leren en te specialiseren. Pedagogisch-didactisch levert het ook veel speelruimte op, terwijl je moeilijk kunt spreken van anonieme schaalvergroting. De directeur kent dan echt nog alle kinderen.
Maak gezonde
omvang school
aantrekkelijk
Niet alleen basisscholen variëren enorm in omvang, ook de besturen. Zou er dan echt geen logische of verstandige omvang zijn? Mij lijkt van wel.
Meer dan twaalf scholen is voor bestuurders heel moeilijk te overzien. Ze zoeken hun toevlucht dan snel in meerdere managementlagen of colleges van bestuur met meerdere bestuurders. Die hiërarchieën verhogen de interne overlegdruk, niet de waarde van het onderwijs. De basiseenheid in het onderwijs is de school, de rest is ondersteuning. Schaalvoordelen zijn al snel bereikt.
Omgekeerd zijn besturen met heel weinig scholen ook een slecht idee. Er komt dan wel heel veel facilitair werk neer op schoolleiders die zich op de onderwijsinhoud zouden moeten kunnen richten.
Laat dit mijn laatste advies zijn: maak een gezonde omvang financieel aantrekkelijker voor scholen. Dus geen kleine scholen-toeslag meer als ze onder de opheffingsnorm van hun gemeente zitten. En ontmoedig te kleine én te grote besturen met financiële prikkels. Dan zullen het schoolleiderstekort en het lerarentekort dalen en dat tegen lagere kosten. En de kwaliteit zal ook stijgen. Waar vind je nog zo’n deal?
Arnold Jonk is bestuurder bij Staij (Amsterdam) maar vertrekt per 1 oktober naar de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) en stopt om die reden als columnist bij Didactief. Lees al zijn columns.
Dit artikel verscheen in Didactief, september 2022.