‘Mijn dochter voelt zich niet fijn in de klas, en ik verwacht dat u daar iets aan gaat doen.’ De moeder van Anna* kijkt me kwaad aan. Het oudergesprek heeft ineens een heel andere wending genomen. Ik slik. Met harde stem doet Anna’s moeder haar verhaal. Het treiteren gebeurt niet in de klas, maar online, buiten school. Een groepje meiden voegt Anna toe aan de snapchatgroep en gooit haar er weer uit. Online praten ze verder over elkaar.
‘Als ik naar de juf
zou gaan, dan zou
dat snitchen zijn’
De afgelopen weken was de vervelende sfeer mijn klas ingeslopen, dat had ik wel gemerkt in hele subtiele momenten: in de rij even een duw geven, onder elkaar smoezen en dan naar Anna kijken. Soms zei ik er iets van, en leek er daarna weinig aan de hand. ‘Waarom ben je niet eerder langsgekomen?’ vraag ik. Anna kijkt beduusd: ‘Als ik naar de juf zou gaan, dan zou dat snitchen zijn. En snitchen is pas echt erg!’ De leider van het groepje en haar vriendinnen blijken haar goed in de gaten te houden.
Als volwassene heb je geen weet van de wereld van je leerlingen. Ze delen een wereld met elkaar die zich buiten ons blikveld afspeelt. Pas als je die wereld goed in beeld krijgt, kun je helpen. Dus onderdruk ik mijn neiging om de leider van het groepje morgen bij me te roepen. In plaats daarvan spreken Anna en ik een code af. Als ze gepest wordt, zal ze voortaan zeggen: ‘Juf, ik moet mijn potlood slijpen.’
Oudergesprekken kunnen heftig zijn en ouders verwachten soms veel van je, maar ik ben blij dat ik nu weet wat er speelt, want alleen dan kan ik helpen. En ja, het is confronterend en schaamtevol om te horen dat er in je leuke en gezellige klas gepest wordt. Maar ook dat hoort (soms) bij het leraarschap.
* Anna is een gefingeerde naam.
Laura van Breen werkt als leraar groep 7 op een basisschool in de binnenstad van Den Haag. Meer lezen?
Dit artikel verscheen in Didactief, januari/februari 2024.