Sommige leerlingen kunnen zó sarren, dat je als leerkracht je zelfbeheersing verliest. Dit is van alle tijden, maar dat wil niet zeggen dat fysiek straffen de beste remedie is. Integendeel. Leerkrachten met losse handjes halen dan ook het nieuws. In 2011 stompte een 64-jarige docent een 15-jarige leerling een tand uit de mond, in de bus op de terugreis van een schoolreisje.

Scholen zijn folterkamers


Fysiek straffen en de kritiek daarop is al eeuwenoud. Theoloog en humanist Erasmus van Rotterdam bekritiseerde in zijn Lof der zotheid (1511) het onderwijs van zijn tijd. In Erasmus’ ogen waren schoolmeesters het meest rampzalige en moedeloze soort mensen dat er bestond.

Scholen waren niet meer dan ‘folterkamers’, waar meesters hun leerlingen intimideerden. ‘Zij zijn zeer met zichzelf ingenomen, zolang ze hun angstige schare terroriseren met hun dreigende gezicht en stemgeluid, zolang ze met roeden, takken en zwepen de arme kindertjes tot bloedens toe slaan, en zolang ze op alle mogelijke manieren volgens hun eigen willekeur woedend tekeergaan.’

Erasmus was een vroege criticus van de vaak onnadenkende, wrede wijze waarop meedogenloze schoolstraffen werden uitgedeeld. Zijn kritiek op het schoolsysteem veranderde overigens niet veel aan de dagelijkse praktijk, getuige de raadgeving van schoolmeester Dirck Adriaensz. Om aan die wrede straffen het hoofd te bieden, adviseerde hij in zijn Regel der Duytsche schoolmeesters (1591), een onderwijzershandleiding met praktische en didactische tips, ook aanwijzingen voor straffen.

‘Tuchtig beheerst en met beleid’


Veelzeggend is dat hij zijn collega’s dringend adviseerde leerlingen met beleid af te tuigen: ‘Weest coel ghesint, niet hittigh van gemoeden, / U instrumenten sullen slechts wesen plack en roeden.’ Het is ongewenst een leerling op het hoofd te slaan, aldus Valcooch: ‘Alsoo men bevindt dat door het slaen der kinderen aen 't hooft veel ongemacken komen te ontstaen.’ Tuchtigen diende beheerst te geschieden.

In Erasmus’ humanistische kielzog benadrukten pedagogen en filosofen na hem dat kinderen ook op een passende wijze opgevoed kunnen worden. De in Nederland invloedrijke Engelse verlichtingsfilosoof John Locke (1632-1704) bijvoorbeeld schreef dat het van belang is dat opvoeders ongedwongen met kinderen omgaan. Locke was niet tegen straffen, maar hij gaf wel kritiek op de strenge straffen uit zijn tijd. Wrede straffen doen meer kwaad dan goed. Hij was een pleitbezorger voor een ongedwongen, sobere, maar tegelijkertijd intensieve opvoeding, waarin kinderen stapje voor stapje leren hoe ze zich dienen te gedragen.

Een ‘geduchten slag’


Of de invloed van Erasmus, Locke en zelfs Valcooch – die geen tegenstander was van fysiek straffen – ver reikte, is wegens gebrek aan historisch bronnenmateriaal de vraag. De Haarlemse stadsschoolmeester Gabriel Schouten (1758-1806) bijvoorbeeld, hoofd van een stadsarmenschool, had zeer losse handen. Regelmatig deelde hij stevige klappen uit aan zijn leerlingen.

De wreedste straf onderging de twaalfjarige Grietje Mesman. Wat gebeurde er? In de banken smoesde ze met haar zusje Line. Schouten bemerkte dit, liep vanaf zijn lessenaar naar de meisjes en gaf Grietje een ‘geduchten slag’ met een bullenpees – ‘een lijvig touw’ – dicht bij de hals. De klap was zo hard, dat zij uit de bank viel en ‘en op den grond liggende, bewusteloos haar water loosde’. Haar leven lang liep Grietje met een kromme hals door Haarlem. Wat had ze gedaan? Zusje Line kon geen hoofdletters schrijven en Grietje wilde haar hiermee helpen.

Slaan betekent ontslag


In de periode dat hoofdmeester Schouten van de  stadsarmenschool te Haarlem angst zaaide onder zijn leerlingen, dachten de pedagogen van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen, geïnspireerd door Erasmus en Locke, na over de vraag wat goed onderwijs is. Leerkrachten zouden rekening moeten houden met het karakter van hun leerlingen.

De reden waarom bepaald gedrag – zoals luiheid, praten, te laat komen, spieken, stelen – ongewenst is, dient uitvoerig aan een leerling te worden uitgelegd. Op deze wijze zouden emoties als eer en schande worden opgewekt: deze emoties zouden er voor zorgen, dat leerlingen het ongewenste gedrag vermijden waarvoor lichamelijke straffen werden uitgedeeld.

De predikant en Nut-man Jacob Hendrik Floh (1758-1830) schreef een verhandeling over straffen die model stond voor de Onderwijswet van 1801. Straffen zijn nodig om de kwaadwilligheid en beweeglijkheid van leerlingen te beteugelen. Gepaste straffen voor vervelende leerlingen waren, aldus Floh, achterin de klas plaatsen, op de gang zetten, het noteren van de naam op een schandbord en, pas in zeer zware gevallen, tuchtigen.

 Op lichamelijke straffen kwam reeds in 1820 een landelijk verbod: onderwijzers moesten met hun tengels van leerlingen afblijven. ‘Slaan is ontslagen worden!’, zo waarschuwde de in zijn tijd bekende christelijke pedagoog Jan Ligthart in 1900 aan het adres van de Nederlandse onderwijzers. Helaas konden – en kunnen – sommige leerkrachten zich niet altijd beheersen. De stompende biologieleraar kreeg in 2012 zijn ontslag.

Dit artikel is verschenen in Didactief van novemver/december 2024

Tekening van P.J.A.C. (Pieter) van Geldorp jr. (1872-1939). Collectie Nationaal Onderwijsmuseum.

De plak behoorde tot de pedagogische standaarduitrusting van schoolmeesters in de 17e en 18e eeuw. Collectie Nationaal Onderwijsmuseum.

De Tirannie van de schoolmeesters is een tekening van een woedende leraar met een narrenkap – het symbool van de zotheid – die een leerling met een roede slaat. De schilder Hans Holbein de Jongere maakte deze tekening in zijn exemplaar van Erasmus' Lof der Zotheid (1511).