Ik was er dol op en ik kon mijn vrienden en familie in mijn puberjaren dan ook onvermoeibaar ‘vermaken’ met ondenkbaar veel triviale feitjes. Het boek is me dierbaar. Ik heb het nooit kunnen weggooien – dat vind ik met boeken sowieso moeilijk – dus het moet nog ergens op zolder liggen.
Het Lijstenboek. Mooi voor feitjes. Mooi voor pubers. Maar wat als lijsten een serieuze rol spelen in het leven van volwassenen? Gek genoeg zit ik al jaren in een wereld die ze als allesomvattende waarheid gebruikt. Toen ik nog in het universitair onderzoek werkte, keek men ieder jaar uit naar de Times Higher Education World University Rankings. De bestuurders hoopten natuurlijk dat hun universiteit weer was gestegen. Jaarlijks is deze ranglijst ook weer een ar
tikel waard in iedere kwaliteitskrant die Nederland nog rijk is. Nu, in de politiek, krijg ik jaarlijks een trots bericht van het ministerie van Economische Zaken dat Nederland weer is gestegen op de lijst van meest innovatieve economieën ter wereld. Zie je wel dat het innovatiebeleid van EZ zijn vruchten afwerpt...?
Het is nuttig om als politicus met een bètaopleiding (en een kronkel voor lijstjes) te kunnen begrijpen hoe die lijstjes tot stand komen. Welke parameters gebruikt men en welk rekenmodel? Welke input leidt tot welke output? Iemand zei eens: ‘There are three kinds of lies: lies, big lies, and then you’ve got statistics.’ Zonder de achtergrond, de berekening, het model of de context te weten, zijn lijstjes betekenisloos – misschien zelfs gevaarlijk. Ze geven altijd maar één aspect van de werkelijkheid weer. Lijstjes in de handen van onwetenden leiden tot retoriek, tot reclame, maar niet tot inhoudelijk debat. Iets om te onthouden, niet alleen in de politiek maar zeker ook voor bestuurders en beleidsmedewerkers in het onderwijs.
Eppo Bruins, Tweede Kamerlid ChristenUnie.
Dit artikel verscheen in de rubriek ´Rondom het Binnenhof´ in Didactief, november 2017.
Lees ook de reactie van Linda Tukkers.