‘Waar ik het meest aan moest wennen, was dat je in de brugklas ineens zoveel meer verantwoordelijkheid hebt,’ zegt Hannah (13). Ze zit inmiddels in havo-2 van het Eerste Christelijk Lyceum (ECL) in Haarlem. ‘Huiswerk maken, toetsen voorbereiden, zorgen dat je de juiste boeken meeneemt: dat heb ik echt moeten leren.’

Corrie Cuperus, afdelingsleider 1 en 2 havo op het ECL, ziet haar leerlingen soms worstelen met de overgang naar de middelbare school. ‘Sommige leerlingen krijgen heimwee naar groep acht. Maar ook op het gebied van leren en studievaardigheden verandert er veel voor ze. Daarom besteden we daar in de brugklas extra aandacht aan. We merken dat sommige leerlingen aan het begin van het jaar nog niet echt openstaan voor nieuwe leerstrategieën. Ze hadden op de basisschool een manier van werken waarmee ze prima uit de voeten konden. Pas als ze hun eerste onvoldoende halen, zien ze de noodzaak in van het aanleren van nieuwe studievaardigheden. Daarom is het belangrijk dat we niet na de herfstvakantie al denken: nu kunnen ze het wel.’

Huiswerk maken. Dat heb ik echt moeten leren.

De school doet er van alles aan om haar leerlingen een goede start te geven. De brugklassers krijgen les in een eigen gebouw en behalve de mentor heeft elke klas drie tutoren uit hogere klassen, bij wie ze met vragen en problemen terecht kunnen. Daardoor vinden de meeste kinderen vrij snel hun weg. Toch zijn er altijd nog leerlingen die behoefte hebben aan meer begeleiding. Cuperus: ‘We zien bijvoorbeeld vaak dat brugklassers faalangst ontwikkelen, vooral op het gymnasium. Daar zitten de leerlingen die op de basisschool nog moeiteloos hoge cijfers haalden en die ervan schrikken als het ineens niet meer zo makkelijk gaat. Voor hen kan een training tegen faalangst uitkomst bieden. Daarnaast hebben we een sociale weerbaarheidstraining, voor leerlingen die nog niet zo stevig in hun schoenen staan. Vaak hebben zulke trainingen veel effect, doordat ze in groepjes worden gegeven. Leerlingen beseffen dan dat er meer kinderen zijn met hetzelfde probleem.’

Weerbaarheid

Het ECL is niet de enige school die alles uit de kast haalt om brugklassers te begeleiden tijdens hun eerste stappen op de middelbare school. Een steekproef onder dertig VO-scholen laat zien dat tweederde trainingen aanbiedt voor faalangstige leerlingen. Ongeveer net zo veel scholen hebben trainingen in weerbaarheid, zelfvertrouwen of sociale vaardigheden. Iets meer dan de helft heeft een huiswerkklas, waarin docenten of oudere leerlingen extra aandacht besteden aan plannen en ‘leren leren’.

Verder biedt een aantal scholen extra uren taal- en rekenvaardigheid aan, trainingen in het omgaan met agressie of een cursus zelfverdediging voor meisjes. Verreweg de meeste trainingen zijn niet verplicht en worden alleen gevolgd door leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben.

Sommige scholen laten hun brugklassers na de herfstvakantie een psychologische test (SVL of SAQI) doen waarin zaken als zelfvertrouwen, motivatie en de omgang met klasgenoten aan bod komen. Als de resultaten van zo’n vragenlijst erop wijzen dat een leerling extra begeleiding nodig heeft, volgt er een mentorgesprek en wordt de leerling zo nodig doorverwezen naar een training buiten schooltijd.

Op scholen die geen vragenlijst gebruiken, is vooral de mentor degene die de leerlingen in de gaten houdt. Cuperus: ‘Bij ons signaleert meestal de mentor de problemen. Ook betrekken we de ouders erbij. Aan het begin van het schooljaar houden we een ouderavond waarop we aangeven hoeveel tijd leerlingen ongeveer aan hun huiswerk zouden moeten besteden. Als na een paar weken blijkt dat een kind elke avond tot half elf zit te studeren, dan is er waarschijnlijk iets aan de hand. We vragen ouders in zulke gevallen contact met ons op te nemen, want de kans is groot dat zo’n leerling te hoge eisen stelt aan zichzelf.’

Veilig klimaat

Het aantal VO-scholen dat trainingen aanbiedt, lijkt de laatste jaren behoorlijk gestegen. Rots en Water, een instituut dat docenten opleidt om sociale weerbaarheidstrainingen te geven, zag in het afgelopen jaar alleen al het aantal trainingen met een kwart toenemen. Vanwaar die stijging? Het initiatief komt in ieder geval niet van de inspectie, want die gebruikt het al dan niet aanbieden van trainingen niet als beoordelingscriterium.

Freerk Ykema, directeur van Rots en Water, zegt: ‘De overheid heeft meer geld beschikbaar gesteld voor pestpreventie, iets waar onze trainingen ook onder vallen. Maar dat is niet het enige. Je ziet dat er op scholen steeds meer aandacht is voor sociale omgang en weerbaarheid. Scholen willen een veilig klimaat waarin leerlingen respectvol met elkaar omgaan.’

Ook Ortho Consult, dat docenten opleidt tot faalangstreductietrainer, merkt dat de vraag toeneemt. Trainer Ivo Mijland: ‘Toen we hier vijftien jaar geleden mee begonnen, stond het nog in de kinderschoenen. Maar tegenwoordig leiden we ieder jaar zo’n veertig docenten op.’

Zonder coaching zijn scholieren na twee jaar even zelfverzekerd als met coaching. 

Maar zijn al die trainingen wel echt nodig, of is alle aandacht voor faalangst en weerbaarheid overdreven? In 2012 promoveerden Eva de Hullu en Esther Sportel op een onderzoek naar faalangst en sociale angst onder scholieren. Ze volgden 240 jongeren van wie sommigen wel een training volgden om hun angsten tegen te gaan, en anderen niet. Na twee jaar waren de scholieren gemiddeld veel minder angstig geworden, ook degenen zonder training. Het lijkt er dus op dat jongeren voor een deel vanzelf over hun angsten heen groeien. Toch hebben de trainingen wel zin, concludeerden de onderzoekers. Ze kunnen scholieren op de korte termijn een zetje in de goede richting geven, en vooral faalangsttraining blijkt ook op langere termijn effectief te zijn.

De VO-raad vindt het goed dat scholen leerlingen waar nodig begeleiden en trainingen buiten de reguliere lestijden aanbieden. Woordvoerder Linda Zeegers: ‘Het liefst hebben we dat scholen zelf voor dit soort aanvullende begeleiding zorgen.’ Zeegers noemt de komst van commerciële trainingsbureaus ‘niet altijd wenselijk’. ‘Scholen moeten zelf zorgen dat alle leerlingen de begeleiding krijgen die ze nodig hebben. Dat is de taak van de school. Als er een commercieel systeem ontstaat van dure brugklastrainingen en huiswerkbegeleiding naast het reguliere onderwijs, ontstaat het risico dat sommige leerlingen een oneerlijke voorsprong krijgen op anderen.’

Dit artikel is eerder verschenen in Didactief, september 2014. Lees ook deel 2 'Zorgvuldig adviseren zonder Cito-toets'.