Louise Adriaans (16) fatsoeneert stapels spijkerbroeken in het filiaal van Jeans Centre in Westfield Mall of The Netherlands, Leidschendam. Vandaag is haar stagedag, ze doet de mbo-4 opleiding Store Manager, een samenwerking tussen ROC Mondriaan en Jeans Centre (JC). Haar week is gevarieerd: maandag in de klas in Delft, de dinsdag is hybride, deels in het winkelcentrum in Delft, deels in het klaslokaal boven de winkel. Op woensdag weer een dag school, de donderdag is voor zelfstudie, en op vrijdag staat ze hier.
Ze onderbreekt ons gesprekje even. Een echtpaar wil één spijkerbroek ruilen, maar trekt er twee uit hun tas. Het wordt een ingewikkelde transactie waarbij Adriaans gelukkig haar praktijkopleider en
floormanager Natasja Riem kan inschakelen. Als eerstejaars moet Adriaans immers het vak nog leren. Ze moet zorgen dat de winkel er aantrekkelijk uitziet en alles op de goede maat ligt (de voorraad ‘rechttrekken’), klanten helpen jeans te vinden of kledingsetjes uit te zoeken en een goede koffie maken (er zit een koffiebar in de winkel). Er zijn ook taken waar ze niet op bedacht was: de achterkant van het vak van store manager. Bijna elke dag wordt er bijvoorbeeld kleding geleverd in kratten die netjes in het rek moet. Ook heeft JC een DHL-servicepunt, dus regelmatig staat Adriaans met een pakketje in de hand. Of ze moet voor een opdracht van school (een challenge) bij andere winkels langs: hoe pakken zij in- en exterieur aan (de winkelbeleving in jargon).
Louise Adriaans (16) moet zorgen dat de winkel er aantrekkelijk uitziet en alles op de goede maat ligt.
Hospitality is ook belangrijk, legt Riem uit: ‘Soms komt een klant vooral voor een kopje koffie en een praatje over z’n hond. Het is belangrijk dat studenten dan ook interesse tonen. Als zo iemand een maand later wel een nieuwe spijkerbroek nodig heeft en het contact is goed, dan gunt hij jou de aankoop.’ Adriaans is een van haar eerste stagiairs, samen met Martine de Ruiter* (21). Het is mooi om te zien hoe de twee groeien, zegt Riem. ‘De eerste dag stonden ze wat hulpeloos te midden van de drukte en moet je nou eens kijken!’
Afwisseling
Ieder leerjaar op het ROC Mondriaan bestaat uit tien lesmodules, hun voortgang tonen de studenten aan in een portfolio. In het derde jaar moeten ze een bedrijfsplan opleveren, hun ultieme proeve van bekwaamheid. Studieloopbaanbegeleider Maxim Sommeling kijkt met ze mee. Jarenlang had hij zelf een Blokker-filiaal tot hij de overstap naar het onderwijs maakte. Nu begeleidt hij zes studenten en beoordeelt ze uiteindelijk, samen met Riem en een manager van JC. Een van de dingen waar hij op let: zit de student hier op z’n plek, hoe ziet het complete plaatje eruit? De Ruiter bijvoorbeeld deed eerst mbo juridisch, maar zat niet lekker in haar vel. Ze switchte – werken in een winkel lijkt haar beter te bevallen. Toch is ze vanochtend wat te laat. ‘Ov-kaart kwijt,’ zegt Sommeling vol begrip, ‘en natuurlijk kan je dan met je bankpas inchecken, maar dat kost haar extra geld, dus gaat ze eerst die kaart zoeken.’
Studenten zien
hun leermeester
vaker dan de school
Eenmaal op de werkvloer staat De Ruiter achter de kassa en helpt een klant uit te dokteren hoeveel geld er op zijn JC-spaarkaart staat. ‘€2,55, meneer, dus nog eventjes doorsparen!’ Vervolgens maakt ze van de nieuwe aankoop een mooi pakje. Als ze even geen klant heeft, pakt ze kordaat een krat met broeken om ze te voorzien van alarmknoppen. Stilzitten is er hier niet bij, zegt Riem. ‘Ons vak is meer dan kleding stapelen. Het sociale aspect maar ook kennis van het product en wat het doet, en hoe je een winkel runt.’ Juist die afwisseling vindt De Ruiter leuk. ‘Vorige week heb ik de kassa geleerd. Gelukkig had ik al wat kassa-ervaring bij Albert Heijn. Maar elke dag leer ik wel iets nieuws.’
Mentoring
Mentoring is ingewikkelder dan het lijkt. Nuis onderscheidt vier typen ondersteuning: 1) sociaal-emotioneel (een veilige omgeving creëren zoals bijvoorbeeld studieloopbaanbegeleider Sommeling in Leidschendam doet, en helpen gedrag en emoties te reguleren), 2) qua netwerk (netwerk helpen identificeren, uitbreiden en strategisch in te zetten), 3) gericht op autonomie (een zorgstructuur bieden waarin de student geleidelijk steeds zelfstandiger functioneert), en 4) gericht op loopbaanontwikkeling (reflecteert de student op korte- en langetermijndoelen, welke beslissingen horen daarbij, zoals in het geval van De Ruiter: misschien beter switchen van opleiding?).
|
Timmerman
Casper Westhoff (21) heeft zijn diploma mbo-4 uitvoerder in de bouw al op zak, maar besloot toch verder te leren: hij doet nu mbo-3 allround timmerman (bbl) aan Firda (voorheen ROC Friese Poort) en loopt stage bij Jorritsma Bouw. Zittend in de gestripte woonkamer van een renovatiewoning in Sneek vertelt hij: ‘De theorie heb ik al, maar ik wilde ook 100% snappen wat ik als voorman aan anderen moet uitleggen.’
Hij werkt nu vier dagen in de week mee met leermeester Jelte Hijlkema, een dag gaat hij nog naar school (met vrijstellingen, voor zijn diploma mbo-4). Hij hoopt in twee jaar klaar te zijn. Conform CAO krijgt hij betaald: € 13,60 per uur. Deze week heeft hij een nieuw wandje en een kozijn geplaatst in de badkamer van deze woning.
Casper Westhoff (21) werkt vier dagen in de week met zijn leermeester, een dag gaat hij nog naar school.
‘Zo ben ik zelf ook begonnen toen ik 17 was,’ vertelt leermeester Hijlkema, ‘bij Jorritsma toen ik op Friese Poort zat.’ De meeste klussen doet hij eerst voor aan Westhoff, de tweede keer mag deze het zelf doen terwijl Hijlkema helpt en begeleidt. Na een keer of twee, drie kunnen de meeste stagiairs het zelfstandig: deuren afhangen, een trilhamer hanteren, de veiligheid in acht nemen. Hijlkema leert ook van zijn stagiairs trouwens: ‘Werkomschrijvingen of formulieren voor de kwaliteitsborging zijn allemaal digitaal en die studenten zijn handiger met de tablet dan ik.’ Westhoff grijnst.
In hun derde jaar
moeten studenten een
bedrijfsplan opleveren
Studenten brengen meer dagen door met hun leermeester dan dat zij thuis of op school zijn, zegt Wilma Heidinga van Jorritsma lachend. ‘Dat voelt natuurlijk soms toch als een grote broer of een vader. Onze leermeesters krijgen daarom een training hoe om te gaan met de diverse aspecten van zo’n stage. Mocht het niet lekker lopen, dan spreken zij de stagiair ook aan, maar na twee of drie keer grijpen wij in. Wij staan als bedrijf garant voor een mooie stage, maar dan verwachten we ook wel iets terug van de stagiairs.’
Eigenlijk is iedereen hier in deze kale woonkamer heel tevreden over deze coronageneratie. Jelte Hylkema: ‘Ik hoor mensen altijd klagen over die jeugd met hun mobieltjes maar hier gaat het prima hoor.’
Jorritsma heeft tien bbl-stageplekken op de bouwplaats per jaar: in renovatie, nieuwbouw of utiliteitswerken. Intakegesprekken doet Heidinga: is iemand gemotiveerd, past diegene bij het bedrijf? Eigenlijk zijn vrijwel alle timmermannen ooit als stagiair binnen gekomen, de oudste 40 jaar geleden.
Toekomstbouwers
Voordat Heidinga studenten ‘van buiten’ spreekt, heeft leerlingbegeleider Jorine Rupert ze al gezien. Vanuit het bedrijf Toekomstbouwers begeleidt ze leerlingwerknemers (aka stagiairs) en leermeesters voor bedrijven in Friesland. Studenten solliciteren bij hen, krijgen een contract, bedrijfskleding, gereedschap, en een veiligheidscursus (VCA). Schoolopdrachten kunnen ze indien nodig in de werkplaats van Toekomstbouwers doen. Zo ontzorgt Rupert bedrijven, stagiairs én scholen. De jongeren krijgen de garantie dat ze hun opleiding kunnen afmaken, Jorritsma in dit geval hoeft minder tijd in de begeleiding te steken. School komt tweemaal per jaar op de werkplek kijken, Toekomstbouwers elke twee à drie maanden ‘en vaker als het nodig is’, zegt Rupert. Heidinga en Rupert spreken elkaar in ieder geval vaak genoeg om studenten die er een potje van maken eruit te pikken. Heidinga lachend: ‘Het is wel eens voorgekomen dat een student mij iets had voorgespiegeld, maar aan Jorine een heel ander verhaal had verteld. Daar zijn we dan snel achter met z’n tweeën.’ Waar het wel eens misgaat? Jelte Hylkema mengt zich in het gesprek: ‘Ik heb een stagiaire gehad die voorgaf elke maandag naar school te gaan, maar daar in werkelijkheid nooit geweest was. School is voor veel van deze jongeren bijzaak. Een dag in de klas kost ze echt meer moeite dan hier een dag te zijn.’
Stagematching
Er zijn veel klachten over stagediscriminatie van studenten uit minderheidsgroepen (zie ook gelijknamig kader). Uit onderzoek blijkt dat studenten met een migratieachtergrond vaak met 1-0 achterstaan bij het zoeken van een stage. Maar wie die cijfers nader onderzoekt, aldus Tyas Prevoo van SEO, ontdekt dat sociaal milieu en netwerk minstens zo belangrijk zijn als kleur of achternaam. En ook ‘witte’ studenten kunnen moeite hebben een plek te vinden. Dat kan bijvoorbeeld met afstand te maken hebben in gebieden waar het streekvervoer wegbezuinigd is. Bij Jorritsma in Friesland geldt: een stagiair mag maximaal een half uur fietsen en anders wordt hij of zij opgehaald door collega’s. Soms lijkt volgens Prevoo ook iets anders te spelen. Solliciteren en afgewezen worden voor een stageplek of baan kan een nuttige ervaring zijn, daar leer je van en je ontdekt wat bij je past. Maar sommige studenten vinden dat zo spannend dat ze liever kiezen voor een plek bij familie in het bedrijf. Zij moeten uit hun schulp geholpen worden om het eens elders te proberen. Voldoende stageplekken en een leerlingbegeleider die praat met studenten over wat bij ze past, zijn dan wel noodzaak. Om afwijzing op oneigenlijke gronden te voorkomen, is in het Stagepact MBO afgesproken dat scholen studenten meer zelf gaan matchen, zonder sollicitatie- of klikgesprek (‘past’ iemand in het team?). En wat blijkt, aldus Prevoo: iedere stagecoördinator doet dat nu nog op z’n eigen manier. Op de ene school ligt de verantwoordelijkheid helemaal bij de student, op de andere wordt alles juist voor de student voorgekookt. In de zorg gebeurt matching door de school zelf het vaakst. Niet zo gek, want studenten worden daar vaak persoonlijk begeleider van kwetsbare mensen. Aansluiting vergroot dan vanzelfsprekend het succes. Maar in het bedrijfsleven is er weinig tijd om te selecteren; bedrijven die een goede match belangrijk vinden, besteden het soms uit zoals ook Jorritsma doet. Leraren kunnen studenten helpen 1) relevante arbeidsmarktvaardigheden op te doen, 2) hun arsenaal aan zoekstrategieën te vergroten (welke stagemogelijkheden zijn er allemaal?), en 3) ze te leren solliciteren. Besteed bijvoorbeeld meer aandacht aan sollicitatiebrieven en cv’s. Dilemma’s blijven er: geef je studenten beperkte keuze in stageplekken zodat je ze dwingt ervaring op te doen op plekken die ze anders niet zo snel kiezen (maar die wel noodzakelijk is voor hun toekomstig beroep)? Of bied je een breed palet aan waarmee je de kans vergroot dat ze iets kiezen waaraan ze niet zo snel dachten? |
Gastvrouw
Een buitenstaander zou misschien concluderen dat de stagematching bij Kira Naciri (19, coverfoto) vorig jaar beter had gekund. Ze liep toen stage bij een zaak met een Michelinster in Amsterdam. ‘Ik heb er veel geleerd, maar de druk lag er hoog en ik merkte dat ik daar stress van kreeg. Omdat ik het extra goed wilde doen en mee wilde komen met collega’s.’ Nu staat ze al twee maanden vier dagen in de week als zelfstandig werkend gastvrouw (bbl) bij Hotel V & The Lobby in Amsterdam. ‘Natuurlijk moet ik hier ook alles geven, maar hier kan ik meer mijn eigen draai aan mijn werk geven. Ik heb elke dag veel zin om naar stage te gaan.’ Naciri draait soms ook avonddiensten, al moet ze de vijfde dag gewoon naar school op het ROC Amsterdam voor de reguliere vakken.
‘Ik ben hier begonnen met drankjes lopen en het leren kennen van de tafelnummers. En ook om klein contact te maken met de gast als ik het drankje op tafel zet. Daarna ben ik in de bediening gaan lopen en heb ik mijn eigen “wijk” gekregen. Vanuit daar ben ik me nu aan het ontwikkelen. Ik heb met mijn stagebegeleider gekeken: wat moet ik dit jaar leren vanuit school? En wat wil ik zelf leren? We hebben samen een lijstje gemaakt en na elke shift kijk ik met mijn stagebegeleider: wat heb ik vandaag gedaan, en hoe ging het? Het lijstje met leerdoelen kon ik na een maand al afstrepen.’
Laat het niet van
toeval afhangen wie
stagiair begeleidt
Bij Naciri blijkt het heel belangrijk dat de stagebegeleider of leraar kijkt hoe ze zich voelt. ‘Als ik me niet goed voel, merken gasten dat in mijn service. Tijdens beide stages kon ik goed met mijn begeleiders hierover praten, belangrijk want zo kan ik goed mijn werk blijven doen. Het besef dat het niet alleen om werk maar ook om mij als persoon gaat, wil ik meenemen in mijn verdere carrière.'
Ilja Baron is docent op ROC Amsterdam, en een dag in de week stagebegeleider voor alle studenten horeca (100). Om ze allemaal één keer per jaar te bezoeken is het flink aanpoten, zegt ze. Ze is ook het aanspreekpunt voor leerbedrijven bij vragen over schoolgerelateerde zaken, praktijkexamens of begeleiding voor studenten met een ondersteuningsbehoefte. Ze is mede-beoordelaar van de verschillende praktijkexamens die op meerdere manieren worden getoetst, door een verslag, een mondelingexamen of een observatie. Dat gaat altijd volgens het vierogenprincipe: de school samen met de praktijkopleider (de stagebegeleider waar Naciri op doelt) of een externe assessor. (Moeten deze opleiders eigenlijk hetzelfde werk doen als hun mbo-studenten om hen effectief te kunnen begeleiden? Hun rol veronderstelt immers actuele beroepskennis van het werk waarvoor de student wordt opgeleid, aldus het NRO. Lees hierover meer op de website van de kennisrotonde.)
Heeft hij wel tijd voor haar? ‘Als je het slim indeelt, kost een stagiaire je hooguit een uur, anderhalf uur extra per dag. Maar een stagiair of leerling is niet iemand die alleen maar voorbijkomt. Je ziet ook dat leerbedrijven stagiaires erbij proberen te houden zodra ze klaar zijn, omdat ze goed in het team vallen. Wij doen dat ook, maar zeggen daarnaast: ga alsjeblieft nog bij een ander bedrijf jezelf ontwikkelen. Je ziet het nog wel eens bij keukenstages, dat leerlingen blijven “hangen”. Omdat ze in hun comfortzone zitten en het leuk vinden met het team. Ze zijn vaak jong, dan is er een drempel om jezelf opnieuw te moeten bewijzen binnen een ander bedrijf.’
Van Steijn controleert niet alleen in het restaurant, maar kijkt ook of studenten wel echt hun verslagen inleveren. ‘Gelukkig is er een platform als Examenwerk, daar kunnen wij als opleider op inloggen en meekijken met school, maar er ook beoordelingen van onze opdrachten inzetten.’ Een eindbeoordeling voor de module bediening is simpel bij V. Van Steijn: ‘Je draait eigenlijk voor één dag een heel klein restaurantje op basis van één tafel. Is er op de juiste manier ingekocht? Is het menu voorbereid? Zijn de prijzen goed doorbrekend? Maar ook het stukje gastheerschap zit erbij.’
Macarons
Fatima Jasim (28) heeft haar eigen uitdagingen, ze zit in haar derde leerjaar tot zelfstandig bakker (bol) aan het ROC Amsterdam. Vandaag staat ze met een medestudent in de productieruimte van patisserie Linnick in Almere. Op een whiteboard staan bestellingen genoteerd. Het is macaron-dag. De radio staat aan en iedereen is geconcentreerd aan het werk. Op grote tafels liggen honderden felgekleurde macarons. Die hebben ze gisteren al gemaakt, samen met drie personeelsleden. Een zorgvuldig proces, legt eigenaar Nick van Doorn uit: ‘Je moet de vulling koken, spijs draaien, het beslag maken. We produceren 6000 macarons per week.’ Nu moeten de kwetsbare koekjes heel voorzichtig worden omgedraaid en gevuld met een citroen-calamansi-verveine-vulling.
Jasim ‘dopt’ ze vervolgens: ze plaatst het ‘dopje’ op de vulling en zet zo de macaron in elkaar. Dat doet ze tot de lunch, daarna verpakt ze ze in dozen van 25 stuks. Een werknemer maakt ondertussen kokosmousse voor een fris passievruchttaartje.
Fatima Jasim (28) zit in haar derde leerjaar tot zelfstandig bakker en zet vandaag macarons in elkaar.
Een dag in de week loopt Jasim stage hier op de werkvloer in Almere; op vrijdag werkt ze mee in de Linnick-patisserie in Amsterdam en maakt ze gebakjes af (bijvoorbeeld door verse decoratie toe te voegen). Dat is ochtendwerk, ze begint al om 7 uur. Op maandag, woensdag en donderdag gaat ze naar school. Wat zij het leukste vindt? ‘Recepten verbeteren, en gelukkig is dat ook een opdracht voor school.’ Ze weet al hoe ze dat gaat doen: een brownie zo aanpassen dat het een desserttaartje wordt. Wat vindt ze het moeilijkste? ‘Alle Franse namen van de gebakjes onthouden.’ Op de website van Linnick zien ze er inderdaad ingewikkeld, maar ook heerlijk uit: mignardises, tarte aux pommes, trois noix.
Het moeilijkste?
‘De Franse namen van
gebakjes onthouden’
Van Doorn herkent zich wel in zijn stagiairs. Na een aanvankelijk lastige schoolloopbaan, haalde hij hoge cijfers bij banketbakkersschool De Berkhof in Amsterdam. Het vak leerde hij als leerling bij de bekende Amsterdamse patisserie Holtkamp. Voor hem was het vanzelfsprekend dat hij ook zelf leerlingen wilde begeleiden, toen hij in 2014 zijn eigen patisserie opende. ‘Kennis doorgeven is het leukste wat er is. Het is een wisselwerking als leerbedrijf: wij geven kennis door, zij helpen ons met dingen maken. Je geeft heel veel, zeker in die eerste paar maanden, maar daarna heb je ook wat aan ze.’
Toen Van Doorn zelf begon, was 90% van zijn medestudenten man, nu is 90% vrouw. Er wordt veel van hem gevraagd als stagebegeleider. ‘We zijn een zorgmaatschappij geworden, dus je moet sommige studenten met handschoentjes aanpakken. Veel jongeren hebben een rugzakje, bijna allemaal zijn ze dyslectisch, of hebben ze adhd. Dat heb ik zelf ook, dus ik weet hoe ik ermee om moet gaan. Ik probeer ze erbij te houden, door dicht bij ze te blijven, veel met ze te sparren en het gezellig te houden. Ze mogen hier ook veel doen: als ze iets moeten maken voor school, dan helpen we ze daarbij.’
Mariska Gerritsen, docent Banket en beroepspraktijkvorming-coördinator Brood en Banket aan ROC Amsterdam College Centrum Brood en Banket, kan dat beamen. ‘Fatima leert veel verschillende technieken en vaardigheden, alles wat ze wil wordt aangeleerd. Voor één van haar stageopdrachten, het bestellen van grondstoffen, krijgt ze veel vrijheid en begeleiding van het bedrijf om de opdracht juist te kunnen uitvoeren.’ Ook Gerritsen gebruikt de online omgeving Examenwerk. Hierin staan alle werkprocessen en leerdoelen waar haar studenten op geëxamineerd worden: van het afwegen en verwerken van deeg tot het opspuiten van een taart, maar ook hygiëne en plannen van productie.
Stagediscriminatie |
Linnick is ondertussen al twee keer achter elkaar het tweede-beste leerbedrijf van Nederland geworden in de sector. Van Doorn is er trots op. Mede om zijn kennis te delen zit hij ook in het zogenoemde ROBO, een landelijk overleg van leerbedrijven, leermeesters en scholen over veranderingen in beroep en beroepsonderwijs. Inmiddels werkt Linnick samen met vijf scholen.
Grote baas
Niels Bakker (22) is inmiddels ook begeleider bij Linnick. Hij benaderde de patisserie zelf, voor zijn stage niveau 4 patisserie, na de driejarige opleiding tot zelfstandig werkend banketbakker aan het ROC Amsterdam. Hij leerde er ‘next step-patisserie’, zoals hij het zelf noemt, ‘dan mag je het luxe werk doen, met duurdere grondstoffen zoals pistache, chocola en fruitpurees. Ik leerde hier zo veel dat het op school eigenlijk heel erg tegenviel.’
‘Het ligt aan jou
als een leerling
het niet snapt’
‘Nu is Niels hier de grote baas, hij zorgt dat het allemaal reilt en zeilt,’ vertelt Van Doorn trots. Bakker begeleidt nu zelf de nieuwe studenten: ‘In het begin was dat even wennen. Het is ook wel lastig als je niet weet hoe het moet.’ Wat vond hij precies lastig? ‘De constante vraag van stagiairs: wat moet ik doen?’ Van Doorn: ‘Het is maar net hoe je het zelf oplost als praktijkbegeleider. Het ligt in feite altijd aan jou als een leerling het niet snapt. En dan vind ik het heel erg leuk om mezelf uit te dagen om te kijken hoe ik het beter of anders kan doen. Doel is natuurlijk om iets toch voor elkaar te krijgen in plaats van geïrriteerd te raken. Maar dat is weleens lastig, confronterend ook. In het begin vond ik het irritant als iemand iets niet goed deed – totdat je erover gaat nadenken hoe het dan zou moeten. En bovendien, dit is ook onderwijs, ze moeten het nog leren. Mijn werkruimte is hun klaslokaal.’
Personeelstekort
|
* Gefingeerde naam, echte naam bekend bij Didactief.
Dit artikel verscheen in Didactief, december 2023.
Lees meer over coaching op de werkplek in het boek Coaching op de grens van opleiding en werk, gefundeerd begeleiden doe je zo van Nuis’ begeleider Simon Beausaert e.a. Didactief