Welzijn: onderwijs wordt overvraagd én onderbenut
Het onderwijs kan een belangrijke rol spelen voor het welzijn van kinderen en jongeren. Maar dan moeten mentale issues niet uitsluitend worden gezien als een individueel probleem, stelt de Onderwijsraad in het rapport Welzijn en Onderwijs.
Psychische en emotionele problemen bij leerlingen en studenten nemen toe, met name bij meisjes. Denk daarbij aan depressie, angst, stress, somberheid en onzekerheid. De Onderwijsraad verkende welke rol het onderwijs, van basisschool tot universiteit, hierbij kan spelen.
De expertise van het onderwijs wordt in de optiek van de Onderwijsraad nu onderbenut. Dat hangt samen met psychologisering; over mentale problemen wordt in de samenleving steeds meer gesproken in termen van de geestelijke gezondheidszorg en die medicalisering vraagt dan ook om een oplossing uit de medische zorg. De Onderwijsraad pleit echter voor een bredere blik op welzijnsproblematiek.
Vroege signalering
Op het gebied van welzijn wordt veel van het onderwijs gevraagd. Scholen worden geacht problemen vroeg te signaleren en zorg of ondersteuning te bieden. De Onderwijsraad stelt dat welzijn steeds meer gezien wordt als vóórwaarde om deel te kunnen nemen aan het onderwijs. ‘Welzijn van leerlingen en studenten kan echter ook een gevólg zijn van het volgen van onderwijs.’ Volgens het rapport biedt het onderwijs vele mogelijkheden om welzijn te bevorderen: onderwijs op zich, aandacht voor zingeving en de school/opleiding als veilige omgeving.
Onderwijs betekent veel voor het welzijn van kinderen en jongeren, omdat ze zich daar gezien voelen en uitgedaagd worden. Ook doen ze succeservaringen op. ‘Het is de plek waar ze dagelijks andere jongeren en leraren ontmoeten, samen nieuwe dingen leren, buiten de huiselijke invloedsfeer de samenleving en wereld beter leren kennen en kennis en vaardigheden opdoen voor hun werkende leven,’ aldus het rapport. Onderwijs biedt leerlingen bovendien de mogelijkheid de blik naar buiten te richten. Ze kunnen even hun zorgen vergeten.
Zingeving helpt leerlingen en studenten om hun weg in het leven te vinden. Zingeving kan vorm krijgen tijdens vakken als godsdienst-levensbeschouwing, kunst en literatuur, maar ook buiten het curriculum.
Veilige schoolcultuur
Scholen kunnen daarnaast ook bescherming bieden met een veilige en sociale schoolcultuur; een plek zijn om samen aan de slag te gaan. ‘Een school die zo’n plek is, kan een belangrijke bijdrage leveren aan de kracht en weerbaarheid van jongeren,’ zo verwoordt de Onderwijsraad dat. De raad spreekt van een buffer tussen jongeren en de samenleving. Bij een veilige school horen ook duidelijkheid over de identiteit van de school en heldere regels en afspraken.
Het is daarnaast van belang dat scholen de prestatiedruk van de samenleving niet versterken, maar juist relativeren. De Onderwijsraad wijst bovendien op het belang van goede huisvesting van scholen. Die moet geschikt zijn om te ontspannen en elkaar te ontmoeten.
Welzijn en Onderwijs is een verkenning, bedoeld om beleidsmakers op landelijk en gemeentelijk niveau, schoolbestuurders, schoolleiders en lerarenteams handvatten te geven om het gesprek over welzijnsproblematiek breder te kunnen voeren.
Burgerschapsopdracht
De verduidelijking van de wettelijke burgerschapsopdracht van 2021 moet gezien worden als vertrekpunt voor verdere verankering van de burgerschapsopdracht in het funderend onderwijs. Dat stelt het Verwey-Jonker Instituut na onderzoek onder bijna 500 onderwijsprofessionals. Die noemen de wet in grote lijnen duidelijk. Veel scholen hebben leerdoelen geformuleerd en leerlijnen ontwikkeld. Er zijn echter ook scholen die moeite hebben de abstracte begrippen uit de wet te vertalen naar de onderwijspraktijk. Ga naar Burgerschapsonderwijs in ontwikkeling
Ouderbijdrage (1)
Kinderen van ouders die de vrijwillige ouderbijdrage niet hebben betaald, mogen sinds 2021 niet meer uitgesloten worden van activiteiten. KBA Nijmegen en ResearchNed hebben de impact van die wet onderzocht. Veruit de meeste scholen informeren ouders via de schoolgids over de hoogte van de ouderbijdrage en de bestedingen, en maken duidelijk dat de bijdrage niet verplicht is. Sommige scholen doen dat echter niet en soms worden leerlingen toch uitgesloten. Ook ervaren ouders de bijdrage niet altijd als vrijwillig. Ga naar Wetsevaluatie Vrijwillige ouderbijdrage
Ouderbijdrage (2)
In de gemeente Utrecht bestaat een bovenschools fonds dat de vrijwillige ouderbijdragen over de scholen verdeelt. Andersson Elffers Felix (AEF) onderzocht in opdracht van OCW of zo’n systeem leidt tot een gelijkere verdeling. Bij landelijke invoering zou dan in het po € 15,7 miljoen minder worden opgehaald en in het vo € 44,1 miljoen minder. AEF identificeerde acht factoren die van invloed zijn op de betalingsbereidheid van ouders. Eén daarvan is de schaalgrootte: bij een kleine regio is de bereidheid te betalen groter. Ook niet alle scholen zijn voorstander van een bovenschools fonds. Ga naarVerkenning bovenschools fonds vrijwillige ouderbijdrage
Nieuwe scholen
De kosten die startende nieuwe scholen maken zijn veel hoger dan de startbekostiging die ze daarvoor krijgen. Dat concludeert SEO Economisch onderzoek. Vooral nieuwe basisscholen en scholen die door een nieuw bestuur worden opgericht, krijgen daarmee te maken. De kosten in het po bedragen gemiddeld ruim € 42.000 (exclusief kosten voor een kwartiermaker van zo’n € 20.000), de startbekostiging bedroeg in 2025 gemiddeld circa € 19.000. In het vo bedroeg de bekostiging in 2025 aanzienlijk meer: zo’n € 131.000, maar volgens scholen is ook dat niet toereikend. Ga naar Startbekostiging nieuwe scholen – eindrapport