Volgens de raad is het benutten van kennis uit een breed palet aan onderzoek essentieel voor onderwijskwaliteit. Eenzijdige nadruk op effectonderzoek en ‘wat werkt’-methodes doet geen recht aan de complexiteit van lesgeven en kan de professionele ruimte van leraren beperken.

Voorzitter Louise Elffers benadrukt dat onderwijs meer is dan het toepassen van bewezen interventies: leraren moeten steeds afwegen wat past bij hun doelen, context en leerlingen. “Lesgeven is geen kwestie van het opentrekken van een ladekast met bewezen effectieve methodes,” aldus Elffers.

De raad erkent dat de minister verantwoordelijkheid draagt voor onderwijskwaliteit en dat onderzoek schoolteams kan ondersteunen bij het maken van keuzes. Maar daarvoor is volgens de raad juist een brede kennisbasis nodig, met ruimte voor verschillende onderzoeksmethoden, disciplines en vraagstellingen.

De Onderwijsraad adviseert daarom om te investeren in een divers onderzoekslandschap én in de randvoorwaarden die leraren en schoolleiders nodig hebben om deze kennis te benutten. Denk aan onderzoeksgeletterdheid, een lerende schoolcultuur en voldoende tijd en middelen voor professionele ontwikkeling.

Ook is de raad kritisch op het wetsvoorstel Concretisering deugdelijkheidseisen. Daarin ziet de raad een verkapte verplichting om evidence-informed werken te vertalen naar het gebruik van bewezen effectieve methodes. Dat acht de raad onwenselijk. In plaats daarvan adviseert zij expliciet af te zien van zo’n wettelijke verplichting en te kiezen voor ruimte voor professioneel handelen, gebaseerd op een breed palet aan onderzoek.