Daar zaten we weer, de schoolleiders van onze stichting, een aantal stafmedewerkers en ikzelf. Na te denken over een nieuwe opdoemende crisis. Na jaren van lerarentekort en corona, crises die beide natuurlijk nog lang niet voorbij zijn. Wat te doen met al die kinderen uit Oekraïne? In de buitenwereld heeft iedereen wel een tip of een doelstelling voor je. Heb je wel aan Oekraïense docenten gedacht? Ik wil wel een dagje helpen hoor. Ze moeten gewoon zo snel mogelijk naar school. Wist je dat ze gewoon rechten hebben?
Ja, die tips hebben we zelf al bedacht. Die doelstellingen hebben we ook al. Maar de vraag is hoe. Wat nu opvalt zijn de enorme onzekerheden. We weten nog helemaal niet hoeveel kinderen we kunnen verwachten, wanneer die waar komen, en hoelang ze blijven.
Dat maakt allemaal nogal wat uit. Als een groot aantal kinderen hier heel tijdelijk in Nederland is, dan is het misschien het beste idee om zo goed mogelijk de Oekraïense kinderen bij elkaar te houden, hun eigen onderwijssysteem zo goed mogelijk te repliceren, zodat ze bij thuiskomst hun leven weer zo goed en zo kwaad als het kan weer op kunnen pakken.
Maar dat hoop je in oorlogssituaties altijd, dat het maar kort duurt. Moet je daarop speculeren? Of is het verstandiger ervan uit te gaan dat een groot deel van de kinderen hier zal blijven, en ze dus zo snel mogelijk in het Nederlandse onderwijs op te nemen? Dat vereist een totaal andere aanpak. Want een groep Oekraïense kinderen bij elkaar leert moeilijk Nederlands, die blijft onderling de eigen taal spreken. Dan is het slimmer ze op te nemen in gemengde groepen.
Kort of lang
verblijf vereist
andere aanpak
Dat laatste is dan ook de inbreng van de schoolleider van onze nieuwkomersschool. Op basis van decennia aan kennis en ervaring overtuigt ze onze collega’s van hoe wij het moeten gaan doen. We gaan toch proberen onze nieuwkomersvoorzieningen op te schalen. In alle onzekerheid is dat toch maar het beste voor de kinderen. We gaan het proberen, want geen idee of we er leerkrachten voor kunnen vinden. En misschien komen die kinderen niet. Of gaan ze toch snel weer weg.
Op dit soort momenten hou ik het meest van het onderwijs. Ik zie de vermoeide gezichten van de schoolleiders, na drie jaar crisismanagement. En dan zegt er eentje: ‘We gaan het doen.’ En dan knikt de rest. Ja, we gaan het doen.
Arnold Jonk is bestuurder bij Staij (Amsterdam). Meer columns lezen?
Dit artikel verscheen in Didactief, april 2022.