Burgerschapsonderwijs kan verschillende doelen dienen: juridisch (les in staatsinrichting), sociaal (opvoeden tot goede burgers) en moreel (opvoeden in de nationale waarden). De basis voor het huidige burgerschapsonderwijs ligt in de jaren negentig, toen onder invloed van de politieke discussie over de multiculturele samenleving behoefte ontstond aan nationale eenheid en integratie. Het woord ‘integratie’ werd destijds vooral gebruikt wanneer het ging over moslims, en de noodzaak daartoe werd vooral na de aanslagen van 11 september 2001 sterk gevoeld: islamitische kinderen moesten de Nederlandse waarden leren. Maar met de wet van 2005 maakte de overheid burgerschapsonderwijs verplicht op álle basis- en middelbare scholen, voor iedereen. Toch verwijzen ambtenaren in de toelichting op de wet van 2005 nog herhaaldelijk naar het belang van burgerschapsonderwijs voor ‘allochtonen’ en ‘niet-westerse’ kinderen.
Concrete leerdoelen
De wet van zowel 2005 als 2021 heeft tot doel ‘actief burgerschap’ en ‘sociale integratie’ te bevorderen. Om deze doelen te verwezenlijken, moeten leerlingen les krijgen in de ‘basiswaarden van de democratische rechtsstaat’. Die omvatten onder andere de vrijheid van meningsuiting, het gelijkheidsbeginsel, verdraagzaamheid en afwijzen van discriminatie. Het gaat dus vooral om grondwettelijke beginselen, hoewel verantwoordelijkheid en autonomie ook als basiswaarden worden genoemd (‘dat iedereen zelf kan bepalen wie hij/zij wil zijn en hoe hij/zij zijn/haar leven wil leiden’). De wet verlangt van iedere school dat die een cultuur creëert in lijn met deze waarden. Ook moet de school voor dit onderwijs concrete leerdoelen formuleren die van groep 1 tot en met 8 logisch zijn opgebouwd, en de leerresultaten inzichtelijk in kaart brengen.
Maak ruimte voor
discussie en
moeilijke vragen
Met name basis-, maar ook middelbare scholen hebben vanuit sociaal-emotionele vorming al veel ervaring met het onderwijzen van basiswaarden; ook daar leren leraren kinderen hoe ze goed met elkaar en met spullen om horen te gaan, hoe ze conflicten oplossen en voor zichzelf opkomen. De burgerschapsopdracht lijkt hier op in te spelen, maar hanteert daarbij vooral een juridisch (want grondwettelijk) kader. Dat stelt leraren voor uitdagender vragen: mag je beledigen nog gewoon verbieden op school, of valt dat onder de vrijheid van meningsuiting? Hoe ga je om met uitspraken van kinderen vanuit hun geloof die strijdig kunnen zijn met een waarde als gelijkheid? Als de burgerschapswet vraagt om kinderen te leren begrip te hebben voor anderen, hoeveel ruimte voor verschil moet er dan zijn in je klas? De enorme hoeveelheid tekst en regelgeving rondom de burgerschapsopdracht (alleen al de onderzoekskaders van de inspectie bedragen 160 pagina’s) draagt niet bij aan de toegezegde ‘verduidelijking’ van de wet.
Principiële bezwaren
Wetenschappers en opiniemakers, zoals Gert Biesta (2020; 2021) en Michael Merry (2017; 2018), voerden diverse bezwaren aan tegen de manier waarop het burgerschapsonderwijs vorm heeft gekregen. Belangrijk punt van kritiek: dit onderwijs draagt niet noodzakelijkerwijs bij aan de democratie, omdat het leerlingen opvoedt met vastgestelde basiswaarden, terwijl een democratie juist ruimte moet bieden voor discussie en moeilijke vragen. Een andere bedenking is dat onderwijs op basis van vastgestelde basiswaarden het risico met zich meebrengt dat de nadruk vooral ligt op meerderheidsstandpunten waarbij ruimte voor minderheidsstandpunten, kritische discussie en moeilijke vragen onder druk komen te staan. Ten slotte zou de burgerschapswet de autonomie van leerlingen beperken. Weliswaar vermeldt de wet autonomie nadrukkelijk als een van de basiswaarden, maar is er voor leerlingen wel ruimte om afwijkende standpunten in te nemen als zij allemaal dezelfde basiswaarden moeten leren?
Weerstand
Vooral orthodox-christelijke scholen hebben veel kritiek op de Wet Verduidelijking Burgerschapsopdracht (2021). Hoe kun je een waarde uitdragen zoals gelijkheid op basis van godsdienst of seksualiteit, als je eigen godsdienstige overtuiging dat anders ziet? Is dat geen inbreuk op de vrijheden van onderwijs en godsdienst? Volgens de wetgever kunnen spanning tussen de basiswaarden en religieus geïnspireerde andere waarden opgelost worden via de basiswaarden gelijkheid en verdraagzaamheid. Maar zo eenvoudig blijkt dat in de praktijk echter niet, wijst onderzoek uit. Met name de meer orthodoxe scholen zien het onderwijzen van hun religieuze normen en waarden als hun belangrijkste taak. Bekend is dat leraren op meer conservatieve joodse, christelijke of islamitische scholen weliswaar seksuele diversiteit behandelen, maar daarbij onderscheid maken tussen een ‘binnen’- en ‘buiten’-visie: hoe ‘wij’ binnen onze gemeenschap denken over seksuele diversiteit, versus hoe ‘zij’ in de rest van Nederland daarover denken. Leerlingen leren dan weliswaar dat zij respect moeten hebben voor diversiteit en dat geweld tegen homo’s moet worden afgewezen (buitenvisie), maar krijgen ook te horen dat seksualiteit alleen is toegestaan binnen het huwelijk tussen man en vrouw (binnenvisie). Hoe je vervolgens omgaat met zulke tegenstrijdigheden, leggen veel leraren bij de leerling neer (Beemsterboer, 2018; Budak, 2021; Kaya-Postema, 2022; Stam en De Jong, 2022).
Valt belediging
onder de vrijheid
van meningsuiting?
De Wet Verduidelijking Burgerschapsopdracht biedt uiteindelijk weinig duidelijkheid en zadelt leraren op met veel onbeantwoorde vragen. Gezien de strenge, maar abstracte eisen van de inspectie zullen scholen waarschijnlijk in eerste instantie nog niet werken aan de inhoud van het burgerschapsonderwijs in de geest van de burgerschapsopdracht, maar eerst vooral een vorm zoeken om de inspectie tevreden te houden. Voor de toekomst is het essentieel om zorgvuldig af te wegen hoe de burgerschapswet kan bijdragen aan inclusief burgerschapsonderwijs, waarbij ruimte is voor minderheden en minderheidsstandpunten.
Lees het onderzoeksverslag.
Bronnen:
Beemsterboer, M. M. (2018). Islamitisch basisonderwijs in Nederland. Parthenon.
Biesta, G. (2020). Burgerschapsvorming: Pedagogische en levensbeschouwelijke eigenheid op het democratisch speelveld. Verus.
Biesta, G. (2021). Burgerschap op school: Agenda of principe? Tangram Magazine, 1.
Budak, B. (2021). Waarom stichten jullie niet een eigen school?: Religieuze identiteitsontwikkeling van islamitische basisscholen 1988-2013. Uitgeverij IUA.
Kaya-Postema, S. (2022). Sex Education in Islamic Primary Schools in The Netherlands. Religions, 13(12), 1212.
Merry, M., & Driessen, G. (2018). Waarom elites houden van burgerschap. Sociale Vraagstukken.
Rinnooy Kan, W., & Merry, M. (2017). Bij burgerschap hoort ook een flinke dosis gezond wantrouwen. Sociale Vraagstukken.
Stam, C., & Jong, I. de (Red.). (2022). Homo in de biblebelt: Uit de kast gekomen, in de kerk gebleven. Brevier.
Dit artikel verscheen in Didactief, april 2024.