De EB heeft van begin af aan twee functies vervuld: advisering aan ouders over de mogelijkheden van hun kind in het voortgezet onderwijs en feedback aan de school over de gerealiseerde leeropbrengsten. Lang is de eerste functie als de belangrijkste beschouwd. Maar sinds de Inspectie van het Onderwijs in 1997 een nieuwe werkwijze ontwikkelde – het integrale schooltoezicht – heeft de tweede functie steeds meer gewicht gekregen. Het integrale schooltoezicht berust namelijk op drie pijlers: opbrengsten, processen en condities. Van deze drie leggen de opbrengsten het meeste gewicht in de schaal. Vooral dáárvan hangt af of een school het stempel van een zwakke of zeer zwakke school krijgt. Het schoolgemiddelde op de EB is hierbij de meest...

Benieuwd naar de rest van het artikel?

Word nu abonnee en krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen op Didactief, inclusief persoonlijk profiel om artikelen makkelijk te selecteren, delen en bewaren.