Jongeren maken op school al vroeg kennis met de Nederlandse literatuurgeschiedenis. Via een verplichte leeslijst krijgen ze te maken met literaire klassiekers. Hierdoor leren ze met andere ogen kijken naar hun eigen wereld. Maar deze rol zou niet alleen voor literatuur moeten worden weggelegd, zegt de jonge filmproducent Felix van Es in een interview op www.didactiefonline.nl. Film beschikt – als kunstvorm en weergave van de tijdsgeest – volgens hem net zo goed over een blikverruimende werking.

Film en andere beeldende media zijn overal: kinderen worden er al van jongs af aan dagelijks mee geconfronteerd. Ze kijken televisie, doen spelletjes op de iPad, en lachen samen om grappige filmpjes op YouTube. Toch wordt er in het Nederlandse onderwijs maar weinig aandacht aan besteed.

‘Dat is zonde,’ zegt Britt Thomassen, educatiemedewerker bij Eye, het Amsterdamse filmmuseum. ‘Het is goed dat film wordt besproken bij een vak als ckv, maar film is veel meer dan alleen een mooie kunstvorm. Als spiegel van de samenleving is film een waanzinnig middel om onze tijdsgeest te bestuderen.’

Kritische houding

De inhoud van ckv is niet landelijk vastgelegd. Staatssecretaris Dekker heeft scholen de vrijheid gegeven dit vak zelf in te vullen. Dit lijkt bij nog maar weinig scholen tot extra filmlessen te hebben geleid, zegt Thomassen.

‘Leraren onderschatten de culturele en educatieve meerwaarde van film. Veel leraren zien films nog puur als illustratiemateriaal. Ze vertonen bijvoorbeeld de jeugdfilm Spijt! om het onderwerp pesten te illustreren. Dat kan natuurlijk, maar nog beter is om dan ook educatie over de film zélf te geven. Laat leerlingen nadenken over de keuze van de filmmaker om pesten op deze manier neer te zetten, of over de selectie van de acteurs. Zo stimuleer je niet alleen een passie, maar ook een kritische houding.’

Dankzij filmeducatie leren leerlingen volgens Thomassen ‘kijken naar beeld’ en nadenken over creatieve processen. Ze leren bijvoorbeeld over het effect van geluid (hoe griezelig is een film zonder griezelmuziek?) of het gebruik van continuïteit (is het halfvolle glas in het volgende shot nog steeds halfvol?).

Vooral de context van film is belangrijk, zegt Thomassen. ‘Ik laat jongeren vaak Casablanca zien. Die is in 1942 in de VS gemaakt om de regering op te roepen deel te nemen aan de oorlog, die later de Tweede Wereldoorlog ging heten. De Amerikaanse marinehaven Pearl Harbor werd vlak voordat de film uitkwam, aangevallen. Hierdoor raakte de VS in de oorlog betrokken. Het effect van deze film was daardoor niet zoals gepland. Dat moet je leerlingen duidelijk maken.’

Film in de klas

Voor een goed begrip van een film moet je volgens Thomassen het verhaal op drie lagen analyseren: de narratieve laag (wat wordt er verteld en hoe?), de filmische laag (hoe is de film vormgegeven?) en de contextuele laag (in welke omstandigheden werd de film gemaakt en hoe werd de film ontvangen?). Thomassen: ‘Docenten zijn natuurlijk geen filmwetenschappers. Maar laat dat je er niet van weerhouden om met film aan de slag te gaan.’

Er zijn twee manieren om filmeducatie in de klas aan te pakken. Je kunt de (filmhistorische) context en het productieproces bespreken aan de hand van verwerkingsopdrachten voor- en achteraf. Dit is receptieve filmeducatie.

Ook kun je leerlingen zélf een film laten maken: praktische filmeducatie. Dit ‘leren door te doen’ geeft leerlingen inzicht in keuzes die je tijdens een filmproces moet maken. Ook samenwerken en zelfexpressie komen hierbij aan de orde.

Moderne media

Een school die al veel doet aan filmeducatie is Scholengemeenschap Thorbecke in Zwolle. Leerlingen kunnen sinds 2008 kiezen voor een nieuw schoolvak: moderne media. Hierin is veel aandacht voor reflectie op film, maar gaat het vooral om de praktijk: zelf een film maken in de filmstudio van de school.

Deze filmstudie bestaat uit een montageruimte, geluidscabine en regiekamer. Projectleider van de nieuwe leerlijn Wim Hilberdink vertelt: ‘De leerlingen doen hier alles zelf. Ze hanteren de camera, regisseren, doen het licht en geluid, en kijken tijdens de opnames mee op meerdere beeldschermen in de regiekamer. Tijdens een eigen praatprogramma worden er externe filmpjes ingestart. Dan hoor je de leerlingen zeggen: “Nu gaan we even kijken naar een fragment.”’

Het vak richt zich niet alleen op film, maar op alle media die werken met beeld. De centrale vraag luidt: wat doen beelden met jou en wat doe jij met beelden? ‘Want we kunnen er niet meer omheen,’ zegt Hilberdink. ‘De impact van beelden op ons leven is enorm. Mensen geven vorm aan hun leven door beeld, via Instagram of Flickr. Vroeger belde je op en vertelde je over je vakantie, nu zeg je: kijk maar op Facebook.’

Mediawijsheid

In 2012 heeft Scholengemeenschap Thorbecke – onder andere in samenwerking met Eye –

Stichting Mediawijsheidsscholen opgericht, een stichting die scholen met interesse in nieuwe media en filmeducatie aan elkaar verbindt. Hilberdink: ‘Steeds meer scholen tonen interesse. Ze willen filmeducatie of een andere vorm van mediawijsheid opnemen in hun lespakket. Net als wij, in een apart vak, of door het te integreren in bestaande vakken. Het is belangrijk dat er goede communicatie is, zodat scholen van elkaar kunnen leren.’

De stichting heeft onder meer een kwaliteitskeurmerk voor onderwijs in mediawijsheid in het leven geroepen. Ook wordt er gewerkt aan een doorlopende leerlijn. Thomassen: ‘Filmeducatie is vooralsnog veelal projectmatig georganiseerd. Het zou mooi zijn als hierin meer structuur kwam.’

Ook een mediawijsheidsschool worden?
Kijk op mediawijzer.net voor een plan van aanpak voor lessen mediawijsheid. Hier kun je ook een modelbegroting vinden, evenals de kerndoelen en eindtermen het curriculum.
Het keurmerk van Stichting Mediawijsheidsscholen kun je vinden op www.mediawijsheidscholen.nl /hoe-vraag-je-het-keurmerk-je-aan/

Enthousiasme

Hulpmiddelen genoeg dus. Tijd voor leraren om aan de slag te gaan. Voor docenten die nog aarzelen, heeft Thomassen een tip: ‘Zoek een film waar je zelf enthousiast van wordt. Of het nu animatie is, of een documentaire. Er is altijd wel iets wat je zelf fantastisch vindt.’ Hilberdink benadrukt daarnaast het belang van een goed netwerk: ‘Sluit je bijvoorbeeld aan bij onze stichting. Je kunt zo veel van elkaar leren.’

Film in je eigen les toepassen?

  • Wil je weten of jouw lievelingsfilm geschikt is voor educatie? Weet je niet zeker of het aansluit op het niveau van je klas? Www.kijk-goed.nl kan je hierbij helpen.

  • EYE biedt op haar eigen website basismateriaal aan om aan de slag te gaan met film. Speciaal voor PO (groep 3 t/m 8) is er het educatieproject ‘Avonturen in het donker’ en voor het VO is er ‘Moviezone’, dat grotendeels geschreven is door jongeren. Beide projecten hebben hun eigen website (www.avontureninhetdonker.nl en www.moviezone.nl) waar je docentenhandleidingen en verschillende soorten werkbladen kunt vinden. Als je geen tijd hebt om een hele film met je klas te kijken: er staan ook opdrachten online die horen bij korte fragmenten. Al het materiaal is voor iedereen toegankelijk.

  • Heb je liever dat je leerlingen zelf aan de slag gaan met film? Moviezone heeft er een klein broertje bij: www.serie.moviezone.nl, waar leerlingen op een interactieve manier zelfstandig met filmeducatie bezig kunnen zijn. In deze 10-delige serie worden twee jongens gevolgd die zelf een film maken. Onder in beeld komen tijdens het afspelen (iedere aflevering duurt 10 minuten) bolletjes tevoorschijn waar je op kunt klikken. Als je dit doet, krijg je op een tweede scherm extra informatie over het onderwerp. Een voorbeeld: als de twee jongens over Blue Velvet praten, kun je tijdens het kijken doorklikken naar meer informatie over de film Blue Velvet. Leuk!

Ook met film aan de slag? Neem contact op met de Stichting Mediawijsheidscholen, www.mediawijsheidscholen.nl.

Dit artikel is verschenen in Didactief, december 2014.