Het duurde even voor ik haar van het tegendeel had overtuigd. We spraken over het belang van vertegenwoordiging, ervaringsdeskundigheid en het imago van het beroepsonderwijs. En uiteindelijk zei ze: ‘Misschien moet ik toch maar eens die verkiezingsprogramma’s lezen.’
Prachtig natuurlijk, als het lukt mbo-studenten te interesseren voor politiek. Leren gaat niet alleen over wat je kent, maar ook over wie je bent. Burgerschapsvorming is dan ook een essentieel onderdeel van ons onderwijs, ook in het mbo. Gelukkig doen een heleboel bevlogen docenten daarvoor dagelijks keihard hun best. Veel van hen komen in het kader daarvan ook bij ons op bezoek in de Tweede Kamer of nodigen ons uit om een gastles te komen verzorgen. Dat levert bijzondere gesprekken op, bijvoorbeeld met zo’n student.
Toch is er nog veel te winnen. Zo blijkt uit internationaal onderzoek naar burgerschap (International Civic and Cititzenship Study, ICCS) dat Nederlandse jongeren minder belang hechten aan verkiezingen en minder van plan zijn te gaan stemmen dan jongeren in vergelijkbare landen. Ook geven Nederlandse jongeren aan dat er hier minder aandacht is voor burgerschap en activiteiten als debatteren, meepraten over de gang van zaken op school of verkiezingen voor de leerlingenraad.
Bovendien zien we bij thema’s als seksuele weerbaarheid, veiligheid en diversiteit soms dat leraren niet zo goed weten wat ze kunnen doen. Ze willen deze issues wel bespreekbaar maken, maar weten niet altijd hoe. Ook in het onderwijs over mensenrechten is er ruimte voor verbetering. En dat is zonde, want leren over wie je bent en wat je kan, mag en moet als burger. Het kan helpen om grensoverschrijdend gedrag en polarisatie tegen te gaan. Daarom is het zo belangrijk om te blijven investeren in burgerschap op het mbo. Niet omdat het moet, maar omdat het werkt.
Kirsten van den Hul, Tweede Kamerlid PvdA.