‘Jij was al wel op school toen juf Iris hier was.’- ‘Niet.’ – ‘Wel. Kijk maar, hier sta je met haar op de foto.’ De kinderen uit groep 1/2 van basisschool De Havenrakkers in Broek in Waterland kijken graag naar de foto’s en tekeningen in het klassenboek. Dat ze daardoor een beter besef van tijd krijgen, is een onverwachte bijkomstigheid, zegt leerkracht Mieke van der Greft. Zij begon twaalf jaar geleden met het bijhouden van een logboek. Het staat op een standaard in de hal voor het kleuterlokaal en is vooral bedoeld voor ouders. Maar kinderen kijken er graag in en ze zien het boek dikker worden naar mate het jaar vordert. Van der Greft: ‘Ik ben eraan begonnen omdat ik merkte dat sommige kinderen thuis heel weinig vertellen over school. Ik wilde ouders graag een indruk geven van ons rijke onderwijs. Het zorgt voor meer betrokkenheid van ouders bij school.’  Het boek bevat foto’s, teksten en tekeningen. Van der Greft vereeuwigt het meisje erin dat haar komt vertellen dat ze van de grote kinderen tot duizend moet tellen voor ze op de schommel mag. ‘Niemand kan tot duizend tellen. Alleen Sinterklaas’, zegt ze mopperend. ‘In het logboek laat ik niet alleen het eindresultaat zien, maar ook het proces. En soms vinden kinderen het jammer als een bouwwerk niet mag blijven staan. Dan maak ik een foto en die plak ik in het boek. Dan zeg ik later wel eens tegen een ander groepje: “Gaan jullie de toren op deze foto nu eens precies nabouwen”. Bovendien kan ik zelf ook nog eens herinneringen ophalen.’
Van der Greft heeft altijd een fototoestel bij de hand. Maar schrijven doet ze niet meer iedere dag, zoals vroeger. ‘Meestal werk ik het boek een keer in de week bij. Het kost best veel tijd en in de vijftien jaar dat ik in het onderwijs werk, heb ik steeds meer administratie en dus steeds minder tijd. Daarom moet je er wel echt achter staan voordat je aan zo’n klassenboek begint.’ 

Dit artikel verscheen in Didactief, november 2012.