Ik weet echt niet wat ik moet denken over het aantal en de aard van de klachten over de eindexamens (Het Parool 23 mei 2024: “Recordaantal klachten over eindexamens in zicht”, zie kader).
Eerst het aantal: Het lijkt een sport te zijn geworden om ieder jaar meer klachten in te dienen dan het jaar daarvoor. We zijn pas halverwege de examenperiode en er zijn meer dan 290.000 klachten ingediend (vorig jaar 312.000). Natuurlijk zullen er veel terechte en gegronde klachten zijn, maar nu al meer dan een kwart miljoen?
De tweede categorie, volgens LAKS, is “Scholieren vinden het algemene niveau van de examens te moeilijk of ze vinden de examens te lang.” Ik denk echt niet dat de examenmakers er een sport van maken om het examen zo moeilijk of lang mogelijk te maken. Wij zien al jaren dat - terwijl de uiteindelijke genormeerde cijfers voor de meeste vakken door de jaren heen gelijk blijven of zelfs licht stijgen - dat het echte kennisniveau van onze middelbare scholieren al jaren achteruit gaat; dat blijkt zowel uit internationaal geijkte toetsen (PISA, TIMMS, PIRLS…) als uit een recent rapport van McKinsey (Toetsen getoetst) over wiskunde en natuurkunde. Misschien is niet het niveau van de examens te hoog maar het niveau van de scholieren te laag om het examen met succes te kunnen maken. En als het niveau van de leerlingen is gedaald, dan kost het hen meer tijd om die examens af te krijgen. Als je voortdurend moet puzzelen omdat je de kennis niet paraat hebt, kost het je gewoon meer tijd. Als je iets stante pede uit jouw lange termijn geheugen kan halen (6X7=42, de Unie van Utrecht werd getekend in 1579), dan kost het je minder tijd om een vraag te beantwoorden waarvoor die informatie nodig is dan wanneer je in jouw werkgeheugen de som moet berekenen of diep in je geheugen moet zoeken of zelf niet weet wanneer de Unie plaatsvond). Dat heet cognitieve psychologie!
Ten slotte, de derde categorie is “klachten over voorvallen tijdens de afname van het examen. Meestal gaat het om geluidsoverlast. Zoiets kan echt een valide klacht zijn omdat een brandalarm afgaat o.i.d. Maar dat “een airco [staat] te loeien”…. Dit is een constant achtergrondgeluid waarvan je je kunt afsluiten, zeker leerlingen die studeren met 4 apps tegelijkertijd open plus blèrende muziek in hun iPods. Dit heeft te maken met je sensorisch geheugen. Alleen waar je op let heeft de kans om in jouw werkgeheugen te komen. Als ik tijdens een lezing bijvoorbeeld vraag: “Hoor je de airco loeien?”, zegt niemand ja. De toehoorders waren geconcentreerd op wat ik aan het zeggen was (let wel, weapons of mass distraction zoals mobieltjes, laptops enzovoorts moesten ze uit- of wegzetten). Meestal maak ik dan de flauwe grap dat ik mijn mond dicht had moeten houden: dan zouden ze namelijk op de airco letten en niet op mij. En nog iets. Gek genoeg leert de psychologie ons ook dat hoe meer de toetssituatie op de leersituatie lijkt (qua geluid, afleiding, enzovoorts) des te beter je scoort op een toets. Het geluid is dan geen overlast maar eerder een voordeel [sarcastisch bedoeld voor de mensen die dat niet hebben begrepen].
Het is mij overigens gelukt om dit te schrijven zonder één keer sneeuwvlokje te schrijven.