Ebrina Smallegange: ‘Ze zijn te vaag. Een voorbeeld uit onderbouw vo: “De leerling leert alleen en in samenwerking met anderen in praktische situaties wiskunde te herkennen en te gebruiken om problemen op te losen.” Dat is heel breed geformuleerd.’ Robert Chamalaun: ‘Bij Nederlands speelt dat ook. Het vereiste kennisniveau is vaag omschreven. Het moet duidelijk zijn wat leerlingen minimaal moeten beheersen, eind po maar ook eind onderbouw vo, om door te kunnen in een examenprogramma. Maar in de doorlopende lijn po/vo is niet op alle punten duidelijk wat kinderen moeten kennen en kunnen. Daarbij komt dat de vakonderdelen van Nederlands – lezen, schrijven, spreken, luisteren – verkaveld zijn en los van elkaar staan, terwijl ze elkaar juist...
Benieuwd naar de rest van het artikel?
Word nu abonnee en krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen op Didactief, inclusief persoonlijk profiel om artikelen makkelijk te selecteren, delen en bewaren.