De coronacrisis werkt als een vergrootglas: bestaande problemen worden nog duidelijker zichtbaar. Zo zien we de werkdruk van leraren nog verder oplopen, doordat het versneld testen van onderwijspersoneel nog lang niet overal op orde is en veel leraren lang moeten wachten op hun testuitslag. Veel schoolleiders worstelen om de bezetting op hun school rond te krijgen. De effecten van het lerarentekort tekenen zich nog scherper af.

Terecht heeft de inspectie inmiddels aangegeven coulant te zijn in de naleving van de urennorm. Leraren en scholen kunnen er natuurlijk ook niets aan doen dat er nu meer lessen uitvallen. Maar wie zijn hiervan het meest de dupe? Kinderen die het ’t hardst nodig hebben. Uit onderzoek van socioloog Thijs Bol (Universiteit van Amsterdam) bleek al eerder dit jaar dat door thuisonderwijs de kansenongelijkheid alleen maar was toegenomen. Hogeropgeleide ouders bleken beter in staat hun kinderen te ondersteunen tijdens de schoolsluiting.

Daar komt bij dat het lerarentekort extra hard aankomt op de scholen met relatief de meeste leerlingen met risico op achterstanden. Deze kinderen worden dubbel getroffen: de kans op een bevoegde leraar voor de klas was al kleiner, en daar komt de coronacrisis bovenop. Toch weten we niet precies hoe groot de problemen zijn. Het lerarentekort wordt namelijk nog steeds niet gemonitord door de minister. Ook weten we niet hoeveel lessen er nu precies uitvallen, en vooral: wat de effecten zijn op de kansenongelijkheid. Half oktober opende OCW alleen een meldpunt voor volledige schoolsluiting.
Ieder kind verdient een eerlijke start, ook nu corona de wereld op zijn kop zet. Daarom heb ik samen met Lisa Westerveld de minister verzocht de lesuitval bij te houden. Want als we niet weten hoe groot het probleem is, kunnen we het ook niet oplossen.
 

Kirsten van den Hul, Tweede Kamerlid PvdA.
 

Het registeren van lesuitval door de coronacrisis is een vereiste om het probleem in kaart te brengen. Het bijhouden van deze lesuitval is een goed initiatief en complimenten voor Kirsten van den Hul om dit via een motie af te dwingen bij de minister; dit is een eerste stap naar een oplossing. Maar ook niet meer dan dat.
Met enkel inventariseren ben je er nog lang niet, dus daar moet het niet bij blijven. Een plan om lesuitval (bij voorkeur preventief) aan te pakken is het uiteindelijke doel. Zeker als we de kansenongelijkheid niet verder willen laten groeien, want juist op de scholen waar het onderwijs extra hard nodig is, is de uitval het grootst.

Dit zag ik ook in het po gebeuren, met de cijfers van ‘mijn’ website lerarentekortisnu.nl. Daaruit bleek dat vooral de ‘zwakke’ scholen kampen met het lerarentekort. Persoonlijk juich ik daarom de aangenomen motie van harte toe, maar ik houd mijn hart vast over de uitvoering van het plan. Of eigenlijk: over het verwachte uitblijven daarvan. Dat zag ik in het po ook gebeuren; reden om onlangs de stekker uit mijn website te trekken: ik ga niet aan een dood paard trekken.

Het is goed en terecht als de inspectie bij de uitvoering betrokken wordt; zij is immers verantwoordelijk voor het monitoren van de onderwijskwaliteit. Eén praktisch bezwaar staat wel in de weg: administratieve last. Althans, dat zou volgens minister Slob een probleem zijn. Maar met een simpel mailtje per dag naar zeg [email protected] zou dit eenvoudig doorgegeven kunnen worden, dus dat is een non-argument. Scholen willen, net als Van den Hul, duidelijk hebben hoe en waar er lesuitval is. En de Kamer wil (en mag) dit ook weten. Wie wil dit nou niet weten én oplossen?
Het is een kwestie van gewoon doen. Meldingen door scholen, actie door de minister. Helaas ontbreekt dat laatste vooralsnog.

Eddy Erkelens, die de website lerarentekortisnu.nl oprichtte en stopzette.

Dit artikel verscheen in Didactief, november 2020.